logo2

  • Molenakker
  • Stippelberg

GH-2015-04-Bijzondere Vrijwillige Landstorm in Gemert

Hans Kanters

Inleiding

Nederland is in de Eerste Wereldoorlog veel ellende bespaard gebleven door aan haar neutraliteit vast te houden. Nadat de strijd was gestaakt en de geallieerden als overwinnaars uit de bus waren gekomen, bleef het in Europa nog lang heel onrustig. Met name de revolutie in Rusland boezemde angst in.
Een artikel uit de 'NRC' van vrijdag 29 november 1918 vertelt ons hoe de reeds afgetreden waarnemend gezant van de Nederlandsche regering in St. Petersburg (dhr. Oudendijk) “den laatsten tijd” ervaren heeft: “Het resultaat van het nieuwe 'bevrijdende' regiem is dat tyrannie, wreedheid, omkooperij en ellende grooter zijn dan onder welk regiem ook, dat Rusland ooit heeft gekend. De nationale rijkdom, de welvaart, de toekomst van Rusland zijn door een klein aantal menschen willens en wetens, ja met de meeste geraffineerdheid en een verbijsterend doorzettingsvermogen vernietigd.” Daarnaast schreef hij ook over de onrust net over de grens bij Wesel, waar ‘Spartakisten’ in opstand waren
gekomen. Het afzetten van de Duitse keizer speelde daarbij een grote rol. Maar ook in eigen land zouden de dagen van het Oranjehuis geteld zijn. Door de revolutiepoging van Troelstra was het ROODE GEVAAR plots heel dichtbij en zijn artikel diende dan ook mede als voorbeeld en als waarschuwing aan het Nederlandse volk...
Ook in Gemert dreigde er gevaar zoals blijkt uit een artikel van 6 april 1919 in het Kerkklokje: “In de Peel zeggen ze dat er geen God is zoo klaagd een moeder wier kind in de Peel werkt. En socialisten zouden daar ook al zijn, zei ze, maar dan moet er ook onzedelijkheid zijn als er geen geloof is. En dat eindigt met........REVOLUTIE”.
Ook hier zou dus het zaad kiemen van wat revolutie heet, en aan werkgevers werd te verstaan gegeven dat zij hun mensen goed moeten betalen om zo toch vooral het 'Roode gevaar' in te dammen.

Op 11 november 1918 werd de wapenstilstand afgekondigd, de Duitse keizer kreeg asiel in Nederland en op dezelfde dag riep Pieter Jelle Troelstra, leider van de SDAP, dat de dagen van de monarchie in Nederland waren geteld. Verwarring alom en reden te meer voor Gerlacus van den Elsen om ook in Gemert te komen tot de oprichting van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm. Voordat het zover was werden alle georganiseerde boeren opgeroepen om mee naar Den Haag te gaan waar koningin Wilhelmina in een open koets door de stad werd gereden.1
Om steun te betuigen aan het Koningshuis is in 1918 voor de eerste keer Koninginnedag gevierd, zoals valt te lezen in het Kerkklokje van november 1918:
“De heeren in Den Haag die door mobilisatie van alle katholieken de Revolutie hebben tegengehouden, hebben gevraagd om op Zondag 24 november een Koninginnefeest te houden. Er wordt een optocht georganiseerd waarin alle Katholieken en Gilden met hare vaandels worden verwacht. De volgorde van den stoet is:
Baanderheeren te paard; De kleine tamboers; Burgerwacht; RK Werkliedenvereeniging; Gilde van St. Joris; Harmonie; Gilde van St. Antonius; RK Middenstandsvereeniging; RK Boerenbond; St. Lidwina; De Fransche jongens van het kasteel.”

Ontstaan

De BVL had zijn wortels aan het begin van WO1 toen tijdens de mobilisatie velen zich meldden als vrijwilliger. Om de grote toeloop goed te regelen werd bij Koninklijk Besluit van 4 augustus 1914 de oprichting van de Vrijwillige Landstorm een feit.
Algemeen werd verwacht dat deze na de oorlog zou worden ontbonden maar twee weken voor het einde van de oorlog ontstond er een oproer onder de militairen in de legerplaats Harskamp. Deze gebeurtenis en het reeds aangehaalde ‘Roode Gevaar’ van Troelstra zorgden ervoor dat op 13 november 1918 de Vrijwillige Landstorm werd gemobiliseerd.2 Interessant detail is dat niet de autoriteiten het initiatief hebben genomen. Enkele officieren hebben op eigen houtje gewapende militairen in burger geposteerd bij de koninklijke stallen en bij Paleis Noordeinde. De regering riep soldaten die met verlof waren op om onder de wapenen te komen, maar anders dan in 1914 was er nu een binnenlandse vijand. Om deze onrust in eigen land te onderdrukken moest de regering kunnen rekenen op maatschappelijk draagvlak en niet alleen op het staand leger. Er was behoefte aan een blijvende afweerorganisatie en besloten werd de Vrijwillige Landstorm uit te breiden. Deze gedachte leidde op 22 mei 1919 tot de oprichting van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm.3 Onder het motto 'Als 't moet' werden negentien korpsen opgericht, verspreid over het hele land. Gemert maakte onderdeel uit van Landstormverband 'De Meierij'.

Bij de oprichting van de BVL was er gebrek aan vrijwel alles: kader, wapens en uitrusting.
De vrijwilligers kwamen meestal op in burgerkleding en waren herkenbaar aan een oranje armband met het rijkswapen en soms een hoofddeksel. Als bewapening werd de M.95 met patroontas uitgereikt, evenals een oud model koppel met koppelplaat waarvan het embleem of regimentsnummer was verwijderd.4
Naast de verschillende Landstormverbanden waren er ook nog vier specifieke korpsen:
1) Korps Vaartuigendienst, de schepen hiervoor werden indien nodig gevorderd en de bemanning werd aangevuld bij de mobilisatie. De vrijwilligers bij dit Korps waren herkenbaar aan speciale kraagdistinctieven in de vorm van een onklaar anker;
2) Korps Spoorwegdienst, hiervoor werden ook mensen aangesteld die reeds bij de NS werkten, herkenbaar aan een gevleugeld rad op de kraag, begin 20e eeuw was de trein de snelste manier van vervoer, zeker over een langere afstand;
3) Korps Motordienst, dit korps bestond uit motoren, auto's en vrachtwagens. De vrijwilligers van dit Korps waren herkenbaar aan een rad, een wiel van een automobiel op het uniform. In 1931 vierde de afdeling Venray van het Landstormverband Limburg zijn 10-jarig bestaan met een succesvolle afstandsrit door Midden- en Noord-Limburg. Hieraan namen 90 voertuigen deel, auto's en motoren;5
4) Korps Luchtwachtdienst. Deze dienst is na WO1 opgeheven maar werd al in 1921 heropgericht. De vrijwilligers bij dit Korps waren te herkennen aan de kijker op de kraag. Deze laatste dienst alsook het Korps Luchtafweerdienst, herkenbaar aan de gekruiste kanonnen met propeller, hadden uitsluitend militaire taken.6

Gemert

Om het volk in Gemert warm te krijgen voor de BVL was er een bijeenkomst gepland op dinsdag 11 maart 1919 om zeven uur ‘s avonds in Café Cambrinus aan de Markt. Daar hield de commandant der Landstormcompagnie Helmond, reserve tweede luitenant F.J. Ten Cate, een lezing om militaire verlofgangers ertoe te bewegen zich aan te sluiten bij de BVL. Dat dit in eerste instantie nog niet het gewenste effect had blijkt uit een artikel van 27 april waarin de “Weleerwaarde pastoors” en ook de “Heeren Adviseurs van de Nederlandse RK Bond van Dienstplichtigen” en van de Standsorganisaties werd gevraagd om hun steun te verlenen aan het Militaire Gezag.7 Dienstplichtigen zonder mobilisatiebestemming konden als Buitengewoon Vrijwilliger onder de wapenen komen, om zo de binnenlandse rust en orde veilig te stellen. Dit was naast de militaire en specialistische taken die men binnen de Vrijwillige Landstorm reeds had, de derde uit te voeren taak, namelijk die van 'militaire bijstand'. In eerste instantie was de benaming ‘Buitengewoon Vrijwilliger’, vanaf 1920 ‘Bijzonder Vrijwilliger’.8
Naast de BVL die landelijk opereerde, was er ook een Burgerwacht die onder het gemeentebestuur viel. Wel is het zo dat deze samen met omliggende gemeenten een kring vormden, de 'Vliegende Vendels' genaamd. Deze ondersteunden dan buiten de eigen gemeente de BVL. Men kon kiezen voor Burgerwacht of Vrijwillige Landstorm. Bij de BVL zouden tijdens een mobilisatie de manschappen direct onder commando komen bij het Militaire Gezag.
Dat ook in Gemert er een actieve afdeling is geweest moge blijken uit het feit dat de Burgerwacht samen met de BVL in 1921 een aanvraag heeft gedaan voor een schietbaan. Deze zou komen te liggen aan De Bleek in De Mortel. Het ging niet door, omdat de Inspecteur der Burgerwachten en de Inspecteur van de Vrijwillige Landstorm dit niet nodig achtten. In een advies aan de burgemeester van Gemert staat, dat men in Boekel kon gaan schieten, waar al een schietbaan was aangelegd. Wilde de afdeling toch een eigen schietbaan dan moest men zelf voor de kosten opdraaien.9
In de kring ‘s-Hertogenbosch vormde zich begin twintiger jaren een comité, dat zich ten doel stelde het Mobilisatie-herinneringskruis mét certificaat waar nodig plechtig uit te reiken. De milicien, brandweerman of landstormer, die hiervoor in aanmerking wilde komen diende zich te melden op het gemeentehuis onder overlegging van het zakboekje of enig ander bewijsstuk. Het ging in Gemert om 56 personen die hiervoor een onderscheiding kregen.10
In de periode 1920-1936 is de BVL niet gemobiliseerd. Wel werden de normale activiteiten ontplooid, zoals schietwedstrijden in de zomer en huishoudelijke vergaderingen in de winter. Militaire oefeningen werden er niet gehouden maar de schietwedstrijden werden wel druk bezocht. Dit moge blijken uit de artikelen in het Landstormblad wat een aantal keren per jaar verscheen. Begin jaren twintig verschenen er in dit blad artikelen over schietwedstrijden die goed bezocht werden, er waren rond de 100 leden waarvan er hier in Gemert zeker de helft regelmatig een wedstrijd bezochten. Onder andere in Oeffelt waar men de 1e prijs behaalde. Verder was er in februari elk jaar een 'Prijsuitdeeling' met Brabantse koffietafel. De schutters werden ingedeeld in drie klassen, Scherpschutters, 1e- en 2e klasse.
Scherpschutters: 1) W. vd. Pol, 2) P. vd. Vossenberg; Schutters 1e klasse: 1) A. v. Zeeland, 2) W. Selten; Schutters 2e klasse: 1) J. Martens, 2) A. vd. Ven.11
Uit een artikel in het Kerkklokje van zeven november 1929 blijkt dat ook de gemeente zijn steentje bijdraagt, de afdeling krijgt een subsidie van 20 gulden. Plaatselijk leider is op dat moment J. v. Lieshout uit de Molenstraat, tevens aannemer. Voor het verkrijgen van subsidie doet hij een dringend beroep op de gemeente en schrijft: “Het is geworden een betrouwbare weermacht in de uren van gevaar en een preventieve kracht tegen alle pogingen van geweldadigen ommekeer in ons staatkundig, maatschappelijk en godsdienstig zedelijk leven.” Het betreft dus duidelijk meer dan alleen een militaire macht; ook politiek en maatschappelijk speelt de BVL een belangrijke rol.
Ook op Handel werd er in die jaren door de BVL geschoten, voorafgaand een vaandeloptocht en vervolgens een schietconcours op drie zondagen in augustus, op het terrein van P. v.d. Vossenberg aan het Mariahofke.12
In de jaren dertig bleef de afdeling zeer actief afgaande op het aantal leden wat rond de 90 schommelde, waarvan er 60 à 70 regelmatig een schietwedstrijd bezoeken. In 1930 kreeg de afdeling extra subsidie van 5 gulden om deel te kunnen nemen aan de Landdag in Oisterwijk. Het programma van die dag bestond uit schietwedstrijden, een defilé, toespraken, en een demonstratie van een rijvereniging. Vervolgens vond de prijsuitdeling plaats en was er nog een openluchtspel, gespeeld door een Oisterwijkse theatervereniging. Nog steeds werd er op gehamerd dat vanwege de kameraadschap en broederschap het belangrijk was om deze dagen te bezoeken. Een andere achterliggende bedoeling was om de socialistische en communistische propaganda tegen te gaan en daarom mocht ook geen Landstormer, laks zijn en thuisblijven.13 In de Vaandelwedstrijd bemachtigde de afdeling Bakel-Milheeze de eerste plaats.14 Dit vaandel is heden ten dage nog altijd te bewonderen in het privémuseum van Frits Duinkerke te Bergen op Zoom.15 Er was ook elk jaar een aanwas van ongeveer tien personen. Alle personen die in aanmerking kwamen voor de BVL werden thuis bezocht. Officieel werden ze vrijwillig lid, maar je kunt je afvragen in welke mate dit ook werkelijk zo was.16
De afdeling Gemert organiseerde schietwedstrijden zoals blijkt uit de vergunning die de gemeente daartoe verleende op 17 juli 1936.17 Deze wedstrijd, ‘opgeluisterd met grammophoonmuziek’ werd gehouden op het terrein achter de Boerenbond op 19, 25 en 26 juli. Drie regels dienden in acht te worden genomen:
1) Niemand dan de schutter mag in de onveilige zone; 2) Tijdens het schieten moet de onveilige zone aangegeven worden met op elke hoek een rode vlag; 3) Kinderen mogen niet bij de wedstrijd aanwezig zijn.
Voor deze driedaagse schietwedstrijd kreeg men 5 gulden subsidie voor de aanschaf van medailles. Het betrof hier een wedstrijd voor de kring Helmond en daarom werden van dertien omliggende dorpen de Landstormers uitgenodigd. Voor hen was de wedstrijd gratis. Ze schoten zowel als individuelen als in een korps. Tegelijkertijd was er een wedstrijd voor zowel dames als heren afzonderlijk met de luchtbuks. Voor die tijd best bijzonder.18 Dat vrouwen ook een rol speelden in de BVL blijk uit het feit dat er in 1924 maar liefst 64 vrouwen lid waren. Ze waren werkzaam in ondersteunende functies als chauffeuse, verplegend personeel of kokkin.19
Op 19 december 1938 wordt er voor de tweede keer een vergunning aangevraagd voor een schietbaan met clubgebouw. Ook dit is niet gehonoreerd. Wel ontving de 90 leden tellende afdeling van de BVL een subsidie van 15 gulden per jaar.20
De sterkte van de Nederlandse BVL bedroeg op 1 maart 1923 ruim 46.000 manschappen. In 1939, net voor de Tweede Wereldoorlog, was dat aantal opgelopen tot 90.000. Landstormverband 'De Meierij' waar Gemert onder viel is in die jaren gegroeid van 8.000 naar 12.000 en is dan veruit het grootste wat betreft het aantal manschappen.
Met name de Luchtwachtdienst heeft nog verschillende keren geoefend in het herkennen en doorgeven van vliegtuigen. In de meidagen van 1940 heeft de Luchtwachtdienst wel degelijk van zich doen spreken en zijn er als gevolg daarvan 276 Duitse vliegtuigen neergeschoten.21 Het verliespercentage was dusdanig dat het verlies aan transportcapaciteit zich nog jaren heeft doen voelen, aldus de Duitse generaal Spreidel.22
In 1940 zijn er, verspreid over het hele land, ruim 40.000 landstormers gemobiliseerd. Een onbekend aantal is gesneuveld. Verder blijkt uit archiefstukken dat er zeker 20 Landstormers een onderscheiding kregen voor dapperheid.23 De vrijwilligers van de Luchtwachtdienst hebben zich teruggetrokken en zijn via Zeeuws-Vlaanderen in Duinkerken beland. Op 20 mei zijn daar 1435 Nederlandse militairen, waaronder 135 Brabanders, inclusief Luchtwachters, vertrokken met “de Pavon”, een Frans stoomschip richting Engeland. Maar helaas kregen de Duitsers het schip in het vizier en bij het bombardement verloren zeker zeventig opvarenden het leven, waaronder ook enkele vrijwilligers uit Helmond.24 Alle gesneuvelde Landstormers worden nog elk jaar herdacht op de Grebbeberg, waar op 4 augustus 2014 het nieuwe monument met de BVL-slogan 'Als 't moet' is onthuld.25
De BVL is in oktober 1940 opgeheven door de bezetter. Na de oorlog kwam men al snel tot de conclusie dat reserve-eenheden nog steeds noodzakelijk waren. In 1948 is toen gekozen voor de Nationale Reserve, een andere naam, maar nog steeds met dezelfde strekking, 'naast burger ook soldaat'. Heden ten dage is de Nationale Reserve op allerlei vlakken actief met name bewaking maar ook bij uitzonderlijke gebeurtenissen of bij oplopende internationale spanningen. Daarnaast kan men op eigen verzoek ook op missie naar conflictgebieden. Zo blijkt dat de rol van de Nationale Reserve nog altijd niet is uitgespeeld. Ook in Gemert zijn heden ten dage nog altijd Gemertenaren lid van de Nationale Reserve.

NOTEN:

1. A.Otten, Anekdotisch Bankboek – Van halve cent tot Gemertse gulden, Gemert, p.20-21.
2. November Romeo – jubileumuitgave 1914-2014 (Korpsmagazine), nov. 2014, p.9.
3-4. idem, p.8; idem, p.27.
5. Landstormblad, mei 1931.
6. November Romeo – jubileumuitgave 1914-2014 (Korpsmagazine), 2014, p.13-17.
7. Gemertse Kerkklokjes, 1919/1920.
8. November Romeo – jubileumuitgave 1914-2014 (Korpsmagazine), 2014, p.7.
9. Brief No. 215 B 13-9-1921 [GAG003].
10. Brief Gemeente Gemert 15 Juli 1925 [GAG003 4928].
11. Edities Landstormblad 1920-1936 Frits Duinkerke.
12. Gemeentearchief Gemert-Bakel [GAG]-Collectie Gemertana CG 008817.
13. Affiche Landdag Oisterwijk 30/8/1930 [GAG004 1433].
14. Bron: Landstormblad september 1930.
15. Bron: In Brabant, 2 juni 2014, p.62.
16. Brief van J. v. Lieshout aan gemeente Gemert waarin hij verzoekt om de lijst van
personen die voor de BVL in aanmerking komen. [GAG004 1433].
17. GAG004 1433.
18. Artikel in De Zuid-Willemsvaart [ZWV], 18 Juli 1936.
19. 100 jaar Korps Nationale Reserve, 2014, p.15.
20. GAG004 1433.
21. Bron: Ruud Wildekamp, lid Documentatiegroep Volkel.
22-23. 100 jaar Korps Nationale Reserve, 2014, p.25; idem p.5.
24. Artikel Landstorm Luchtwachtdienst, Ruud Wildekamp, lid Documentatiegroep Volkel.
25. 100 jaar Korps Nationale Reserve, 2014, p. 86-87.

Met dank aan Frits Duinkerke en Ruud Wildekamp.

Klik HIER voor de tekst met afbeeldingen (PDF)

Lid worden?

Kalender: evenementen

December 2017
M T W T F S S
27 28 29 30 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31

Sponsors

Nieuws Heemkundekring

Geen feed gevonden

Nieuws uit Gemert

Geen feed gevonden

Informatie

Lid worden?

Lid worden? Klik en vul het formulier in!

Heemkundekring De Kommanderij Gemert
Antwoordnummer 2526
5420 ZX Gemert!

Volg ons

twitter

twitter

Inloggen

Inloggen

Voor leden en auteurs. Ook een bijdrage leveren? Neem even contact op.