GH 2024-3 De Rode Haan trekt aan…
KLIK HIER VOOR PDF-bestand
Simon van Wetten
Medio jaren ’60 van de vorige eeuw. Ik bracht het grootste deel van de tijd in onze hoofdstad door, maar woonde ook heel veel weekenden en alle schoolvakanties bij mijn opa en oma en mijn tante Jo en ome Jos in de Gemertse Cortenbachstraat, een dikke honderd meter van de brandweerkazerne.
Jawel, in Amsterdam heb ik flink wat spectaculaire branden gezien, zoals bij Luycks, waar in azijn ingelegde augurken en zure bommen in potjes werden gedaan, en kort daarop bij C&A aan het Damrak. Het was in die ijskoude winter van 1963 en het bluswater veranderde het zwaar beschadigde gebouw in een ijspaleis vol fantastisch grote ijspegels. Mijn vader nam foto’s van beide panden en dichtte daaronder: “Wat Luycks deed met z’n uitjes en augurken, deed C&A met haar jassen en jurken.” Hoe spectaculair ook, er ging qua brand toch niets boven die zinderende spanning als in de Cortenbachstraat de sirene op de brandweertoren weerklonk. Vlug de fiets uit het schuurtje halen en je strategisch opstellen. Met name de Gemertse middenstand kwam intussen aangesneld, sprong in de brandweerkledij, propte de helm op het hoofd en klom in de brandweerwagen. De grote garagedeur ging open, het blauwe licht begon rond te draaien en produceerde in het contrast met het brandweerrood van de wagen een wonderschoon, artistiek effect en hup, daar reed de wagen de kazerne uit. In de spanningsgrafiek ontpopte zich een piek, want welke kant ging ie op? En ging de andere wagen ook mee? Hoe dan ook, al wat je kon op die zwaar trappende fiets zonder versnellingen, erachteraan! En jij niet alleen. Half Gimmert had wel zin in een verzetje. De sliert mensen die de wagen meestal tevergeefs trachtte bij te houden, was met name als het in de vooravond of op een vrije dag ergens brandde, van een indrukwekkende afmeting. Soms zag je meteen al aan de rookpluim waar de brand ongeveer moest zijn, soms fietste je met je tong zowat op het asfalt tot voorbij Elsendorp. Het ergste was toch wel – hoe wreed dat ik dit nu met terugwerkende kracht moet vaststellen – de teleurstelling als bleek dat het slechts om een loos alarm ging, of als de bewoner in kwestie zelf de brand al had geblust. Zowat zestig jaar later zit ik in dezelfde kazerne die, zeker voor kleine jongetjes, destijds een onneembaar bastion was. Ik praat met de brandweerlieden over toen, over nu en vooral over de laatste vijfentwintig jaar. Een periode waarin bij het brandweerwezen véél veranderde. Ook het weerklinken van het brandweeralarm op de toren is verleden tijd. Piepers en andere moderne communicatiemiddelen maken dat je er pas erg in hebt dat er ergens iets te doen is als je de sirene van de brandweerwagen veel te snel voorbij hoort komen. Geen tijd om je fiets te pakken en dat is in verband met de afgenomen conditie misschien ook maar het beste ook. Bovendien verschijnt na een paar minuten op de app van het Gemerts Nieuwsblad de locatie en de aard van de calamiteit. Mooi, die moderne en snelle informatiemiddelen, maar ik hecht er toch aan om de jaren bij opa en oma, zo dicht bij de brandweertoren, te kwalificeren als de goeie, ouwe tijd…
Deze foto van een brand aan de Sint-Annastraat hangt wandgroot in brandweerkazerne.