GH-2013-03 Jonge boerin onder stroom
Theo Donkers (oudste zoon van Riek van den Acker)
Het tweede weekend van september 1946 is cruciaal in het leven van Johan en Riek geweest. Want op zondag 15 september is
het aan geraakt tussen de zoon van Doruske Donkers en Mieke Biemans van de Mouthoef in Boekel en de dochter van Kneel van den Acker en Jana van Asseldonk uit de Deelse Kampen in Gemert. Maar, daar ging wel een drama aan vooraf!
Wat is de aanleiding geweest dat zij die dag elkaar troffen? En hoe heeft dat geleid tot die eerste kus als bevestiging van de wederzijdse gevoelens? Waarom willen we juist dit hier vertellen? Heel simpel omdat het een bijzonder verhaal is dat deel uitmaakt van een bijzonder gebeuren dat in genoemd weekend in Gemert plaatsvond. Met behulp van de Gemertsche Couranten van vrijdag 13 en vrijdag 20 september 1946 plus een kopie van de voorpagina van de Helmondsche Courant van maandag 16 september 1946 heb ik een en ander kunnen reconstrueren.1 Het weinige wat Riek van den Acker zelf over het ronduit dramatische gebeuren heeft los gelaten, maar wat door haar oudere zus Mien en haar jongere broer Wim met meer woorden werd bevestigd, was voor mij aanleiding om op onderzoek uit te gaan en te trachten een reconstructie te maken van hoe het aan raakte tussen Johan en Riek. Mijn nieuwsgierigheid werd extra gewekt omdat geen van genoemde kranten melding maakte van het drama wat zich op zondagmiddag 15 september 1946 in Gemert heeft voltrokken en waar wonder boven wonder geen doden bij zijn gevallen.
Dansende boerinnekes en springende jonge boeren
Via stamboomonderzoek dat bijna vijf eeuwen familiegeschiedenis overspant, weten we dat zowel de voorouders van Johan als
die van Riek allemaal boer zijn geweest. In hun aderen stroomt derhalve honderd procent boerenbloed. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we beide jonge mensen aantreffen bij de feestelijkheden rond het vijftigjarig bestaan van de Noord-Brabantse
Christelijke Boerenbond (NCB). Zoals we in de aankondiging van de krant van 13 september kunnen lezen, vonden de activiteiten rond deze heuglijke gebeurtenis plaats in het weekend van 14 en 15 september 1946.
Het is dan ook niet ondenkbaar dat zij allebei de aankondiging van de festiviteiten in de krant met veel belangstelling hebben
gelezen. En misschien heeft Johan stiekem gehoopt dat ook Riek daarbij aanwezig zou zijn, want het is bekend dat hij toen al een oogje op haar had. En ook het hart van Riek is misschien wel wat sneller gaan kloppen toen ze in het Programma van de Grote Jonge Boeren en Boerinnen-dag las: “Het wordt een feest van kleuren, van dansende boerinnekes en springende, rennende Jonge Boeren …” Of toch niet? Want Riek was pas negentien jaar en wou van alles, maar verkering? Riek wou lerares worden en les gaan geven.
Sinds de oprichting van de NCB, waar ook een heeroom van de vader van Riek een zeer belangrijk aandeel in had gehad, had de
bond ervoor gezorgd dat de zogenaamde Boerenstand in Brabant zich bewust was geworden van de belangrijke rol die zij speelde in de economische ontwikkeling van de provincie. Van die bewustwording moeten daarom ook Johan en Riek doorspekt zijn geraakt. De vlammende toespraak die ministerpresident Beel die zondag na de hoogmis op het Borretplein voor al die jonge boeren en boerinnen
heeft gehouden zal daar zeker aan hebben bijgedragen. De Helmondsche Courant van maandag 16 september 1946 heeft de hele toespraak op de voorpagina afgedrukt. Beel zegt daarin onder andere: “Het is mijn stellige overtuiging dat de boerenstand de beste eigenschappen van ons volk schraagt en dat het behoud van een krachtigen boerenstand een landsbelang vormt van de eerste orde.”
Van wat we niet lezen in vermelde krant, en ook niet in de Gemertsche Courant van 20 september 1946, maar wat die zondag wel is
gebeurd – bevestigd immers door genoemde betrouwbare bronnen – treffen we alsnog aan in het onderstaand verslag.
Stom geslagen door de stroom
Het touwtrekken was afgelopen. Op het veld maakte een aantal jonge boerinnen een dans om vervolgens plaats te maken voor de boerenzonen die 1500 meter om het hardst zouden gaan lopen. De spanning was voelbaar bij allen die zich verdrongen rond het centrale veld. Opdat de toeschouwers niet al te zeer de ruimte voor de sporters zouden beperken, was het strijdperk afgezet met palen en een stevige ijzeren draad van de Engelsen uit de oorlog. Opeens was daar een rumoer en ging een duidelijke siddering door
het publiek. Het hardlopen was nog niet begonnen. Iemand riep: “Den draad staat onder stroom!” Men zag een kluwen van verschrikte gezichten. Mannen riepen, vrouwen gilden. Haren stonden overeind. Duidelijk was dat zich hier een kleine catastrofe voltrok. Gelukkig was de stroom niet van die zwaarte dat men er onmiddellijk het leven bij liet. De meeste mensen gelukte het om van de vermaledijde stroomdraad los te geraken, mede dankzij slagvaardig optreden van diverse jonge boeren. Maar voor Riek van den Acker uit de Deelse Kampen verliep de redding niet geheel vlekkeloos. Enkele jonge boeren hadden al geprobeerd haar van de stroomdraad los te trekken welke zij krampachtig vast bleef houden, niet in staat zijnde die uit eigen beweging los te laten. Bovendien kreeg iedereen die haar aanraakte meteen ook de nodige schokken te verduren.
Riek ligt op de grond en niemand doet iets. Tussen de omstanders staat ook de jonge boer Johan Donkers van de Mouthoef in
Boekel die al enige tijd een oogje heeft op de jonge vrouw die daar met een hevig verkrampt gezicht in het gras licht te schokken, omgeven door met radeloosheid stomgeslagen boerenzonen en -dochters. In de beginjaren van de oorlog woog de jongeman amper 55 kilo en hoestte veel. Toen Johan tijdens de oorlog door de Arbeidsdienst werd opgeroepen om zware arbeid te gaan verrichten
in de bergen van Mook, had een van zijn broers gezegd: “… Of hij overleeft het niet, of hij wordt er sterk van!” Hier was dan ineens die Boekelse boerenzoon die iedereen opzij duwde, zijn zakdoek om de stroomdraad sloeg en met één ferme ruk Riek van den Acker van de vervloekte draad verloste …
Dramatische gebeurtenis in de doofpot?
Tijdens mijn zoektocht naar de gebeurtenissen op die gedenkwaardige 15e september 1946 ben ik in geen van de genoemde kranten iets tegengekomen over het dramatische incident wat die zondagmiddag heeft plaatsgevonden. Op een gegeven moment is een draad welke gespannen was om het publiek buiten het ‘strijdperk’ te houden, onder stroom komen staan. Volgens drie personen die
daarbij ook aanwezig waren, stond er 220 volt op en bleven tientallen personen aan de draad ‘plakken’. Zij konden zichzelf daar niet van bevrijden. Niet alleen mijn moeder, ook haar broer Wim heeft aan die draad vastgezeten. Onafhankelijk van elkaar vertelden zij hoe verschrikkelijk het was. Toen het gebeurde had mijn moeder het gevoel dat haar ogen uit de kassen sprongen en tegen de glazen van haar bril bleven plakken. Mijn moeder had na het gebeuren schroeivlekken in haar handen en heeft twee weken lang niets vast kunnen pakken zonder weer een soort van stroom door haar lichaam te voelen gaan. Onze ome Wim herinnert zich dat ze tegen hem riepen. “Ge moet umhog springe en dan losloate!” Maar hij kon niet springen. Hij dacht dat zijn laatste uur had geslagen. Wim kwam pas los toen de stroom eraf ging. Beiden zeiden ook dat als ze nog veel langer aan die draad waren blijven hangen, ze het niet overleefd zouden hebben. Ze hadden het gevoel dat hun laatste uur had geslagen. Gelukkig heeft Riek aan het hele gebeuren verder niks overgehouden, behalve haar Johan dan.
Stel je voor dat die draad langer onder stroom was blijven staan, dan was er ongetwijfeld een aantal slachtoffers gevallen. Dat zou voor Gemert een ramp zijn geworden. Hoe komt het dat daarvan niets is terug te vinden in de kranten van toen? Heeft de organisatie van het festijn daar een hand in gehad? Uiteindelijk waren zij verantwoordelijk voor het incident. Of is er misschien sprake geweest van censuur?
En er blijven vragen. Wat is er precies gebeurd op die middag? Hoe heeft die draad onder stroom kunnen komen staan? Hoeveel
mensen hebben aan die draad vastgezeten? Wat hebben ze gevoeld? Wat hebben ze gedacht? Hoe zijn ze los gekomen? Wie heeft ervoor gezorgd dat de stroom weer van de draad werd afgehaald en hoe heeft hij/zij dat gedaan? Wat hebben mensen die zelf niet aan de draad vast zaten gezien? Wat hebben ze vervolgens gedaan om de slachtoffers te helpen? Waren er gewonden? Hoe is er door de organisatoren van het festijn gereageerd op het incident? Heeft iemand een wel zeer gevaarlijke grap uitgehaald?
Hoe ’t aan raakte op ’t pèdje
Vele jaren later hoor ik van Mien van den Acker hoe Johan na het redden van Riek zijn kans schoon zag. Hij heeft de verschrikte
en bijzonder aangedane jonge boerin aangeboden om haar achterop zijn fiets naar huis te brengen. Zij kon geen nee zeggen tegen haar redder. Dus fietsten zij even later via het Kruiseind en langs de prachtige molen “De Bijenkorf” en over De Deel tot aan de boerderij van d’n Tûws, waar ze het pedje naar de boerderij van Kneel van den Acker en Jana van Asseldonk op fietsten.2 Eerst
over het karrenspoor langs de hoge beukenheg en dan tussen aan weerskanten prikkeldraad over het door vele fietswielen uitgeholde paadje van nog geen twintig centimeter breed. En ergens halvewege dat pedje, waarschijnlijk bij de met enkele prachtige knotwilgen omgeven waterpoel, vol met kwakende kikkers, daar heeft Johan al zijn moed verzameld en is gestopt. Of heeft hij in al zijn
zenuwen in de bocht niet goed meer het evenwicht kunnen bewaren. Maar daar op die plek heeft hij, denken wij, met bonzend hart Riek verteld dat hij verliefd op haar was en daar hebben ze elkaar, denken wij, de allereerste kus gegeven.
En Wim? Die moest te voet naar huis. Iemand had nog tegen hem gezegd: “Miskien worde wèl hil aawd naw ge zò onder stroom hèt
gestôn!” Maar Wim moest elke honderd meter stil blijven staan omdat hij niet meer kon lopen, zo zeer deden zijn benen. En bij d’n Tûws dacht hij zelfs dat hij nooit meer thuis zou komen. Inmiddels is hij wel 81 jaar oud.
NOTEN:
1. In de Helmondsche Courant staat een drukfout. Er staat maandag 15 september i.p.v. maandag 16 september.
2. Riek van den Acker heeft zelf een prachtige beschrijving van ’t pèdje gegeven in Gemerts Heem 1997 nr.2.
Bekijk PDFGH-2012-01 De Smédsgang
Ad Otten
In de loop van vorig jaar dook er een olieverfschilderij op dat een woningenrijtje laat zien met drie voordeuren in de voorgevel en vóór de eerste deur een gemetselde put met puthaak. Het schilderij is in de linkerhoek gesigneerd: ‘Joh(s) Nicolaas Jr., 1937 Gemert NBr.’ Johannes Nicolaas jr. is een tamelijk bekende kunstschilder (1904-1982), die woonde en werkte in Amsterdam, Abcoude, Meppel en vanaf 1934 in Eindhoven. Achter op de lijst is een kartonnetje gehecht met de tekst: “Ter herinnering aan Uw afscheid als hoofd der St.Antoniusschool Valkenswaard, 30 juli 1938. De onderwijzers”.
Het heeft best een hele tijd geduurd voordat duidelijk werd waar de woningen van het schilderij precies thuishoorden in Gemert. Koosje Verspuij-van Lieshout bood uiteindelijk uitkomst. Zij werd in 1940 in het middelste pandje geboren. Het woningrijtje stond in de Kerkstraat in de gang achter sméd Piet van de Crommenacker, in wiens pand zich een tijdje na de oorlog loodgieter Sjef Colen vestigde. Rond 1950 moet het woningrijtje zijn gesloopt.
Dat er niet getwijfeld hoeft te worden aan de juistheid van de lokatie blijkt wanneer Koosje een foto voor de dag tovert met exact dezelfde woningen als op het schilderij. De foto kreeg ze lang geleden van Bertha Wijn (van de winkel) en naar alle waarschijnlijkheid is zij ook één van de kinderen in het deurgebont van de middelste woning.
Koosje van Lieshout weet uit haar jonge jaren dat haar ouders de woning huurden van Piet de Sméd en diens echtgenote Jo de Klant (van Zeeland). Koosje is een dochter van Harrie van Lieshout indertijd beter bekend als Driek d’n Baands. Haar vader was schilder van beroep maar werd met z’n 40ste al invalide. Het gezin Van Lieshout kreeg tien kinderen. Moeder was geboortig van Uden en na hun huwelijk in 1934 woonden ze een tijdlang in ‘s-Hertogenbosch, waar ze ook de eerste kinderen kregen. Het jonge gezin kwam in 1936 terug naar vaders geboortedorp en woonde een tijdlang op het Hopveld. Het gezin telde al vijf kinderen toen kort voor de geboorte van Koosje (Jacoba) het huisje in de Smédsgang werd betrokken. Hoelang precies de familie Van Lieshout daar gewoond heeft? In elk geval de hele oorlogsperiode. Zo weet Koosje zich nog goed te herinneren dat er indrukwekkende Engelse tanks voor de gang geparkeerd stonden. Dat de schuur, voorop in het woningrijtje, gebruikt werd door sméd van de Crommenacker, dat in het eerste woningske Frits van de Kerkhof woonde, in het middelste hun gezin, dat de laatste deur was van Jac van de Putten en dat er om de hoek van het woningrijtje een ‘heuske’ stond…
Na een schoorsteenbrand, kort na de oorlog, is het gezin Van Lieshout verhuisd naar de later in Julianastraat omgedoopte Commandeurstraat. Hoe de vader van Koosje aan de bijnaam “d’n Baands” is gekomen is bij niemand in de familie bekend. Wel dat ook opa Van Lieshout in Gemert al luisterde naar de naam ‘Driek d’n Baands’.
met dank aan Koosje Verspuij-van Lieshout
Bekijk PDFGH-2012-01 Oude vrouw ontvoerd uit Gemert
Ad Otten
(uit: Peelbelang, 24 oktober 1953)
Vorige week vrijdagavond werd de 82-jarige weduwe v.d. K., die hier bij haar familie vertoefde en reeds naar bed was gegaan, door de Beek en Donkse tak van de familie ontvoerd. De oude vrouw werd in een taxi meegenomen. Zij woonde al geruime tijd bij haar Gemertse dochter. Er is een erfeniskwestie in het spel. De Beek en Donkse kinderen waren het er in ieder geval niet mee eens, dat de oude moeder in Gemert verbleef, te minder nog, omdat zij zelf uit het ouderlijk huis werden geweerd. De maatregel was echter wel erg radicaal.
Bekijk PDFGH-2012-01 Alles over Gemertse Straatnamen
Ad Otten
Op de website van onze heemkundekring is een complete straatnamen-encyclopedie aangeleverd over de historische achtergrond, invoering en betekenis van Gemertse, Handelse, Mortelse danwel Elsendorpse straatnamen. Zie onder “BRONNEN” en klik op Gemertse Bronnen nr. 14. De auteurs zijn Ad Otten en wijlen Luc Deimann. In alfabetische volgorde worden alle straatnamen afgehandeld. Oude en nieuwe. Bijna honderd pagina’s met kostelijke informatie.
Bekijk PDFGH-2012-01 Grouwelhoek en Schenkskamp op Milschot
Ad Otten
Op 12 oktober 1814 wordt ten overstaan van notaris Aelders in Gemert een akte van scheiding en deling opgemaakt voor wat betreft de nalatenschap van de op 20 mei 1800 overleden Jean Keunen. Genoemd wordt bouwland in De Ren, op Milschot, genaamd de Grouwelhoek, de Schenkskamp in de buurt van Milschot, bouw- en weiland genaamd de Emelsbleek, weiland op Milschot, bouwland aldaar genaamd Neesenhof en bouwland op Milschot. Van een kaart van omstreeks 1600 weten we dat op Milschot zo ongeveer tegen de bedding van de Snelle Loop een galg was opgesteld. De namen Grouwelhoek en Schenkskamp lijken daarmee te kunnen worden verklaard…
Bekijk PDFGH-2012-02 Laaien en Lossen tussen Koks en Drie Ossen
Ad Otten
Wim van den Eijnden bezorgde ons de tekst van een Gemerts liedje dat in het verre verleden moet zijn gemaakt door Frans d’n Hééj (Van Schijndel)
Weet je waar ik geboren ben?
Tussen elzenheggen en gele brem.
Weet jij de Krengelhoek,
de Oliekelde en Molenbroek?
Weet jij wie er in Gemert de beste snevel verschudt?
Dat is bij Bultje Beeke en Lien Put.
Ga de gij wel ’s jensen
met Hannes doke of andere mensen
En kom jij tussen Koks en De Drie Ossen
Daar kun je laaien en lossen.
Bekijk PDFGH-2012-02 Elisabeth van de Meulenhof (1860 – 1931)
Ad Otten
De moeder van de in 2006 zalig verklaarde pater Eustachius
Zij werd geboren op 10 april 1860 te Gemert op Binderseind C54, als dochter van Petrus van de Meulenhof, bouwman 39 jaar, en Petronella Sterken, boerin 26 jaar. Zij is het derde kind in het gezin en genoemd naar de inwonende oma Elisabeth Blox, weduwe van Jan van de Meulenhof. Na Elisabeth krijgt het gezin Van de Meulenhof-Sterken nog 6 kinderen. Een maand voordat ze zestien wordt, verhuist Elisabeth naar Beek en Donk waar ze naar alle waarschijnlijkheid in een dienst gaat met kost en inwoning. Op 27 maart 1878 trouwt ze te Aarle-Rixtel met de tien jaar oudere Wilhelmus van Lieshout. Het is een ‘moetje’. Elisabeth is dan nog net geen achttien jaar. Drie maanden na het huwelijk krijgt ze al haar eerste kind Johannes. Haar elfde kind, geboren op 3 november 1890 te Aarle-Rixtel, krijgt de naam Hubertus. Het is de latere pater Eustachius die in 1943 te Belo Horizonte (Brazilie) overlijdt en in 2006 zalig wordt verklaard.
Na Hubertus in 1890 krijgt Elisabeth van Lieshout-van de Meulenhof nog 4 kinderen. Van haar 15 kinderen overlijden er 4 als baby. Drie dochters treden in het klooster.
Elisabeth sterft op 12 februari 1931 te Aarle-Rixtel. Haar man Willem van Lieshout is al eerder overleden op 3 mei 1924.
Haar zoon Hubertus gaat van 1903 tot 1905 naar de Latijnse school in Gemert en studeert daarna tot 1913 bij de Damianusstichting van de Heilige Harten te Grave. In 1915 legt hij de kloostergeloften af, wordt lid van de Congregatie van de Heilige Harten en krijgyt de kloosternaam Eustachius.In 1919 wordt hij priester gewijd en in 1925 vertrekt hij naar Brazilie. Over zijn leven en werk daar is veel geschreven. Hij overlijdt aan de vlektyphus te Belo Horizonte op 30 augustus 1942. In 2006 wordt hij door paus Benedictus XVI zalig verklaard.
Bekijk PDFGH-2012-03 Antoon Baselmans en de Gimmertse Laaj
Ad Otten
Op de foto Antoon Baselmans uit Aalst die in een winkel in Eindhoven de ‘kunst’van de handweverij demonstreert. Hij was een vakman. Dat wist iedereen. In de jaren vijftig weefde hij zelfs damast voor de Engelse koningin. Hij was het ook die in 1971 naar het wevershuis D’n Traonpot in de Gemertse Kromstraat kwam om alle onderdelen van het handweefgetouw van Jasper Hendriks (Jas d’n Botter) te duiden en het samen met Piet van der Putten, Merien van Gemert en ondergetekende weer helemaal in elkaar te zetten. Alle onderdelen lagen uit elkaar in de stal. Het eerste waar Antoon ons op attendeerde was: “Verdorie hiejr ligt nog een Gemertse Laaj”. Hij doelde daarmee op een weeflade met aan weerszijden een door een simpele handbeweging in hoogte verstelbare weefspoelbak met twee etages en op elke etage een weefspoel met verschillend garen. Handig voor het weven van bijvoorbeeld Brabants Bont. Met deze wissellade kon veel sneller van kleur worden verwisseld.
De opmerking van ‘buitenlandse’ Antoon maakte ons duidelijk dat deze innovatie van de wissellade in de handweverij van Gemertse oorsprong moet zijn geweest. Antoon Baselmans had er in zijn jeugdjaren in Eindhoven en in Aalst nog mee gewerkt… (Voor de Gemertse wissellade zie ook: Gemerts Heem 2012 nr. 2 blz. 6)
Bekijk PDFGH-2012-03 Bevrijding van De Hoef
Ad Otten
In Gemert bezet – Gemert bevrijd staat een foto met bewoners van De Hoef gemaakt op bevrijdingsdag 25 september 1944 (zie blz. 173). Zij hadden de nacht doorgebracht in de kelders van de Jezuitenbouw van het kasteel. Intussen kennen we alle personen. Van Berdina en Leny Jansen, nu woonachtig in respectievelijk Heerenveen en Valkenswaard, kregen we alle namen en ook nog allerhande bijzonderheden. Leny heeft altijd onthouden dat ze op het kasteel gingen slapen omdat de Duitsers de huizen in De Hoef zouden opblazen. Het was daags voor de bevrijding en vanuit het kasteel te Gemert werd de aanval gedirigeerd op de door de geallieerden bevrijde Corridor bij Veghel. Op 25 september 1944 in alle vroegte besloot de kasteelbezetting (gelukkig) om op te breken en zich terug te trekken op Overloon-Venraij. Een paar uur later werd Gemert bevrijd door de Engelsen. In de voorafgaande nacht hadden met name de kinderen zich volop vermaakt (!) in de kelders van de Jezuitenbouw. De Hoefbewoners van de woninrij van de voormalige weeffabriek van Prinzen hadden daar allemaal matrassen tegenelkaar aan geschoven en Berdina weet zich nog goed te herinneren dat op Van Ansem met alle kinderen steeds aan het koprollen was geweest. Iedereen had grote pret.
De foto moet zijn gemaakt door pater Loffeld, vermoedelijk kort nadat de Duitsers het kasteel verlieten en de bewoners van De Hoef weer naar huis konden.
Bekijk PDFGH-2012-02 Historische boerderijen van Peelland tot Land van Cuijk
Ad Otten
(een recensie)
In april 2012 presenteerde Stichting de Brabantse Boerderij in het Boerenbondsmuseum te Gemert een opmerkelijk boek onder de titel ‘Historische Boerderijen van Peelland tot Land van Cuijk’. Opmerkelijk om verschillende redenen. De belangrijkste auteur van het boek (Jan Timmers) is bij alle lezers van Gemerts Heem bekend. Het boek is bijzonder kleurrijk. Het meest opmerkelijke is echter de compacte heldere en informatieve inhoud. Over de boerderij, ook die uit de regio, is al veel geschreven, maar met dit boek in handen heb je meteen de indruk van ‘hé dit is nieuw, dit is anders’ en van ‘dit zocht ik eigenlijk’. Jan behandelt de ontwikkeling van de boerderij vanaf ‘de eerste boeren in het landschap’, de verschuiving van de bewoning op de akkers naar de overgangsgebieden van droog en nat in de middeleeuwen. Dan komt de ontwikkeling van een voorloper van het hallehuis tot kortgevelboerderij. Uitbreidingen in allerhande varianten passeren de revue. De krukgevel, de hoekgevel, verbrede zijbeuken, boerderijen annex herberg, de T-boerderij, en in de tweede helft van de negentiende eeuw het ontstaan van de bekende langgevelboerderij uit de kortgevelboerderij, de gebintconstructies en allerhande aanpassingen. Daarna komen ook de boerderijen van de twintigste eeuw aan bod tot en met de boerderijtypen uit andere delen van het land die ook in onze regio werden gebouwd ten tijde van de ontginning van de Peel. De vele illustraties uit Gemert en omgeving zullen deugd doen. Deel II van het boek is geschreven door Mark Bimmel en Judith Toebast, bouwhistorici en monumentendeskundigen. Zij bieden ‘Handreikingen voor het behoud van het ruraal erfgoed’, opnieuw met kostelijke illustraties uit het streekeigene. Harry Maas tenslotte voegt een bijlage toe met het vergunningentraject en subisidemogelijkheden voor (monumentale) boerderijen. Het boek, dat slechts 15 euro kost en bij de heemkundekring verkrijgbaar, is een ‘must’ voor elke boerderijbezitter of in de geschiedenis van de (historische) boerderij geïnteresseerde. Behoud van waardevol erfgoed begint met de kennis daarvan…
Bekijk PDF