GH-2024-4 “Hoe komt zo’n Belgische tegel in Gemert terecht?”
Paul Verhees
Spelende kinderen vonden in De Rips tussen de Heilige Geestlaan en de Kasteellaan een paar vloertegels van ruim een eeuw oud. Veel kinderen zouden ze zien als afval en er misschien mee gaan spelen of ze proberen kapot te breken. Zo niet Yous Hunnersen, één van de vinders. Hij was meteen geïnteresseerd in de geschiedenis van de tegels.
Zevenjarige Yous vond de tegel toen hij met zijn broertjes en vriendjes aan het vissen was in De Rips. Dat doen ze regelmatig en dan vangen ze kikkervisjes in hun schepnetjes. Maar in augustus raapte Yous een tegel op van de bodem van het beekje. Het was hem meteen duidelijk dat hij iets heel ouds had gevonden dat misschien wel zeldzaam was. Hij nam de tegel mee naar huis en maakte hem schoon. En nu? Zijn moeder Dian vroeg aan de heemkundekring of die de vondst kon duiden. En ze vertelde het aan haar buurvrouw. Die wist dat haar negenjarige dochter Cato Rijerse een jaar eerder ook al een tegeltje had gevonden, niet verder dan enkele tientallen meters van de plek waar Yous zijn tegel vond.
Belgische tegel
Op beide tegels staat op de onderkant de naam van de fabrikant en daaruit valt op te maken wanneer ze zijn geproduceerd. Dat moet eind negentiende, begin twintigste eeuw zijn geweest. De tegel die Yous uit De Rips opviste, komt uit de fabriek van Utzschneider in het Belgische Jurbise (de Nederlandse naam is Jurbeke), zo staat op de onderkant. De naam van de directeur staat er ook op: Ch. Michelet.”Hoe komt zo’n Belgische tegel in Gemert terecht?”, vraagt Yous zich af.
Met zekerheid valt dat niet te zeggen, maar een plausibele verklaring valt wel te geven. De vloertegels stammen uit een tijd dat er rond het Ridderplein flink werd gebouwd. De jezuïeten lieten in 1907 een kasteelvleugel bouwen aan het Ridderplein. Het pand waarin hotel De Hoefpoort is gevestigd, stamt uit 1899. Aan de overkant aan het Binderseind is gebouwd in 1908. Het gebouw waarin nu het gemeentehuis is gevestigd, werd in 1878 gebouwd door Willem van Schijndel en rond 1900 verkocht aan moeder en dochter Verschure. Het is zeer wel mogelijk dat bij al die gelegenheden nieuwe vloertegels van de beste kwaliteit werden besteld.
Utzschneider
Over de tegelsoort van het Belgische tegeltje dat Yous Hunnersen vond, is informatie te vinden in het tijdschrift Belgisch Polycare. Dat is een magazine voor de sector van natuursteen, composiet en keramiek. In het julinummer van dit jaar staat een artikel onder de kop ’Van fabrieksvloeren tot de wandeldijken aan de Belgische kust: slijtvaste Waalse fabrieksdallen en plavuizen uit de 19e en vroeg-20e eeuw.’ Daarin staat te lezen dat vloertegelfabriek Utzschneider in Jurbise in 1876 is opgericht als internationale uitbreiding van het gelijknamige bedrijf in het Franse Sarreguemines. De eerste directeur was Charles-Jean-Baptiste Michelet (1844-1920). Het bedrijf leverde tegels aan kerken in Luik, Tienen, Neufchateau en Ghlin en verder voor een hele reeks scholen, ouderlingentehuizen, inrichtingen voor geesteszieken, kazernes, forten, stationsgebouwen en kloosters. Het is goed mogelijk dat de jezuïeten voor hun kloosters zaken deden met Utzschneider. En dus ook voor de jezuïetenbouw in Gemert. Maar ook voor panden als de huidige Hoefpoort en het gemeentehuis werden vloertegels van gerenommeerde bedrijven gebruikt.
Regout
Het tegeltje dat Cato Rijerse vond, is gemaakt in Maastricht, nadat Alfred Regout (1858-1935) daar in 1888 zijn vloertegelfabriek Alfred Regout & Co had opgericht. Dat deed hij, nadat hij twee jaar lang gewerkt had bij De Sphinx, toen nog C.V. Kristal-, Glas- en Aardewerkfabrieken Petrus Regout & Co geheten. In het voormalige industriële Sphinxkwartier in Maastricht heeft oud-Gemertenaar Bart van den Boom inmiddels de Sphinxpassage ingericht, een ode aan de oude Sphinxfabrieken.
Alfred Regout & Co was de eerste fabriek in Nederland waar vloertegels in perstechniek werden gemaakt. In de handelscatalogi van rond 1900 worden de kwalitatieve eigenschappen van geperste keramische vloertegels aangeprezen als ’hardgebakken vloertegels’. Precies zo’n tegel vond Cato toen ze in de Rips met haar voet op iets hards stapte.
Producten van de vloertegelfabriek van Alfred Regout & Co komen algemeen voor in gebouwen en woonhuizen in Nederland en daarbuiten. Het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo heeft enkele exemplaren opgenomen in de collectie.
Hoe meer dan honderd jaar oude tegels uit België en Maastricht in Gemert terecht zijn gekomen, lijkt hiermee wel verklaard.
Raadsel
Hoe ze in De Rips tussen het kasteel en De Hoefpoort zijn beland blijft echter een raadsel. Is dat onlangs gebeurd bij verbouwingswerkzaamheden van het kasteel? Je zou dan het sloopafval eerder verwachten in de kasteelgracht dan in De Rips. Lagen de tegels al in het water sinds de Tweede Wereldoorlog, toen de jezuïetenbouw door de Duitsers in brand is geschoten en in 1943 weer is herbouwd? Raar is dan dat ze niet eerder zijn opgedoken, want er is toch regelmatig onderhoud gepleegd aan De Rips.
De kinderen-Hunnersen en de kinderen-Rijerse hebben al eerder scherven van kruiken in De Rips gevonden. Wie weet wat ze bij hun spelletjes nog meer boven water halen. Ze willen nog weten of hun vondst veel geld waard is. Het zal een teleurstelling zijn als ze horen dat er daarvoor te veel van dit soort tegels zijn gemaakt. Hier en daar liggen er nog hele vloeren van. Maar door de vondst van de tegel is Yous wel geïnspireerd om later archeoloog te worden, zegt hij. En dat is ook veel waard.
FOTOBIJSCHRIFTEN:
De bovenkant van de 16 bij 16 centimeter grote tegel van Utzscheinder.
De onderkant van de tegel van Utzscheinder waarop de gegevens van de fabrikant staan.
De bovenkant van de 8 bij 8 centimeter grote tegel van Regout uit Maastricht.
De onderkant van de 8 bij 8 centimeter grote tegel met daarop de naam van de fabrikant Alfred Regout.
De kinderen (v.l.n.r.) Timo (11), Mo (10) en Yous (7) Hunnersen, Kobe (7) en Cato (9) Rijerse, Raf (4) en Sef (8) Hunnersen aan De Rips tussen het kasteel en De Hoefpoort waar ze de tegeltjes vonden.GEM
De gedachtenisprent van Charles-Jean-Baptiste Michelet, wiens naam op de onderkant van de Utzscheindertegel leesbaar is.