GH-2024-4 Oude ontginningen langs de breuk van Gemert-zuid, deel 2

 

KLIK HIER VOOR PDF-bestand

Jan Timmers

In een voorgaande aflevering van Gemerts Heem werd een aantal oude ontginningen langs de breuk van Gemert-Zuid beschreven. Het ging over de hoeven Wijnboom, Hazeldonk, Drogemanskamp, Vondervoort en Ten Broek, de latere Armenhoeve. De kern van die oude ontginningen is steeds een ovaalvormig perceel, dat destijds voorzien was van een omheining of wal. In dit vervolgartikel gaan we op zoek naar de plaats van de bebouwing,

die bij die ontginningen hoorde.1

We zagen dat verspreid over Brabant, maar dus ook in Gemert, oude ontginningen voorkomen met een min of meer rondlopende of ovale vorm, in ieder geval met afgeronde hoeken. Die percelen waren omgeven door een omheining, die ook wel ‘gelookt’ genoemd werd. Die omheining kon bestaan hebben uit een aarden wal, al dan niet met begroeiing van een heg, soms ook uit een omheining in de vorm van een palissade of een combinatie ervan. Vanwege zo’n omheining zou je verwachten dat de gebouwen die bij de ontginning hoorden, ook binnen die omheining gelegen zullen hebben. Dat blijkt in ieder geval zo te zijn bij het goed Ter Vondervoort. In 1430 treffen we de vermelding aan van een hofstad, genaamd Ter Vondervoert, ‘met zijn gebouwen, akkerland enbeemden, binnen het geloect’. Behalve de gebouwen lagen er ook akkers en beemden binnen de omheining. Bij de oude ontginning Drogemanskamp op de hoek Beeksedijk-Hazeldonklaan ligt de huidige bebouwing nog steeds binnen de oude grens van de ontginning. Maar dat blijkt niet altijd en overal het geval te zijn.

De situatie bij Ten Broek

We beginnen bij het goed Ten Broek, de latere Armenhoeve aan het eind van de Kromstraat. Het huidige hoofdgebouw is de oudste bestaande boerderij die Gemert rijk is, maar die ligt nu buiten de omheining. Er hoorde voorheen een losstaande schuur bij, die in de jaren ’80 van de vorige eeuw is gesloopt. Die schuur stond wel binnen de omheining, juist op het randje. De vraag is of dat ook de oude situatie was. Bij egalisatie van het terrein ten behoeve van de bouw van een nieuwe veestal en in de bouwput van die stal heeft Ad Otten een paar archeologische waarnemingen gedaan, die op het kaartje op pagina 11 zijn ingetekend. Op de plaats van het sterretje met het cijfer 1 werden sporen aangetroffen, die waarschijnlijk te maken hebben met de omheining op die plaats. In deel 1 van dit artikel schreven we daar al over. Op de plaats van het sterretje met cijfer 2 trof Ad iets anders aan. Het is precies de plaats waar toen de nu nog bestaande veestal werd gebouwd, binnen de oude omheining.

Midden op het oude omheinde terrein werden paalsporen aangetroffen van redelijk zware palen. Daartussen waren sporen zichtbaar van dunnere palen. Ad schreef erbij dat hij dacht dat het een palissade was. Hij trof ook nog iets anders aan, namelijk meerdere concentraties van een laag leem van enkele centimeters dik, die als bouwmateriaal gediend kunnen hebben. De sporen die Ad aantrof zullen door moderne archeologen anders geïnterpreteerd worden. Het gaat hier veel eerder over de wand van een huis bestaande uit vlechtwerk tussen zware stijlen. Dit is nog meer aannemelijk vanwege de aangetroffen leemlaagjes, die te interpreteren zijn als resten van een lemen vloer of mogelijk als resten van leem, waarmee het vlechtwerk van de wand werd besmeerd. De sporen wijzen erop dat er binnen de oude omheining een gebouw heeft gestaan. Het is heel goed mogelijk dat dit de resten zijn van het oudste hoofdgebouw van het goed Ten Broek. Destijds heeft er geen uitgebreid archeologisch onderzoek plaatsgehad en een datering van de gevonden resten kennen we daarom niet. We weten wel dat Goyart van Wermpt als eigenaar van Ten Broek omstreeks 1440 het landgoed heeft uitgebreid met delen van het aanpalende goed Ten Boer. In deel 1 van dit artikel kwam dat al aan de orde. Het is goed denkbaar dat hij in samenhang met die uitbreiding toen een nieuw hoofdgebouw liet bouwen buiten de oude omheining. De losstaande schuur van de Armenhoeve stond wel binnen de oude omheining en het is om die reden denkbaar dat de schuur al bestond tijdens de nieuwbouw van de Armenhoeve van circa 1440. Harde bewijzen voor deze ontwikkeling hebben we niet, maar het is wel aannemelijk.

De hoeve Hazeldonk

Het wegenpatroon rondom de hoeve Hazeldonk heeft een bijzonder karakter. De Hazeldonklaan, komende vanuit de Wijnboomlaan in het noorden, maakt een vreemde bocht, die volgens de kadasterkaart in 1832 nog veel scherper was. Die bocht heeft niet te maken met een hoogteverschil of een daarmee samenhangende natuurlijke barrière in de vorm van een moeras of waterloop. Er moet een andere reden zijn. Ook valt het op dat de Hazeldonklaan naar het (zuid)oosten een gebogen verloop heeft, die ook niet verklaarbaar is uit de natuurlijke omstandigheden. De zijweg in westelijke richting, de Joffer Grevenbroekpad, heeft ook een gebogen tracé. Alles wijst er op dat de hoeve Hazeldonk aanvankelijk een ontginning was met een (deels) rondlopende vorm of met afgeronde hoeken. In deel 1 is daar al op gewezen.

De scherpe hoeken in de weg bij de hoeve wijzen er verder op dat het noordelijk stuk van de Hazeldonklaan vanuit de Wijnboomlaan de oude toegangsweg geweest zal zijn. De weg loopt recht naar de omheinde ontginning. Later zal de weg verlengd zijn, maar loopt dan om de ontginning heen en volgt de oude omheining. Het heeft er alle schijn van dat de toegangsweg recht naar het hoofdgebouw van de Hazeldonk liep en dat dat hoofdgebouw op het erf stond van het huidige adres Hazeldonklaan 40, de boerderij van Jan van Dijk. Daarvoor zijn er nog meer redenen. De breuk van Gemert-Zuid loopt dwars door de oude ontginning. Het oostelijk deel ligt hoger dan het westelijk deel. Dat westelijk deel was aanvankelijk veel te nat om er een woning te bouwen. Op het hogere en drogere deel past dat veel beter. Bovendien is het een -donk naam en een donk is een hoger gelegen plek. Gezien die naam zal de oudste ontginning dus op het hoge deel hebben gelegen. Verder vertelde Jan van Dijk dat er bij de bouw van een varkensstal op zijn erf sporen van een gracht of brede sloot werden aangetroffen. Mogelijk was het oude hoofdgebouw al voorzien van een gracht. Het lijkt er op dat we hier, net als bij de hoeve Ten Broek, te maken hebben met een latere verplaatsing van het hoofdgebouw. Op de kadasterkaart van 1832 staat er alleen in het zuidwestelijk deel van de oude omheinde ontginning een prominent gebouw: de omgrachte hoeve Hazeldonk. Als omgrachte hoeve bestond deze al in de 15de eeuw. De toenmalige eigenaar Henrick Becker liet in 1446 op het terrein een nieuwe hoeve bouwen en dat gebouw komen we in archiefstukken later steeds tegen als de hoeve Hazeldonk met grachten er omheen.3 De 15de eeuw was de Gouden Eeuw van Brabant en in die periode werden veel hoeven gebouwd met een gracht er omheen. Het lijkt een trend te zijn, niet alleen in Gemert maar in heel oostelijk Brabant. In Gemert kennen we bijvoorbeeld de bouw van het Slotje of Huis Lankveld omstreeks 1430. Ook in de 15de eeuw, rond 1450, werd de omgrachte hoeve op Esp in Bakel gebouwd.4 Henrick Becker volgde die trend en verving het oude hoofdgebouw door een omgrachte hoeve in het lager gelegen deel van hoeve Hazeldonk. In 1909 heeft de Latijnse School als toenmalige eigenaar de hoeve Hazeldonk vervangen door nieuwbouw op de plaats van het oude hoofdgebouw van vóór 1400. De oude hoeve werd afgebroken en de grachten dienden als eerste stortplaats van huisvuil van de gemeente.

Ten Hogen Aarle

In het zuiden van De Mortel, tegen de grens met Bakel, ligt de middeleeuwse hoeve Ten Hogen Aarle, zo ongeveer op de Peelrandbreuk. Omdat iets ten noorden van Hogen Aarle de Breuk van Gemert-Zuid begint als zijbreuk van de Peelrandbreuk, past Ten Hogen Aarle prima in het rijtje oude ontginningen. In deel 1 is deze hoeve niet genoemd, maar de overeenkomst met de situatie rond de Hazeldonk is zo groot, dat we er bij stilstaan. Westelijk van de breuk in het lage gedeelte ligt de omgrachte hoeve Ten Hogen Aarle. De buitengracht was in 1832 deels gedempt, maar booronderzoek wijst uit dat de buitengracht eertijds geheel rondom aanwezig was.5 Ook bij de Hazeldonk was een dubbele gracht aanwezig. Een andere overeenkomst is dat beide hoeven aanvankelijk bezit waren van de adellijke familie Van Gemert. Wanneer de omgrachte hoeve op Hogen Aarle is gebouwd, zal nog moeten worden onderzocht, maar dat zal waarschijnlijk ook ergens in de 15de eeuw zijn geweest. We zien namelijk oostelijk van de hoeve en ook oostelijk van de breuk op het hoger gelegen gebied ook een paar oude boerderijen met daar in de buurt de restanten van een gracht. Bij Hogen Aarle mogen we daarom veronderstellen dat er aanvankelijk op deze oude ontginning een omgrachte boerderij op het hoge gedeelte aanwezig was en dat er later in het lage deel een nieuwe omgrachte boerderij werd gebouwd. Op Hogen Aarle zien we op de oude kadasterkaart niet direct ronde of ovale perceelsvormen, die wijzen op een oude omheinde ontginning, maar er is daar wel iets anders dat opvalt. Aan de noordelijke rand van de akker van Ten Hogen Aarle is een flinke aarden wal aanwezig. Uit oude topografische kaarten blijkt dat die wal voorheen nog een stuk langer geweest is. Het meest oostelijke stuk is verdwenen, maar op de kadasterkaart van 1832 staat het langgerekte perceel, waar de wal op lag, aangegeven als ‘hakhout’ en ‘bergen’. Kennelijk lag er op de noordelijke rand van de oude ontginning een aarden wal als omheining, die nu nog steeds voor een deel bestaat. Het is denkbaar dat de wal vroeger doorliep naar het zuidwesten, verderop langs de Lagen Aarleseweg. Op de hele noordelijke rand van Ten Hogen Aarle zou dan een aarden wal als omheining aanwezig geweest zijn. De zuidgrens van de ontginning ligt op de grens met Bakel en wordt gevormd door de Snelleloop. Die waterloop werd destijds wellicht beschouwd als een afdoende ‘omheining’ aan de zuidkant. Het lijkt alleszins de moeite waard om dit gebied nog eens verder te onderzoeken.

Noten: 1. Deel 1 van het artikel verscheen in Gemerts Heem 2024, nummer2. 2. Aantekeningen van Ad Otten in de collectie van de heemkundekring. 3. Jan Timmers, Een nieuw gebouw op de Hazeldonk in 1446, Gemerts Heem, 1987, nummer 3. 4. Voor het Slotje zie: Jan Timmers, Het Slotje: adellijk huis Lanckvelt, Gemerts Heem 2007, nummer 3; voor Esp: Jan Timmers, Archeologie en cultuurhistorie binnen de Reconstructie Zandgronden. Herstel van een moated site in Bakel, Westerheem 2007. 5. Ria Berkvens, Booronderzoek Gemert-Bakel, Esp, ’t Slotje, Hazeldonk en Ten Hogen Aarle. Rapport Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland (AWN-afdeling 23), 2001.

FOTOBIJSCHRIFTEN:

De omgeving van de hoeve Hazeldonk op de kadasterkaart van 1832. De zwarte stippellijn is de breuk van Gemert-Zuid. De rode lijn geeft een indicatie van de omvang van de oude omheinde hoeve. De streeplijn volgt perceelsgrenzen, die in 1832 nog bestonden. Het gestippeld deel is een veronderstelling. De rode pijl langs het noordelijk deel van de Hazeldonklaan geeft de toegangsweg naar de hoeve Hazeldonk aan vanuit de Wijnboomlaan. Het zuidoostelijk deel van de Hazeldonklaan is een weg van iets latere datum, die om de oude ontginning heen loopt en de omheining volgt. De ster geeft de vermoedelijke plaats aan waar het oude hoofdgebouw stond.

Links de plattegrond van de hoeve Hazeldonk met een dubbele gracht aan de Joffer Grevenbroekpad.

Rechts de gebouwen, zoals die er vlak voor de sloop uitzagen volgens de bewoner Marinus de Wit. (Tekening Ad Otten)

Het ovaalvormige perceel bij Ten Broek is de oude kern van de ontginning. Aan de oostkant ligt de Oude Helmondseweg, die de omheining ervan volgt. Dit pad is met een rode stippellijn ingetekend. Op de kadasterkaart staat deze niet aangegeven, omdat het privé eigendom was. Het pad liep over de akkers van Ten Broek en bestond al veel langer. De rode sterren 1 en 2 geven de plaatsen aan waar archeologische sporen werden aangetroffen. Het cijfer 3 geeft de bestaande boerderij aan en 4 is de losstaande schuur, die in de vorige eeuw gesloopt werd.

Hieronder de schets die Ad Otten maakte van het profiel in de bouwput van de veestal en de aantekening die Ad er destijds bij maakte.2 Het goed Ten Broek of de Armenhoef in de Kromstraat, gezien vanaf de Oude Helmondseweg met links op de foto de verdwenen schuur.

Reconstructie van het huis dat in 1446 op Hazeldonk werd gebouwd. (Tekening naar Herman Strijbos)

De topografie van Hogen Aarle in 1900. Op de noordrand van de akker van Hogen Aarle ligt een forse aarden wal.

 De omgeving van hoeve Ten Hogen Aarle aan de Lagen Aarleseweg in het zuiden van De Mortel op de kadasterkaart van 1832. De witte lijnen geven de huidige wegen aan. De zwarte stippellijn is de Peelrandbreuk. Midden op de kaart de omgrachte hoeve Ten Hogen Aarle aan de lage kant van de Peelrandbreuk. Rechts op de kaart aan de hoge kant van de Peelrandbreuk binnen de gestippelde cirkel een ander deel van Ten Hogen Aarle. Het oudste gebouw stond waarschijnlijk in de buurt van die plek. Daar ligt ook een restant van een oude gracht. Met een bruine streeplijn is de aarden wal aangegeven, die de akker aan de noordrand begrenst. Het bruin gestippelde deel links geeft een mogelijk verder verloop aan van een vroegere wal.