GH-2025-1 Graf van het echtpaar Sutorius-Schouten

KLIK HIER VOOR PDF-bestand

Cas Jamin

In Gemert-Bakel zijn oude grafmonumenten te vinden die de hedendaagse voorbijganger niet veel meer zeggen. Dit vormt de aanleiding om in de archieven op zoek te gaan naar die vroegere levens en tegelijkertijd de graven te beschrijven. Op het oude kerkhof van de kerk van Sint-Jans Onthoofding in Gemert is het graf te vinden van Petrus Antonius Sutorius (1804-1886) en zijn vrouw Maria Elisabeth Leonora Schouten (1813-1887).

Vooraan op het kerkhof ligt, rechts van het pad, het graf van Petrus Antonius Sutorius en zijn tweede echtgenote Maria Elisabeth Leonora Schouten. Het graf is van oorsprong uitgevoerd in een lichtgrijze steen, maar door verwering en korstmossen heeft het inmiddels gemêleerde licht- en donkergrijze tinten. Het sobere graf bestaat uit een tombe, met een schuin aflopende deksteen geplaatst op een roef. Het opschrift op de deksteen is nog goed leesbaar. Behalve een kader om de tekst en in de vier hoeken van de deksteen een acanthusblad, heeft het graf weinig versiering. Het opschrift luidt: “Bidt voor de ziel van zaliger den heer Petrus Antonius Sutorius geb. te Helmond 9 oct. 1804 overl. te Gemert 17 maart 1886 en van deszelfs echtgenoote mevrouw Maria Elisabeth Schouten geb. te ’s Bosch 8 dec. 1813 overl. te Gemert 4 oct. 1887 R.I.P.” Op het bovenste deel van de deksteen is in het midden een half rechtopstaand Latijns kruis aangebracht in dezelfde steensoort als de rest van het graf. In het kruis is een kader aangebracht en in het snijpunt van het kruis staat het Christusmonogram J.H.S.

Jeugd

Petrus Sutorius wordt in Helmond geboren in 1804, als zoon van Johannes Wilhelmus ‘Jan-Willem’ Sutorius (1772-1834) en Maria Christina Prinzen (1780-1853)1. Zijn moeder is een zus van Johannes Theodorus Prinzen, de latere textielfabrikeur en stamvader van de Gemertse tak van de familie Prinzen2. De ouders van Petrus zijn geboren en opgegroeid in het Pruisische Noordrijn-Westfalen. Daar zijn ze rond 1799 getrouwd in Glehn, waar in 1800 hun eerste kind, Maria Catharina, wordt geboren. In oktober 1802 vestigen ze zich in Helmond. Vader Jan-Willem begint daar voor zichzelf als blauwdrukker en textielverver3. In januari 1803 wordt in Helmond hun zoontje Johannes Peter geboren; hij overlijdt na een half jaar en wordt in Helmond begraven. Op 9 oktober 1804 wordt Petrus Sutorius in dit gezin in Helmond geboren, als oudste jongen en de eerste zoon in een rij van vier. Na hem worden geboren: Paulus (1807), Willem (1809) en Johan (1812). Als zevende en laatste kind wordt in 1814 weer een dochtertje geboren, Anna Christina Francisca. Zij wordt slechts 3 jaar oud en Petrus is 12 jaar als zijn kleine zusje overlijdt.

Werk en jong gezin

Al op jonge leeftijd is Petrus als oudste zoon werkzaam in de katoendrukkerij van zijn vader, gelegen aan De Wiel in Helmond4. In 1828 wordt die uitgebreid met een blauwververij en bij het herenhuis aan de Binderstraat wordt een goedgevulde winkel in textielproducten gestart. Daar verkoopt Petrus onder andere handschoenen, sjaals, dekens en bijna vergeten kledingstukken zoals de borstrok en de slaapmuts. In de periode 1826-1832 begint hij een katoenspinnerij op een perceel in Helmond dat zijn vader in 1826 voor hem aankoopt. Als jongeman verblijft Petrus ook een tijd als koopman in Liedberg in Noordrijn-Westfalen, de plaats waar zijn moeder oorspronkelijk vandaan komt. Hij leert Catharina Theresia Kohlweck (*1810) kennen, met wie hij op 1 december 1832 trouwt in Düsseldorf. Hij is bij het huwelijk 28 jaar oud en zijn bruid 22 jaar. Op 12 juli 1833 laten Petrus en Catharina hun huwelijk inschrijven bij de gemeente Helmond, waar zij intussen zijn gaan wonen5. Zij leggen daarvoor bewijsstukken van het huwelijk in Düsseldorf voor. Op 8 november 1833 wordt hun eerste kind geboren in Helmond. Het is hun zoon Eduard (Johannes Wilhelmus Eduardus) Sutorius. Bij de aangifte van zijn geboorte wordt opgetekend dat Petrus fabrikant is. Als Jan-Willem Sutorius, de vader van Petrus, op 14 januari 1834 op 61-jarige leeftijd overlijdt, neemt Petrus, die al zijn eigen zaken heeft opgebouwd, nu ook als oudste zoon de katoendrukkerij van zijn vader over. Op 7 februari 1835 wordt het tweede kind van Petrus en Catharina in Helmond geboren. Het is weer een zoon, die de naam Willem (Wilhelmus Hubertus Alexius) Sutorius krijgt. Het geluk van het jonge gezin wordt wreed verstoord. Op 28 oktober 1835 sterft eerst het jongste zoontje Willem op de leeftijd van 8 maanden en één uur later overlijdt ook zijn moeder Catharina Theresia Sutorius-Kohlweck op 25-jarige leeftijd.

Weduwnaar en tweede huwelijk

Petrus blijft als 31-jarige weduwnaar achter met zijn oudste zoontje Eduard, dat dan nog geen 2 jaar oud is. Een jaar later, op 25 oktober 1836, hertrouwt hij in Den Bosch. Zijn tweede echtgenote is Maria Elisabeth Leonora Schouten (*1813)6. Bij dit huwelijk is hij 32 en zij 22 jaar oud. Ze krijgen zes kinderen, die allemaal in Helmond geboren worden. Daarvan sterven er drie al vrij kort na de geboorte. Het gaat om hun eerste twee kinderen Johannes Wilhelmus Philippus (*1838) en Wilhelmus Philippus (*1839) en hun laatst-geboren kind Petrus Wilhelmus Jacobus Cornelis (*1844). Daartussen worden achtereenvolgens geboren: Henricus (‘Henry’) Willebrordus Cornelis (*1840), Philippus (‘Philip’) Jacobus Leonardus Cornelis (*1841) en Helena Philippina Paulina Cornelia (*1843). Uiteindelijk ziet Petrus vier van zijn kinderen opgroeien en uitvliegen. Eén zoon uit zijn eerste huwelijk en twee zonen en een dochter uit zijn tweede huwelijk.

Aan de basis van het latere Vlisco

In 1838 krijgt Petrus te maken met een faillissement7. Na verkoop van zijn inboedel, waaronder de waardevolle manufacturen uit zijn winkel, weet hij zijn woning en bedrijfsruimten te behouden. In 1840 verkoopt hij zijn katoenspinnerij aan de Helmondse fabrikant Albertus Bots. In december 1843 sluit Petrus een associatie met de welgestelde Amsterdamse koopman en katoenbleker Pieter Fentener van Vlissingen8. In 1844 brengt Petrus zijn katoendrukkerij en blauwververij ook onder in deze gedeelde vennootschap. In december van dat jaar komt zijn medevennoot Pieter Fentener van Vlissingen te overlijden, waarna Petrus zakendoet met diens weduwe en erfgename. In 1846 trekt Petrus zich terug uit de dan verliesgevende vennootschap met de weduwe Van Vlissingen. Haar twintigjarige zoon Pieter Fentener van Vlissingen jr. krijgt op 15 augustus 1846 de leiding over het bedrijf dat ‘P. Fentener van Vlissingen & Co’ gaat heten. De katoendrukkerij en blauwververij van Petrus Sutorius komen daarmee definitief in handen van de familie Van Vlissingen. In het oprichtingsjaar heeft ‘P. Fentener van Vlissingen & Co’ direct de primeur met de inge-bruikname van de allereerste stoomketel in de Helmondse textielindustrie, eentje van 8 pk9. In 1970 zal de naam van dit bedrijf veranderen in het internationaal bekend geworden ‘Vlisco’.

Leven en werk in Weesp

Nadat hij zijn zaken in Helmond van de hand heeft gedaan aan de familie Fentener van Vlissingen, vertrekt Petrus in september 1846 met zijn gezin en moeder naar Weesp, waar ze gaan wonen aan een gracht genaamd het Vosje10. In oktober 1846 start hij in Weesp met compagnon Theodorus Hasselenberg een textielververij en -drukkerij, ‘Sutorius & Hasselenberg’. Als in mei 1847 Hasselenberg zich in goed overleg terugtrekt uit zijn vennootschap met Sutorius, gaat de firma ‘Sutorius en Co’ heten11. Op 6 januari 1853 komt Petrus’ moeder Maria Christina Prinzen in Weesp te overlijden op de leeftijd van 74 jaar12. Ondertussen begint de toenemende mechanisatie van de textielindustrie in binnen- en buitenland een bedreiging te vormen voor kleine textielfirma’s met een gebrek aan investeringskapitaal. In die situatie vraagt Petrus in 1854 de naamloos vennootschap aan, om zo het aantrekken van kapitaal te vereenvoudigen13. Op 25 september 1854 wordt zijn Weespse textielververij en -drukkerij opgenomen in een nieuwe N.V. aldaar, de ‘Maatschappij tot het vervaardigen van Oost-Indische Batik’14. Zijn jongere broer Johannes Josephus, commissionair (= handels-agent, tussenhandelaar) in textiel te Düsseldorf, is ook deelhebber. Petrus brengt zijn woning met nabijgelegen bedrijfsruimten onder in de N.V. De bedrijfsruimten omvatten een laboratorium, roodververij, indigomaalderij, koude en warme blauwkuipververij, kalanderij, perserij, spoelvlotten, ruwerij, plaatsnijderij, en timmerwerkplaats. Helaas wordt de N.V. geen succes, waardoor de aandeelhouders en directeur Petrus Sutorius rond de jaarwisseling van 1858/1859 veel geld verliezen. Petrus en zijn gezin verhuizen naar Aalst bij Eindhoven. Vanuit Aalst verdedigt Petrus zich via een ingezonden stuk in de krant tegen aantijgingen dat hij en een compagnon er met het geld vandoor zouden zijn gegaan. Na het debacle met de Weespse N.V. vertrekt Peter Anton in 1858 met zijn gezin naar Aalst (bij Eindhoven). Opvallend is dat zij na de mislukking van de N.V. in Weesp vaker van woonplaats wisselen en dat Petrus, een zakenman in hart en nieren, daarna niet meer als bedrijfsleider optreedt, maar werkt als commissionair. Op 10 juli 1862 wordt Peter Anton (57) met zijn vrouw Maria Elisabeth (48) ingeschreven in Rotterdam15. Als vorige woonplaats wordt ’s-Hertogenbosch genoteerd. De kinderen zijn intussen uitgevlogen en verblijven soms voor even op het ouderlijk nest. Zo verblijft hun zoon Henry (26) vanaf 3 maart 1867 een tijd bij hen. Hij is inmiddels wijnhandelaar en zijn vader Peter Anton is commissionair in wijnen.

Uitvliegende kinderen

Op 23 februari 1856 verleent de Hooge Raad der Nederlanden aan Johannes Wilhelmus Eduardus ‘Eduard’ Sutorius (22) te Weesp, de oudste zoon van Petrus uit zijn eerste huwelijk, Venia Aetatis of Brieven van Meerderjarigverklaring16.Deze geven hem alle rechten die bij de wet aan meerderjarigen zijn toegekend. Een jaar later trouwt Eduard Sutorius (23) met Aimee Marie Colette Brackelaire in het Vlaamse Ronse. Zij is op 14 maart 1842 geboren in het Vlaamse Zomergem en bij hun huwelijk nog maar 15 jaar. Eduard is in Ronse commissionair. Mogelijk in textiel, aangezien Ronse dan een belangrijke textielstad is. Eduard zal voorgoed in Ronse blijven wonen. Zoon Philip (24) trouwt op 28 juli 1866 te Batavia (Nederlands-Indië) met Louise (Christine Louise) Wrück (19). Ze krijgen drie dochters, waarvan het jongste binnen enkele maanden na de geboorte overlijdt. Philip is koopman te Batavia. Zoon Henry (26) trouwt op 2 mei 1867 te Amsterdam met Eugenie (Joséphine Ernestine Eugenie) Basquin. Zij is een dochter van een uit Frankrijk afkomstige koopman en zijn Amsterdamse vrouw van Franse afkomst. Ze krijgen acht kinderen. Henry is koopman in Rotterdam. Op 3 februari 1870 trouwt in Lisse 26-jarige dochter Helena (Helena Philippina Paulina Cornelia) met Gerardus Egidius Franciscus van der Schrieck (28) wonend te Amsterdam. Ze krijgen 7 kinderen.

Goede zaken en een verlies

Op 1 april 1869 gaan zonen Henry en Philip Sutorius samen een vennootschap aan, handelend te Rotterdam onder de firma ‘Gebr. Sutorius en Co’17. Tegelijkertijd gaan zij een samenwerking aan met Adolph Frederic Schrewelius, een koopman in Batavia. Dit in het kader van export en commissiehandel op en in Oost-Indië. De firma Gebr. Sutorius en Co adverteert met regelmaat in kranten die in Oost-Indië verschijnen om reclame te maken voor producten die zij importeert18. Henry woont als koopman met zijn gezin in Rotterdam. Philip woont met zijn gezin in Batavia als koopman. De zaken gaan goed. Op 12 mei 1869 verlaten Petrus en zijn vrouw Rotterdam. Het Zuid-Hollandse Lisse is hun nieuwe bestemming. Op 25 mei 1872 wordt Petrus (67) ‘zonder beroep’ met zijn vrouw Maria Elisabeth (58) ingeschreven in Gemert. Daar gaan zij wonen in de Nieuwstraat, in de buurt van apotheek ‘t Hert, waar zij de laatste veertien jaren van hun leven samen door-brengen19. Op 29 juli 1873 sterft hun zoon Philip op 31-jarige leeftijd in Marseille (Frankrijk). Zijn vader laat zijn stoffelijk overschot overbrengen naar Gemert, waar hij op 4 augustus wordt begraven op het kerkhof bij de Sint-Jan. Meer over deze zoon in een volgend nummer van Gemerts Heem.

Overlijdens

Drie en een half jaar na de dood van zoon Philip, krijgen Petrus en zijn vrouw Maria Elisabeth opnieuw te maken met de dood van een kind. Op 20 mei 1877 overlijdt Eduard in het Vlaamse Ronse op de leeftijd van 43 jaar. Waarschijnlijk is zijn huwelijk kinderloos gebleven. Zijn weduwe Aimee Marie Colette Brackelaire hertrouwt ruim een jaar later te Ronse met Charles Louis Willems.

Op 81-jarige leeftijd overlijdt Petrus Sutorius op 17 maart 1886 te Gemert. Van zijn overlijden wordt aangifte gedaan door twee buren, waaronder apotheker T.G.H. van der Willigen. Een jaar later, op 4 oktober 1887, sterft ook zijn weduwe Maria Elisabeth Sutorius-Schouten in Gemert op de leeftijd van 73.

Noten:

  1. RHCE via BHIC, RK doopboek 1780-1811 Helmond (P.A. Sutorius), arch. 8055, inv. 5.
  2. Zie eerdere afleveringen over de textielfamilie Prinzen uit Gemerts Heem 2020(4), 2021(1), 2021(3) en 2022(1).
  3. W. A. J. M. Harkx, ‘De Helmondse textielnijverheid in de loop der eeuwen’, Stichting Zuidelijk Historisch Contact, Til-burg (1967), pdf via boeken.stichtingzhc.nl, p. 67, 105, 106, 113 (tabel) en 114; G. van Hooff, ‘De familie Sutorius in Helmond’, Helmonds Heem, 1981(4), pdf via www.heemkundekringhelmont.nl.
  4. Harkx, a.w. pp. 109-111; G. van Hooff, a.w., 1981; KB via Delpher, Adv. in Opregte Haarlemsche Courant d.d. 26-5-1829, p. 7.
  5. RHCE, BS Huw. Helmond 1833, arch. 12100, inv. 5061, akte 24, scan p. 146; BHIC, BS Geb. Helmond 1833 (J.W.E. Sutorius), arch. 50, inv. 3529, akte 143; BHIC, BS Overl. Helmond 1835, arch. 50, inv. 3625, akten 56 (C.T. Kohlweck) en 57 (W.H.A. Sutorius).
  6. BHIC, BS Huw. ‘s-Hertogenbosch 1836, arch. 50, inv. 3939, akte 163.
  7. G. van Hooff, a.w. p. 140 en 142.
  8. KB via Delpher, Nederlandsche Staatscourant d.d. 1-4-1844 en 17-8-1846; Circulaire honderdjarig jubileum oprichting ‘P. F. van Vlissingen & Cie’ d.d. 15-8-1946, Heemkamer Gemert, map 12 uit doos 9; Harkx, a.w. pp. 148-149; G. van Hooff, a.w. p. 141; Wikipedia-lemmata ‘Vlisco’ (v. 3-1-2025) en ‘Paulus Sutorius & Co’ (v. 16-6-2023); inbrabantstaateenhuis.nl/verhalen/vlisco (v. 9-4-2020); www.monumenten.nl/monument/513003 (v. 21-4-2020).
  9. Harkx, a.w. p. 161 en 298.
  10. KB via Delpher, Nederlandsche Staatscourant dd. 21-2-1855 p. 2; G. van Hooff, a.w.
  11. KB via Delpher, Nederlandsche Staatscourant en Algemeen Handelsblad, beiden d.d. 22-6-1847.
  12. KB via Delpher, familiebericht in De Tijd d.d. 11-1-1853.
  13. G. van Hooff, a.w. p. 141 en 147 (noot 15); Harkx, a.w. p. 149.
  14. KB via Delpher: Nederlandsche Staatscourant d.d. 21-2-1855; De Tijd d.d. 30-6-1855, p. 2, sec. Per Telegraaf; Algemeen Handelsblad d.d. 18-1-1859 p. 4 en 2-2-1859 p. 3; G. van Hooff, a.w.
  15. Stadsarchief Rotterdam, Bev.reg. Rotterdam 1862, arch. 494-03, inv. 225, blad 3157, scan p. 153.
  16. KB via Delpher, Nederlandsche Staatscourant d.d. 5-3-1856, p. 4, sec. Gerechtelijke Aankondigingen.
  17. KB via Delpher (3x): Nieuwe Rotterdamsche Courant d.d. 3-8-1869; Nederlandsche Staatscourant d.d. 4-8-1869; Javasche Courant, 9-11-1869.
  18. KB via Delpher, Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië d.d. 30-8-1913 & 14-2-1914 & 7-3-1914 & 28-3-1914.
  19. GA Gemert-Bakel, Bev.reg. Gemert 1861-1879 folio 1055 en 1880-1900 folio 911 [In 1880 heeft apotheek ’t Hert huisnummer B316 en woont wed. P.A. Sutorius op B310]; BHIC, BS Overl. Gemert 17-3-1886 (P.A. Sutorius), arch. 50, inv. 2927, akte 32 [Aangifte door de naburen T.G.H van der Willigen (apotheker ‘t Hert) en dhr. Albers (boterfabrikant)].

 

FOTOBIJSCHRIFTEN:

Het graf van P.A. Sutorius en M.E.L. Schouten. (Foto Cas Jamin)

De handtekeningen van het echtpaar Sutorius-Schouten. Bron: BHIC, BS Huw. Den Bosch 1836, arch. 50, inv. 3939, akte 163.