GH-2025-2 Graf van Philip Sutorius
Cas Jamin
In Gemert-Bakel zijn oude grafmonumenten te vinden die de hedendaagse voorbijganger niet veel meer zeggen. Dit vormt de aanleiding om in de archieven op zoek te gaan naar die vroegere levens en tegelijkertijd de graven te beschrijven. Op het oude kerkhof van de kerk van Sint-Jans Onthoofding in Gemert is het graf te vinden van Philip Sutorius (1841-1873).
Het graf bestaat uit een blauwgrijze deksteen op een schuin aflopende roef. Op de deksteen staat de volgende tekst: “Bidt voor de ziel van zaliger den heer P.J.L.C. Sutorius geboren te Helmond 14 november 1841 overleden te Marseille 29 juli 1873 den 4 augustus daarop volgende alhier begraven R.I.P.” Op de bovenste helft van de deksteen rust in het midden ervan een half rechtopstaand Latijns kruis met Keltische symboliek (cirkel in het hart van het kruis, uiteinden van de armen voorzien van ronde vormen, bottony cross). De schuin aflopende steun waar het kruis op ligt, is versierd met een spiraal, ook een Keltisch motief.
Jeugd
Philip (Philippus Jacobus Leonardus Cornelis) Sutorius wordt op 14 november 1841 in Helmond geboren als zoon van Petrus Antonius Sutorius (1804-1886) en zijn tweede vrouw Maria Elisabeth Leonora Schouten (1813-1887)1. Zie de vorige aflevering in Gemerts Heem 2025 nummer 1 voor meer informatie over dit echtpaar. De vader van Philip is bij zijn geboorte koopman en fabrikant (katoendrukker/blauwverver)2. Het oudste kind in het gezin is Philips halfbroer Eduard (Johannes Wilhelmus Eduardus), die in 1833 is geboren uit het eerste huwelijk van hun vader. Eduard is 8 jaar oud als Philip ter wereld komt. Broer ‘Henry’ (Henricus Willebrordus Cornelis, *1840) is dan 1,5 jaar oud. Twee jaar na de geboorte van Philip komt zus Helena (Philippina Paulina Cornelia, *1843) ter wereld. Hierna wordt nog een broertje geboren, Petrus Wilhelmus Jacobus Cornelis (*1844). Hij wordt maar 6 maanden oud. In 1846, als Philip 5 jaar oud is, doet vader Petrus Antonius Sutorius zijn katoendrukkerij en blauwververij in Helmond van de hand aan de familie Van Vlissingen en verhuist met het gezin naar Weesp3. Daar gaan ze wonen aan een gracht, genaamd het Vosje, in wijk B op de Hoogstraat. Vader, moeder, hun vier kinderen, hun grootmoeder van vaders kant en hun dienstmeisje Cornelia den Dobbelsteen. Philip is 11 jaar oud als op 6 januari 1853 zijn grootmoeder Maria Christina Prinzen op 73-jarige leeftijd overlijdt in Weesp4, “na een lang en smartelijk doch zeer geduldig lijden, en tijdig voorzien van de H. Sacramenten der stervenden.” Vader Petrus Antonius is na de verhuizing in 1846 in Weesp opnieuw gestart met een textielververij en -drukkerij samen met een compagnon. De firma ‘Sutorius & Hasselenberg’. Als in mei 1847 Hasselenberg zich in goed overleg terugtrekt uit zijn vennootschap met Sutorius, gaat de firma ‘Sutorius en Co.’ heten5. In de textielindustrie wordt in toenemende mate gemechaniseerd, waarbij ook kleinere firma’s niet kunnen achterblijven6. Om investeringskapitaal aan te trekken vraagt Petrus Antonius Sutorius in 1854 een naamloze vennootschap aan. Op 25 september 1854 wordt zijn textielververij en -drukkerij opgenomen in een nieuwe N.V. in Weesp, de ‘Maatschappij tot het vervaardigen van Oost-Indische Batik’7. Hij brengt zijn woning en bedrijfsruimten onder in de vennootschap. Helaas wordt de N.V. geen succes, waardoor de aandeelhouders en directeur Petrus Antonius Sutorius rond de jaarwisseling van 1858/1859 veel geld verliezen. Petrus en zijn gezin verhuizen naar Aalst, vlakbij Eindhoven. Zoon Philip is dan 17 jaar oud. Vanuit Aalst verdedigt zijn vader zich via een ingezonden stuk in de krant tegen aantijgingen dat hij en zijn compagnon Timon Blom van Geel er met het geld van aandeelhouders vandoor zouden zijn gegaan. Eigen Leven
In 1857 trouwt Philips’ oudste broer Eduard Sutorius (23) in het Vlaamse Ronse (Frans: Renaix) met Aimee Marie Colette Brackelaire. Zij is op 14 maart 1842 geboren in het Vlaamse Zomergem en bij hun huwelijk nog maar 15 jaar. Eduard is in Ronse commissionair, oftewel een handelsagent of tussenhandelaar. Mogelijk in textiel, aangezien Ronse dan een belangrijke textielstad is. Eduard zal er voorgoed blijven wonen. Na het debacle met de Weespse N.V. vertrekt het gezin Sutorius in 1858 eerst naar Aalst. Op 10 juli 1862 wordt Petrus Antonius (57) met zijn vrouw Maria Elisabeth (48) ingeschreven in Rotterdam8. Als vorige woonplaats wordt ’s-Hertogenbosch genoteerd. De kinderen zijn intussen uitgevlogen en verblijven soms voor even op het ouderlijk nest. Zo verblijft zoon Henry (26) vanaf 3 maart 1867 een tijd bij hen. Hij is inmiddels wijnhandelaar en zijn vader is commissionair in wijnen. Philip Sutorius (24) trouwt op 28 juli 1866 in Batavia met Louise (Christine Louise) Wrück (19)9. Zij is op 25 december 1846 geboren in Meester Cornelis, vlakbij Batavia in Nederlands-Indië. Haar voorouders zijn waarschijnlijk, net als die van Philip, afkomstig uit Noordrijn-Westfalen in Duitsland. Zij woont in Batavia, maar verblijft weleens een tijd – eerst met Philip, later met de kinderen of alleen – in Delft. Waarschijnlijk hebben ze daar samen een pied-à-terre. Ze krijgen drie dochtertjes, waarvan het jongste al binnen enkele maanden na de geboorte overlijdt. Henry (26) trouwt op 2 mei 1867 in Amsterdam met Eugenie (Joséphine Ernestine Eugenie) Basquin. Zij is een dochter van een uit Frankrijk afkomstige koopman en zijn Amsterdamse vrouw van Franse afkomst. Ze krijgen acht kinderen. Op 3 februari 1870 trouwt de 26-jarige dochter Helena in Lisse met Gerardus Egidius Franciscus van der Schrieck (28) uit Amsterdam. Ze krijgen 7 kinderen.
Goede zaken en een verlies
Op 1 april 1869 gaan de broers Henry en Philip Sutorius samen een vennootschap aan, handelend te Rotterdam onder de firma ‘Gebr. Sutorius en Co’10. Tegelijkertijd gaan zij een samenwerking aan met Adolph Frederic Schrewelius, een koopman te Batavia. Dit in het kader van export en commissiehandel op en in Oost-Indië. De firma adverteert met regelmaat in kranten die in Oost-Indië verschijnen om reclame te maken voor producten die zij importeert, waaronder tafelzuren, jams, whisky, huishoudgroenten en vleeswaren11. Henry woont als koopman met zijn gezin in Rotterdam. Koopman Philip woont met zijn gezin in Batavia. De zaken gaan goed. Hun ouders Petrus Antonius en Maria Elisabeth verlaten op 12 mei 1869 Rotterdam. Het Zuid-Hollandse Lisse is hun nieuwe bestemming.
Op 25 mei 1872 wordt Petrus (67) ‘zonder beroep’ met zijn vrouw Maria (58) ingeschreven in Gemert. Daar woont dan al familie van Petrus’ moeder Maria Christina Prinzen. Tussen 1858 en 1872 heeft het echtpaar in vijf gemeenten gewoond (Aalst, ’s-Hertogenbosch, Rotterdam, Lisse, Gemert). Petrus Antonius, een geboren zakenman, is na het mislukken van de N.V. in Weesp niet meer als bedrijfsleider actief geweest. Hij werkt hierna nog wel een tijdlang als commissionair. In Gemert gaat het echtpaar wonen in de buurt van apotheek Van der Willigen (nabij Nieuwstraat 9, drogisterij ‘t Hert), waar zij de laatste jaren van hun leven doorbrengen12.
Op 5 juni 1873 verschijnt een telegram van Philip Sutorius als advertentie in de Java-bode, een dagblad in Batavia. Vanaf een Frans stoomschip meldt hij: “Door langdurige ziekte en overhaast vertrek naar Europa, niet bij magte persoonlijk afscheid te nemen van vrienden en bekenden, roept de ondergeteekende hun langs dezen weg een hartelijk vaarwel toe. Aan boord van de Neva, 5 junij 1873. Ph. Sutorius”. Voor velen is dit het eerste signaal dat Philip ernstig ziek is. Hij sterft op 29 juli 1873 op 31-jarige leeftijd op weg naar zijn vaderland in de havenstad Marseille in Frankrijk13. Ver weg van zijn vrouw Louise en dochtertjes Betsy (6) en Evangelina (4), die in Batavia zijn achtergebleven. Verwijderd ook van zijn ouders die in Gemert zijn komst afwachten. Zijn vader laat zijn stoffelijk overschot naar Gemert overbrengen. Daar wordt hij op 4 augustus 1873 op het kerkhof bij de Sint-Jan begraven.
Grote verandering en overlijdens
Tot aan zijn dood woont Philip, als koopman te Batavia met zijn gezin in de ‘Gang Scott’. Eén van de oudste en meest chique lanen van Batavia, waar de huizen omringd zijn door parkachtige tuinen en waar vele inlandse bedienden de bewoners, die veelal van Europese afkomst zijn, werk uit handen nemen. Drie maanden na de dood van Philip vindt er op 28 oktober 1873 in het huis van ‘mevrouw de weduwe Ph. Sutorius in de Gang Scott’ een openbare verkoop plaats door Van den Abeelen & Co van ‘een keurig netten inboedel’, waar de volgende spullen deel van uitmaken: “een weener rotting-ameublement, tafels, knapen, waschtafels en buffet met marmeren bladen, spiegels en gravures, mahoniehouten boekenkast, dames schrijftafel, werktafeltje, een fraaije Mahoniehouten waschtafel met marmeren blad en groote spiegel, nachttafeltjes, soliede kleer-, glazen- en dispenskasten, eettafel, banken, divans, tafels en knapen, carpetten en alcatieven, ijzeren tweeperoons-, éénpersoons en kinder-ledekanten, medicijnkastje, een piano van Pleyel zoo goed als nieuw, muziekkastje en tabouret, gaslampen, regulateurklok, porceleienen eet- en theeservies, kristal-, glas- en pleetwerk, waarbij Cristofle tafelzilver in étui. Een voet- en een handnaaimachine, zingende kanarievogels, bloementafels met bloemen, groote Japansche martevanen. Alsmede eene groote collectie fraaije bloemen en planten in potten. Zeilen en krees, keuken- en dispensgereedschappen. Een span deugdzame overwalsche wagenpaarden, een vis-à-vis, een mylord, een dos-à-dos”.
In een advertentie in de krant laat Dr. Bentley vervolgens in november 1873 weten dat hij is ‘verhuisd naar het huis, laatst bewoond door Mevr. de Wed. Sutorius, Gang Scott.
Uit passagierslijsten blijkt dat Louise Sutorius-Wrück met twee kinderen en met H. Sutorius (waarschijnlijk schoonbroer Henry) in mei 1874 met de boot is aangekomen in Marseille vanuit Singapore14. Vermoedelijk voor een eerste bezoek aan Europa na de dood van haar man Philip. In maart 1894 verblijft Louise Sutorius-Wrück tijdelijk in Delft. Haar dochters zijn dan al getrouwd en het huis uit. In maart 1894 verschijnt in verschillende kranten15 het volgende bericht: “Mevr. de wed. Ph. Sutorius, geb. Wrück, wonende te Batavia, thans tijdelijk verblijvende te Delft, heeft t.b.v. ’s Rijks Museum te Amsterdam, ten geschenke aangeboden eene proeve van kunstnaaldwerk (haakwerk), vóór ongeveer 60 jaren op Java vervaardigd door eene Javaansche slavin. Aan mevr. de weduwe Sutorius, geb. Wrück is daarvoor de dank der Regeering betuigd.”
Op 81-jarige leeftijd overlijdt Petrus Antonius Sutorius op 17 maart 1886 te Gemert. Van zijn overlijden wordt aangifte gedaan door twee buren, waaronder apotheker T.G.H. van der Willigen16. Een jaar later, op 4 oktober 1887, sterft ook zijn weduwe Maria Elisabeth Sutorius-Schouten in Gemert op 73-jarige leeftijd.
Laatste jaren van Louise
In december 1911 woont Louise Sutorius-Wrück in de Museumlaan in Batavia. Op 16 december 1911 verschijnt er een advertentie in ‘Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië’ met de volgende aanbieding: “Pension aangeboden met 1 Februari voor een gehuwd paar en beschaafde dame, adres Wed. Ph. Sutorius-Wrück, Museumlaan, Spreekuur ’s avonds van 6-7.”
Daarna drijft Louise jarenlang een bloemenzaak aan de Willemslaan 8 in Batavia17. Van 1916 tot 1922 adverteert zij regelmatig in de plaatselijke kranten voor deze zaak. Zij woont zelf bij de zaak en verhuurt op die plek in dezelfde tijd ook (een) gemeubileerde kamer(s) met volledig pension. Op die manier kan zij in haar levensonderhoud voorzien. Haar oudste dochter Betsy (Maria Elizabeth Eva Helena Sutorius) is in 1886 in Batavia getrouwd op 19-jarige leeftijd met de Nederlands-Indische zakenman Frits (Godefridus Josephus Maria) Raupp18. Ze worden ouders van een groot gezin. Haar jongste dochter Evangelina is in 1889 getrouwd op 20-jarige leeftijd in Meester Cornelis met Anthonius Albertus Servaas de Klerck, een landheer19. Ze krijgen meerdere kinderen. Het huwelijk eindigt op 13 april 1911 te Buitenzorg in een echtscheiding. Christine ‘Louise’ Sutorius-Wrück overlijdt op 23 februari 1924 te Batavia op 77-jarige leeftijd.
Noten:
- BHIC, BS Geb. Helmond 1841, arch. 50, inv. 3530, akte 130.
- W. A. J. M. Harkx, ‘De Helmondse textielnijverheid in de loop der eeuwen’, Stichting Zuidelijk Historisch Contact, Tilburg (1967), pdf via boeken.stichtingzhc.nl, pp. 67, 105, 106, 113 (tabel) en 114; G. van Hooff, ‘De familie Sutorius in Helmond’, Helmonds Heem, 1981(4), pdf via www.heemkundekringhelmont.nl.
- Leo Bombeeck, Vlamingen bij de Vlisco te Helmond, 25-7-2014, http://www.bombeeck-genealogy.com/index_htm_ files/Vlamingen%20bij%20de%20vlisco4.pdf; KB via Delpher, Nederlandsche Staatscourant d.d. 1-4-1844 en 17-8-1846 en 21-2-1855; Circulaire honderdjarig jubileum oprichting ‘P. F. van Vlissingen & Cie.’ d.d. 15-8-1946, Heemkamer Gemert, map 12 uit doos 9; Harkx, a.w. pp. 148-149; G. van Hooff, a.w. p. 141; Wikipedia-lemmata ‘Vlisco’ (v. 3-1-2025) en ‘Paulus Sutorius & Co’ (v. 16-6-2023); inbrabantstaateenhuis.nl/verhalen/vlisco (v. 9-4- 2020); www.monumenten.nl/monument/513003 (v. 21-4-2020).
- KB via Delpher, familiebericht in De Tijd d.d. 11-1-1853.
- KB via Delpher, Nederlandsche Staatscourant en Algemeen Handelsblad, beiden d.d. 22-6-1847.
- G. van Hooff, a.w. pp. 141, 147 (noot 15); Harkx, a.w. p. 149.
- KB via Delpher, Nederlandsche Staatscourant d.d. 21-2-1855, De Tijd d.d. 30-6-1855 p. 2 sec. Per Telegraaf, Algemeen Handelsblad d.d. 18-1-1859 p. 4 en 2-2-1859 p. 3; G. van Hooff, a.w.
- Stadsarchief Rotterdam, Bev.reg. Rotterdam 1862, arch. 494-03, inv. 225, blad 3157, scan p. 153.
- Maarten en Willy Etmans, Genealogisch onderzoeksbureau Roosje Roos, via www.roosjeroos.nl.
- KB via Delpher, Nieuwe Rotterdamsche Courant d.d. 3-8-1869 en Nederlandsche Staatscourant d.d. 4-8-1869 en Javasche Courant d.d. 9-11-1869.
- KB via Delpher, Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië d.d. 30-8-1913 & 14-2-1914 & 7-3-1914 & 28- 3-1914.
- GA Gemert-Bakel, Bev.reg. Gemert 1861-1879 folio 1055 en 1880-1900 folio 911 [In 1880 heeft apotheek ’t Hert huisnummer B316 en woont wed. P.A. Sutorius op B310]; BHIC, BS Overl. Gemert 17-3-1886 (P.A. Sutorius), arch. 50, inv. 2927, akte 32 [Aangifte door de naburen T.G.H van der Willigen (apotheker ‘t Hert) en dhr. Albers (boterfabrikant)].
- KB via Delpher, Java-bode d.d. 5-6-1873, Familiebericht in Bataviaasch handelsblad d.d. 8-9-1873 en in De Maasbode d.d. 14-8-1873, ‘Vendutie’, Java-bode d.d. 21-10-1873, ‘Dr. Bentley’, Bataviaasch Handelsblad d.d. 4-11-1873; GA Gemert-Bakel, BS Overl. Gemert 1873, arch. 11.079, inv. 39, akte 71.
- KB via Delpher, Bataviaasch Handelsblad d.d. 12-6-1874.
- KB via Delpher, Het vaderland en de Nederlandsche Staatscourant d.d. 8-3-1894 en De Haagsche courant d.d. 14- 3-1894.
- BHIC, BS Overl. 1887, arch. 50, inv. 2927, akte 105; GA Gemert-Bakel, BS Overl. Gemert 1886, arch. 11.079, inv. 40, akte 32; KB via Delpher, familieberichten in De Maasbode d.d. 1-5-1886 & 21-3-1886 & 20-12-1887 & 1-3- 1886 & 9-10-1887 en De Tijd d.d. 20-3-1886.
- KB via Delpher, Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië d.d. 13-7-1918 & 5-9-1921.
- KB via Delpher, Bataviaasch Nieuwsblad d.d. 30-9-1886 & 2-10-1886.
- Zie noot 9.
FOTOBIJSCHRIFTEN:
Het graf van P.J.L.C. Sutorius. (Foto Cas Jamin). G
Stamboom familie Sutorius.
Advertentie Gebr. Sutorius & co. in Batavia van vleeswaren, whisky en Betuwe jam.
Gang Scott, tussen Tanahabang en het Koningsplein te Batavia. (Bron Universiteit Leiden, KITLV 105849, Publiek Domein).
Advertentie Bloemhandel Mevr. de Wed. Sutorius-Wrück.