GH-2025-1 Aan de bijnaam ken je de familie
Anny Goossens en Paul Verhees
Aan de bijnaam ken je de familie
Heemkundekring De Kommanderij Gemert heeft sinds twee jaar een Werkgroep Bijnamen. Deze werkgroep heeft inmiddels een lijst van ruim zevenhonderd bijnamen van Gemertenaren aangelegd. Het zijn niet altijd scheldnamen, maar werden vaak gegeven aanstamhouders van wie de familienamen in verschillende vertakkingen voorkwamen; soms waren ze helemaal geen familie. Ze waren enkel bedoeld om families uit elkaar te houden. ”Bèndegai d’r ene van Van Schijndel? Vanwelke? Van DeStuuper, van De Snoors of van Tijk?”
Bijnamen maken deel uit de van de geschiedenis. Dat geldt niet alleen voor Gemert, maar wereldwijd. Ze dragen bij aan de kennis van de lokale geschiedenis. Achter elke naam gaan verhalen schuil. Vroeger ging je een stuk worst halen bij de Praojst en voor groente moest je naar Miet Tijk. Voor rookartikelen kon je bij Bultje Beeke terecht en de rest van de boodschappen kocht je bij de Klant of de Fles. Als je bij een Van Berlo moest zijn werd het moeilijker. Bij welke dan? In Gemert waren zoveel Van Berlo’s dat met de bijnaam duidelijk gemaakt werd over wie je sprak. De bijnamen die de werkgroep kan koppelen aan de familienaam Van Berlo zijn: Driek de Krul, De Smelling, Koese Nele, De Klumper, De Moervoor, Driek de Zager, Mie Klok, De Rooie Jan, Het Rooi Toontje, Loerifas, De Vet, Het Henneke, Doruske Schok, Jan de Dood, Driek den Auwe, Barres, Ming Vaaiers, Mie Roed en Spekkoning.
De werkgroep Bijnamen is zeer actief bij het achterhalen van zoveel mogelijk namen en om erachter te komen waarom een persoon of familie zo genoemd wordt. Als bronnen dienden lijstjes, boeken, schriftjes en Heembladen. Leden van de werkgroep voerden veel gesprekken met ouderen en doen dat nog steeds. Het is de bedoeling dat de bijnamen ook worden gepubliceerd. In welke vorm is nog niet bekend. Dat kan zijn in boekvorm, op de website van de heemkundekring, in een losbladige map die kan worden aangevuld of in een reeks artikelen in Gemerts Heem. Voor het zover is, moeten nog een paar zaken geregeld worden. Namen vallen onder de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Die is bedoeld om mensen te beschermen tegen misbruik van hun naam en identiteit. Sommige mensen beschouwen hun bijnaam als een scheldnaam en willen daar hun familienaam niet aan verbinden. Vaak gaat het echter niet om een scheldnaam. Dan is de verklaring van de herkomst van de bijnaam verhelderend. Nol Willemsen, die vanwege zijn krullenbol ’t Skaop werd genoemd, was zo trots op zijn bijnaam dat hij er zijn winkel naar noemde.
De Romeinse Naamgeving
Bijnamen bestaan al heel lang en zijn wijdverbreid. In het oude Rome werd naamgeving gezien als een serieus en gestructureerd proces. Elke Romein had drie namen die samen een beeld gaven van zijn identiteit en sociale status. De praenomen was de voornaam, maar deze had vaak weinig belang en werd alleen gebruikt voor mannen binnen de familie. Het nomen gentile, de achternaam, verwees naar de gens of familieclan waartoe iemand behoorde. Dit was een belangrijk onderdeel van de sociale hiërarchie. Maar het was vooral de derde naam, het cognomen, dat vaak het meest intrigerend was.
Het cognomen fungeerde als bijnaam en vertelde iets over iemands uiterlijk of karakter. Quintus Horatius Flaccus, een beroemde Romeinse dichter, droeg bijvoorbeeld de bijnaam ‘Flaccus’, wat ‘hangoor’ betekent. Het was een subtiele, maar veelzeggende toevoeging die mensen een directe indruk gaf van hun fysieke verschijning. Bijnamen werden in deze tijd dus niet alleen gebruikt om mensen te onderscheiden, maar ook om hun persoonlijkheid of fysieke eigenschappen te benadrukken.
De Griekse Bijnamen
De oude Grieken waren niet veel anders dan de Romeinen in hun gebruik van bijnamen. Een goed voorbeeld hiervan is Antisthenes Haplokuön, wiens bijnaam vertaald wordt als ’pure en simpele hond’. Deze bijnaam lijkt op het eerste gezicht misschien eenvoudig, maar het zegt veel over zijn filosofie en persoonlijkheid. Bijnamen in deze tijd fungeerden niet alleen als herkenningspunt, maar ook als een reflectie van iemands karakter of levensvisie.
Van Doopnaam tot Bijnaam
De middeleeuwen brachten een verandering teweeg in hoe mensen werden genoemd. De meeste mensen hadden toen alleen een doopnaam, vaak vernoemd naar een heilige, zonder de uitgebreide naamstructuren van de Romeinen of Grieken. Maar omdat veel mensen dezelfde voornaam droegen, was er al snel behoefte aan onderscheid. Dit leidde tot de opkomst van bijnamen.
In deze tijd verwezen bijnamen vaak naar het beroep, de afkomst of fysieke kenmerken van een persoon. Zo kreeg iemand die uit Leiden kwam de bijnaam ’Jan van Leiden’, terwijl iemand met een opvallend uiterlijk ’Karel de Kale’ genoemd werd. Anderen werden vernoemd naar hun beroep, zoals ’Pieter de Smit’ of hun karakter, zoals ’Lodewijk de Dappere’. Soms waren bijnamen wat minder flatteus en verwezen ze naar gebreken, zoals ’Els de Schele’. Deze bijnamen waren niet alleen praktisch, maar ook een manier om iemand zijn plek binnen de gemeenschap aan te duiden.
De Napoleontische Tijd
Een van de meest ingrijpende veranderingen in de naamgeving kwam tijdens de heerschappij van Napoleon Bonaparte. In 1810 werd Nederland onderdeel van het Franse Keizerrijk, en daarmee werd ook de Franse wetgeving ingevoerd. De Code Civil, het Franse burgerlijk wetboek, stelde dat iedereen een vaste familienaam moest hebben. Dit betekende het einde van het oude patroniemensysteem, waarin namen zoals ’Jansen’ (zoon van Jan) of ’Van de Broek’ (van het drassig gebied) gangbaar waren. In 1811-1812 kregen Nederlanders de kans om hun familienaam vast te leggen. Voor velen was dit een moeilijke beslissing, aangezien deze namen vanaf dat moment erfelijk zouden worden. Zelfs bijnamen die door de eeuwen heen waren ontstaan, werden soms geregistreerd als familienaam, waardoor ze letterlijk werden vereeuwigd. Dit leidde tot situaties waarin mensen vastzaten aan namen die misschien ooit als grap waren bedoeld, maar nu een officiële status kregen. In Gemert was het niet anders. De werkgroep Bijnamen heeft ruim zevenhonderd bijnamen genoteerd, die een belangrijke functie hadden in het dorpsleven van weleer. En ze waren lang niet altijd negatief bedoeld. Peerke Slits, D’n Antichrist, heeft zelfs een straatnaam gekregen. En Bertha Hendriks ging, zoals een hedendaags cateringbedrijf, bij mensen aan huis het eten bereiden als ze iets te vieren hadden. Ze werd met haar bijnaam Bertha de Fladder overal met open armen ontvangen. Wie nog bijnamen van Gemertenaren wil doorgeven aan de heemkundekring kan die mailen naar almgloudemans@onsbrabantnet.nl of agoossens@hotmail.com.
FOTOBIJSCHRIFTEN:
Jan van Berlo, alias De Rooie Jan
Het echtpaar Snijders, alias De Praojst
Bertha Hendriks, alias Bertha de Fladder
Peerke Slits, alias D’n Antichrist