GH 2024-2 De fundatie voor de weeskinderen van Gemert
Naar PDF-bestand klik hier
Jan Timmers
In 2021 werd de boerderij Heuvel 62 door het armbestuur van Gemert verkocht. De boerderij werd daarna gesloopt en opnieuw opgebouwd. De beeldengroep De vlucht naar Egypte sierde al jarenlang deze boerderij en nu hangt er nog steeds een replica. Het armbestuur stond als eigenaar al geregistreerd bij het oudste kadaster van 1832. Maar hoe lang was dat al het geval?
In Gemerts Heem maakte Ad Otten al in 1976 melding van een aantekening van pastoor Van Beek, dat die had horen zeggen dat er op de Heu-vel een weeshuis gestaan zou hebben. Ad deed de suggestie dat het zou kunnen gaan om de boerderij van het armbestuur. Peter van den Elsen dook er wat verder in en trof in het Landboek van 1717 liefst negen percelen aan, die eigendom wa-ren van ‘De weeskinderen van Gemert’. Een ervan betrof een huis aan de Heuvel. Ook meldt Peter dat er in 1738 sprake is van ‘landerijen van der armen weese fundatie’. Als conclusie kon getrokken worden, dat het weeshuis, waarover pastoor Van Beek had horen vertellen, niet heeft bestaan, maar dat er kennelijk sprake was van een fonds of fundatie, waarvan de opbrengst moest worden aangewend voor de ondersteuning van Gemertse weeskinderen. Wie dit fonds had gesticht en wie het vanouds beheerde, was vooralsnog onduidelijk. In 1816 bleek echter dat in dat jaar het armbestuur van Gemert hier een rol in speelde. Toen werden voor notaris Aelders de goederen van het armbestuur publiekelijk verpacht. Eén van de bezittingen blijkt te betreffen een ‘huis, stal en schuur aan malkaar vast, hof en aangelag met de daarbij gehoorende zoo wel wei- als teullanden, groot te samen omtrent twintig lopensen, vanouds genaamd het weesgoed op Den heuvel’. Daarmee werd aangetoond, dat de boerderij die eigen-dom was van de fundatie voor de weeskinderen, dezelfde was als de boerderij die in het kadaster te boek staat als eigendom van het armbestuur. Het betreft de percelen van sectie H nrs 474 en 475. Tot zover wat er eerder over de fundatie van de weeskinderen in Gemerts Heem verscheen.1Antwoord op de vraag wie de stichter van de fundatie was, bleef nog onduidelijk.
De erfdeling van Lambert van Duijn
Een duidelijke aanwijzing, waar we de stichter van de fundatie moeten zoeken, blijkt uit een vermelding in het cijnsregister van de Commanderij Gemert dat werd aangelegd in 1693. Daar wordt op folio 82 vermeld: ‘huijs ende hoff op den Heu-vel groot 1½ lopense, een zijde den gelder selfs, andere zijde de straet, een eind de straet, ander eind Hendrick Driessen’. Als elkaar opvolgende eigenaars van dat huis worden vermeld:2
‘Lambert Janssen van Duijn, Die twe kinderen ende een kindtskindt beij ver-sterffSuster Helena van Duijn beij deilingeHr Pastor als momboir der armen weijskinderen per fundatien(..) Jan Paulus Rooijackers als armmeester per fundationem’.Hieruit blijkt dat in 1693 Lambert Jansen van Duijn eigenaar was van een huis met toebehoren op de hoek van de Heuvel met de Broekstraat en later blijkt dat huis van de pastoor te zijn, die optrad als beheerder van de fundatie van de arme weeskinderen. We gaan wat verder zoeken naar de genoemde Lambert van Duijn. In een Gemertse schepenakte van 21 maart 1703 vinden we de verdeling van de erfenis van Lambert:3 ‘Erfscheijdinge tusschen Goordt Lamberts Lamberts Jansen van Duijn, Helena Lamberts Jansen van Duijn (met assistentie van Jan Anthonis Hes, haar momboir in dezen), en Romboudt Aerdts als vaderlijk momboir (samen met medemomboir Jan Geridts) over zijn onmondige zoon Arnoldus, verwekt bij Margareta Lamberts Jansen van Duijn, allen erfgenamen van Lambert Jansen van Duijn en diens vrouw Mechel Joordens’. Lambert blijkt een rijk man te zijn geweest. Hij bezat op de Heuvel liefst drie huizen naast elkaar, die verdeeld werden onder de drie erfgenamen. Zoon Goort kreeg het oude huis op de Heuvel. Dochter Helena kreeg huis, hof, land en groes, samen 10 lopense en 14 roeden groot, op de Heuvel, genaamd ‘Jan Bartels huijsinge’. Aart Rombouts, de zoon van Rombout Aarts, weduwnaar van dochter Margareta, kreeg een huis en hof, gekomen van Willem den Cuijper op de Heuvel. Daarnaast bezat Lambert nog eens twee grote hoeven in Beek en Donk, eentje van 72 lopense en eentje van 162 lopense, waar bovendien nog eens veel losse percelen grond bij hoorden. Tenslotte trad hij kennelijk op als geldschieter. Hij leende geld aan diverse personen en de daarmee gemoeide tegoeden werden over de erfgenamen verdeeld. Zoon Goort en dochter Helena kregen tegoeden ter waarde van elk 2170 gulden en kleinzoon Aart Rombouts mocht de schulden gaan innen bij liefst 14 schuldenaars.
Zuster Helena van Duijn, stichter van de fundatie
In het cijnsregister zagen we als erfgenaam en als eigenaar van de latere boerderij van de fundatie een zekere ‘suster Helena van Duijn’. In het recente boek van Simon van Wetten over de Onze Lieve Vrouwen Broederschap haalt hij een akte aan van 21 januari 1736, waarin melding gemaakt werd van het testament van Helena, dat zij liet opmaken op 28 september 1703.4 Dat is vlak na de besproken erfdeling. Dat testament is nog niet teruggevonden, maar daarin moet de stichting van de fundatie van de weeskinderen zijn vastgelegd met als belangrijkste eigendom het huis dat He-lena bezat aan de Heuvel. Al op 4 oktober 1703 werd Helena begraven. Haar broer en schoonbroer verdeelden goederen uit haar nalatenschap, bestaande uit obligaties. Er hoorde dus geen huis bij. Dat moet in haar testament dus al aan een andere partij vermaakt zijn. Delen van het testa-ment van Helena moesten zij ook nog ten uitvoer brengen, waarbij het vooral gaat om de uitstaande schulden of obligaties van Helena. We lezen in een Gemertse schepenakte van 11 januari 1704 dat Goort Lamberts van Duijn en Rombout Aarts, als vaderlijk voogd van Arnoldus, verwekt bij Margriet Lamberts van Duijn, hadden overgegeven aan de eerwaarde heer Petrus Gautius, pastoor alhier, daartoe geautoriseerd in het testament van zuster Helena Lamberts van Duijn, obligaties ter waarde van totaal 550 gulden. In latere schepenakten vinden we nog meer afl ossingen van schulden aan Helena, die werden betaald aan pastoor Gautius.5
Opmerkelijk is nog dat Helena van Duijn als stichter diverse malen wordt aangeduid als ‘zuster’ of als ‘geestelijke dochter’. In het begraafboek van Gemert staat zij als ‘soror’ Magdalena Lamberts van Duijn met de aantekening dat zij op de Heuvel woonde. Leentje, zoals ze werd genoemd, was ech-ter geen kloosterzuster, maar een kwezel. Kwezels waren reguliere leden van de derde orde. Ze waren ongehuwd. Veel kwezels hadden hun leven gewijd aan de kerk of andere maatschappelijke doelen. Leentje had daarnaast veel van haar bezittingen vermaakt aan de fundatie van de weeskinderen, waaronder het huis waar ze woonde. Opvallend is dat in de periode 1687 t/m 1719 zeven kwezels in het begraafboek voorkomen met de aantekening dat zij op de Heuvel woonden. Doorgaans woonden er niet meer dan vijf kwezels bij elkaar.6
Het lijkt er op dat het huis van Leentje niet alleen door haar werd bewoond, maar dat er meerdere kwezels woonachtig waren. Mogelijk hebben zij zorg gehad voor Gemertse weeskinderen, hoewel dat nergens vermeld wordt. Het huis op de Heuvel lijkt aanvankelijk een ‘kwezelhuis’, maar misschien ook een beetje een weeskinderenhuis. Bij de verpachting in 1816 door het armbestuur gaat het om een gewone boerderij met landerijen.
Het beheer van de fundatie
Uit de vermeldingen die we hiervoor al aanhaalden kan de conclusie getrokken worden dat het beheer van de fundatie van de weeskinderen van Gemert aanvankelijk in handen was van de pastoor. Hij was de persoon die te boek stond als eigenaar van het huis na de dood van Leentje. Bovendien was het de pastoor die ook het geld inde, waarmee schulden aan Lambert van Duijn, die overgingen op zijn dochter, werden afgelost. Het beheer door pastoor Gautius is al snel overgegaan naar de Gemertse armmeesters, de voorgangers van het armbestuur. In 1723 verklaren de armmeesters Theodorus Plaum en Henrick van den Bogaert, dat een lening van Lambert van Duijn aan Willem Aarts, afgesloten in 1700, aan hen werd afgelost.8 De armmeesters hebben dan kennelijk het beheer overgenomen.
Noten:
- Ad Otten, Het weeshuis op den Heuvel, Gemerts Heem 1976 nr. 2; Peter van den Elsen, De weeskinderen van Gemert, Gemerts Heem 1994, nr 2.
- Archief Kommanderij Duitse Orde Gemert inventaris nummer 1054.
- Regesten van de schepenprotocollen van R125, regest nr 189, beschikbaar op de website van het gemeentearchief van Gemert-Bakel.
- Simon van Wetten, Eeuwenoud en bij de tijd, Onze Lieve Vrouwenbroederschap Gemert, Heemkundekring De Kom-manderij Gemert 2024, blz 52.
- Regesten uit R125, nrs. 236, 237; uit R124 nrs. 341 en 378; uit R126 nr 199.
- Peter van den Elsen noemt in Gemerts Heem 1994 (zie noot 1) de volgende kwezels die op de Heuvel woonden: soror Agnes van Zeelandt 03-02-1687; Joanna filia Thomae Hendrix, devota, 03-01-1690; Soror Magdalena Lam-berts van Duyn, 4 oktober 1703;soror Elisabeth Peters van Zeelant, 26-10-1706; soror Maria Jansen van Stiphout, 26-08-1709 en soror Antonia Janssen, 02-10-1719. Meer informatie over kwezels en in het bijzonder de Gemertse kwezels is te vinden in Peter van den Elsen, Gemertse kwezels uit de hoek, Gemerts heem 1987 nr. 4.
- Ad Otten, Van ‘Vlucht naar Egypte’ tot ‘Vlucht naar Gemert’, Gemerts Heem 2002 nr. 4
- Gemert R126 regest nr 199.De boerderij van het armbestuur op de Heuvel anno 1958. De boerderij werd gebouwd in 1905 en vervangen door nieuwbouw in 2022. Collectie heemkundekring.
De beeldengroep De Vlucht naar Egypte hangt al vanaf de jaren 60 aan de boerderij van het armbestuur. Het gaat om een replica die op initiatief van de heemkundekring werd gemaakt. Daarvoor hing de beeldengroep aan een huis aan de andere kant van de weg. Collectie heemkundekring.
De inschrijving in het cijnsregister van de boerderij van Lambert van Duijn op folio 82. In de linkermarge staan de jaren aangegeven waarin de verplichte cijns is betaald.
Links op de afbeelding het huis op de Heuvel met in een nis tussen de twee grote ramen de beeldengroep De vlucht naar Egypte. Het huis werd evenals café De Zoete Moeder (rechts op de afbeelding) gesloopt in verband met verbreding van de Beeksedijk. De beeldengroep verhuisde toen naar de boerderij van het armbestuur aan de andere kant van de weg.7 Collectie Heemkundekring.