GH-2024-3 Liever opbranden dan uitdoven
KLIK HIER VOOR PDF-bestand
Simon van Wetten
U, geachte lezer, weet vast wel wanneer u iets letterlijk moet nemen en wanneer niet. Brandweerlieden doven wel degelijk graag de vlammen. Het is zo ongeveer de sterkste beweegreden om, al dan niet als vrijwilliger, voor dit vak te kiezen. Het spreekwoord in bovenstaande titel staat dus niet voor ‘gecontroleerd laten uitbranden’, maar voor ‘intensief leven’. Dat doen brandweerlieden. Ook als de sirene of de pieper niet gaat, is er immer die latente mogelijkheid dat je plots je werk moet laten vallen, de rij tijdens de receptie moet verlaten terwijl je het gouden bruidspaar nog niet de hand hebt kunnen schudden, of dat je midden in een ijskoude winternacht vanuit een diepe slaap je warme bed moet verlaten.
In deze Gemerts Heem gaan we uitgebreid in op het wezen van de brandweer én op het wezen dat je moet zijn om dit werk te willen doen. We beginnen met een bloemlezing van een aantal aansprekende incidenten uit de voorbije 25 jaar.
De rode haan kraait
Een brand aan de Energieweg, begonnen op zondagavond 31 oktober 1999 tegen half elf. Een loods met inpandige woning staat binnen de kortste keren in lichterlaaie. In die loods ligt in los verband gestapeld hout. Als de stapels eenmaal met bluswater zijn doordrenkt, dreigt een nieuw gevaar; ze kunnen makkelijk kantelen. De korpsen van Gemert, Bakel en De Rips lossen elkaar in ploegverband af. Inclusief de Helmondse en de regionale assistentie zijn steeds een twintigtal brandbestrijders in touw. De buurman, producent van kozijnen met thermopane beglazing, houdt zijn hart vast. Het brandend hout ligt namelijk tot tegen het scheidingshek opgetast. De eigenaar van het brandend pand is anderhalve dag na het uitbreken van de brand nog steeds niet aangetroffen. Brandweercommandant Jan Geerts is in een verslag van de brand in het Gemerts Nieuwsblad op dinsdag 2 november voorzichtig in zijn analyse: “Er zijn aanwijzingen waardoor wij bij het ontmantelen van de restanten van de loods zeer omzichtig te werk gaan, bedacht als wij zijn op een mogelijk slachtoffer. We houden met alles rekening. Anderzijds, het zal de eerste keer niet zijn dat een dag of wat na de brand een verloren gegane bewoner naar voren stapt…”
De brandweer legde in de persoon van Terry van Gemert, namens de bevelvoerenden, ook het verloop van de bluswerkzaamheden vast. Het brandweerkorps werd op zondagavond om 22.31 uur gealarmeerd. Vervolgens zien we in het zeer zakelijke verslag terug hoe informatie bij de buren werd ingewonnen over waar de eigenaar van het brandend pand zich zou kunnen bevinden, dat het niet verantwoord was om verder door te verkennen vanwege de hevigheid van de brand, dat de ‘TS 845’ om 22.43 uur ter plaatse kwam om de waterwinning gereed te maken, dat actie werd ondernomen omdat het vermoeden bestond dat er asbest aanwezig was in de golfplaten van het dak, dat in verband met de enorme vuurzee ook de hoogwerker van Helmond (de HW 851) werd ingezet om van bovenaf te blussen, dat de aflossing rond 7.00 uur in de morgen plaatsvond door de korpsen Bakel en De Rips en om 14.00 uur ’s middags andermaal werd afgelost. Het korps Gemert ging weer verder met het blussen en met het aanbrengen van kunstlicht tijdens de vallende avond. Vanaf 3.00 uur in de nacht volgen we het verslag letterlijk: “Ondertussen is de hoogwerker vervangen door de ladderwagen van Helmond. De zwaardere kraan was bezig met het verwijderen van de staalconstructie. Er wordt door de ploeg afgesproken om te rouleren als pompbediende van het grootwatertransport. De overigen zullen de diverse stralen en het waterkanon bemannen. Van bovenaf de ladderwagen was duidelijk de gang te herkennen waar mogelijk het slachtoffer zich bevinden. Hierop werd besloten te stoppen met blussen.
Met perslucht gaan 3 personen deze gang inspecteren. Op enkele plaatsen kan men bijna op de vloer kijken. De aanwezige rommel belemmerde een verantwoorde verkenning en het zoeken wordt verder gestaakt. De bluswerkzaamheden worden nog niet voortgezet, zodat het bluswater bij (buurman) Smits kan weglopen. Het effect van het blussen is vrijwel nihil omdat het water over de stapels hout heenloopt. Er wordt alleen geblust als het vuur oplaait. Alle ploegleden krijgen de gelegenheid om de situatie vanaf de ladderwagen te bekijken. Rond de klok van vijf uur wil de ladderwagen niet meer starten, maar dit probleem wordt snel opgelost.
Nadat om 8.30 uur op dinsdagmorgen de informatie was overgedragen, is Bakel vertrokken, afgelost door Gemert. Omdat nu het hele hek en de damwand van de loods verwijderd waren, werd besloten een weg te banen naar het midden van de hal. Om 9.45 uur werd daar het slachtoffer aangetroffen. De werkzaamheden werden stop gelegd i.v.m. verder onderzoek door de technische recherche en de GGD-arts. Het slachtoffer is om 13.00 uur geborgen en afgevoerd. Om 14.00 uur werd aangevangen met het afblussen en afvoeren van de inhoud van de hal. Om 18.00 uur was de brand in z’n geheel geblust.”
‘Gasvlam bedreigt school.’ Uit het Gemerts Nieuwsblad van 13 april 2001: Op 12 april 2001 leidden breuken in een gasleiding en in een elektriciteitskabel tot de nodige commotie in Gemert. Uit het rapport van de brandweer: “Een knal, een indringende gaslucht en een grote vlam aan de andere kant van het raam, menig leerling van het Commanderij College aan de Sint Josephstraat zal zich gisterochtend van schrik nog diep achter het broodtrommeltje hebben verborgen. Door krachtdadig ingrijpen van een bulldozermachinist kon de metershoge vlam op het terrein langs de school niet uitgroeien tot een vuurzee. De man dekte het gat in de gasleiding onmiddellijk af met zand. De brandweer was snel ter plaatse om de zaak te controleren totdat de gasleiding afgesloten kon worden.” De hulpverleningsinstantie zelf trof geen levensbedreigende situatie aan: “Door het gas gecontroleerd te laten branden konden we zien hoe het zich verspreidde. Niet richting school gelukkig, omdat de wind goed stond.” En voor de leerlingen was er nog een geluk bij een ongeluk; omdat het gebouw voor onbepaalde tijd verstoken zou zijn van verwarming – een overduidelijk geval van gasgebrek – mochten de scholieren de rest van de dag thuisblijven.
‘Gemertse bloemist blust brand in zijn winkel.’ Uit het Gemerts Nieuwsblad in december 2002: “Door snel ingrijpen kon bloemist Twan Hellings verhinderen dat zijn Bloemboetiek Johanna in de Kerkstraat in Gemert in vlammen opging. Hellings zat met zijn personeel te eten in een ruimte achter zijn zaak, toen hij even na half zeven enkele knallen hoorde. ‘Ik dacht eerst dat het kwajongens waren die hiertegenover bij de kerststal vuurwerk aan het afsteken waren. Dat hadden ze vandaag al eerder gedaan. Toen ik ging kijken, zag ik dat er brand was in de werkplaats,’ doet hij zijn relaas. Met hulp van het personeel trok Hellings alle bloemen uit de emmers in de winkel en gooide hij het water over de vlammen. Voor de brandweer bleef niet veel meer werk over dan het nablussen van de smeulende resten en het controleren van het pand.”‘
Boerderij in Gemert deels in as gelegd.’ Uit het Eindhovens Dagblad van 26 november 2003: “Een uitslaande brand heeft gisternacht rond twee uur een boerderij aan de Boekelseweg in Gemert deels in de as gelegd. Er raakte niemand gewond, de bewoners waren op vakantie. Omringende boerderijen zaten twee uur zonder stroom omdat door de brand kortsluiting ontstond in een verdeelstation. De korpsen van Gemert en Boekel rukten elk uit met twee wagens, waarvan er drie werden ingezet. Het was enige tijd onduidelijk of er toch een bewoonster in de boerderij aanwezig was. Om half vier werd duidelijk dat deze, de moeder van een van de eigenaren van de boerderij, bij familie logeerde. Een overbuurman ontdekte de brand. Hij gaf per ongeluk het huisnummer van de woning naast het brandende pand door. De eigenaar van dat huis, Ton Vermeulen, werd wakker gebeld door de meldkamer met de mededeling dat er brand was in zijn woning.”
‘Rook Elsendorp binnen de norm.’ Waar rook is, is vuur. En het omgekeerde geldt uiteraard óók. Bij een brand in Elsendorp, op 22 juli 2011, brandde een met pvc-slangen gevulde loods van drainagebedrijf Alldrain volledig uit. Hoewel metingen uitwezen dat de concentraties aan gevaarlijke stoffen niet boven de toegestane norm uitkwamen, waren ze volgens de brandweer ‘absoluut niet gezond’ om in te ademen. De rookontwikkeling was enorm, het gebruikelijke advies om ramen en deuren gesloten te houden van kracht, maar toch stond publiek in Elsendorp gewoon op straat in de rook. ‘Wij hebben geen waarschuwing gehad’, aldus een van hen. Maar ja, volgens de brandweer en eigenlijk ook gewoon volgens het gezond verstand is “rook nooit goed. Zeker wanneer het erg stinkt moet je daar wegblijven. Pas als er gevaarlijke concentraties ontstaan, gaan wij waarschuwen.”
‘Brand in champignonkwekerij Gemert.’ Soms kun je ook overdrijven. De brandweerkorpsen van Gemert, Laarbeek, Deurne, Helmond én Mierlo rukten op 30 januari 2009 uit voor wat een heel bescheiden brandje in de elektriciteitsverdeelruimte van een champignonkwekerij aan de Beeksedijk bleek te zijn. De kwalificatie ‘zeer groot’ voor de brand had te maken met het feit dat ter plekke veel te weinig water beschikbaar was. De dichtstbijzijnde waterloop heet de Snelleloop, maar ligt nog altijd 800 meter verderop. Zelfs die naam doet er dan niet toe. Bovendien was de traforuimte die voor de elektriciteitsverdeelruimte lag, afgesloten. Als zo’n ruimte wordt opengemaakt, kunnen de vlammen naar buiten slaan en dan moet je veel water in de buurt hebben. Voor dat doel was het Mierlose korps opgeroepen, dat de beschikking had over een watertransportsysteem. Maar al die aanwezige korpsen hoefden dus niet in actie te komen, omdat de brand beperkt bleef tot de verdeelruimte. Overigens ging de bewuste kwekerij op 23 mei 2018 door een grote brand wel degelijk grotendeels in vlammen op.
First responder
Het eerste signaal van hetgeen pas jaren later zou leiden tot de definitieve invoering van het begrip ‘first responder’ wordt gevormd door een artikel in het Eindhovens Dagblad op 11 september 1999. ‘Vrijwilligers voor de ziekenwagen uit’, luidt de bovenkop, en daaronder: ‘Proefproject hulpverlening buitengebied’. Het proefgebied was Zuidoost-Brabant en het idee was gestoeld op de vaststelling dat in afgelegen gebieden, waar de ambulance meestal niet binnen de normtijd kon zijn, een snellere reactie nodig was.
“De brandweer weet uit ervaring”, stelt het artikel, “dat zij in sommige uithoeken van de gemeente meer dan tien minuten staat te wachten, voor de ambulance ter plaatse is. Brandweerlieden missen dan de medische kennis om handelend op te treden en kunnen soms niet veel meer doen dan afwachten.” Een kleine, snel accelererende wagen, bemand met goed opgeleide vrijwilligers en noodzakelijke voorzieningen voor hulpverlening aan boord, zou bijvoorbeeld bij een bromfietsongeval of bij reanimaties alvast handelend op kunnen treden. Maar het initiatief stond van begin af aan onder druk. Op 9 februari 2001 meldt het Eindhovens Dagblad: “Brandweer en ambulancevoorziening in de regio stoppen meteen met de ‘first responder’ als het rijk dit project aangrijpt om minder geld te steken in de ambulancezorg.” Ondercommandant Jos Keulen van de regionale brandweer van Zuid-Oost Brabant “kapt ermee” als het rijk de aanwezigheid van first responders zou gebruiken als alibi om niet te hoeven investeren in de verbetering van de ambulancezorg. Uit het artikel wordt duidelijk dat op dat moment in Gemert-Bakel en in Oirschot-De Beerzen al ruim twintig brandweerlieden opgeleid zijn om levensreddende en stabiliserende handelingen te verrichten en dat in het eerste jaar het Gemertse korps al ruim zestig keer met een klein voertuig en materieel voor eerste hulp is uitgerukt. De al geciteerde Keulen eindigt met een verontrustende vaststelling: “We krijgen in Nederland steeds meer de Amerikaanse mentaliteit dat mensen hulpverleners meteen voor de rechter slepen. We moeten voorkomen dat uiterst gemotiveerde en bekwame vrijwilligers in de hulpverlening de kop wordt afgehakt.” Raadslid Hans van Dijk schrijft begin 2001 een boze brief naar minister Borst. “Waar een goede oplossing is gevonden in de vorm van een first responder draait de minister die de nek om door te weinig geld beschikbaar te stellen voor de ambulancevoorziening in Zuidoost-Brabant. In sommige delen van de gemeente, zoals Handel en Elsendorp, is een ziekenauto niet altijd binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vijftien minuten op de plek des onheils.” Van Dijk wordt, terecht, zoals hijzelf stelt, als raadslid regelmatig aangesproken op het ontbreken van een goede ambulancevoorziening. “Erger, een initiatief van de GGD en brandweer om goed opgeleide brandweerlieden als first responder in te zetten, wordt door de inspectie voor de volksgezondheid verboden.” Inderdaad, de Inspectie Gezondheidszorg vindt de first responder “onveilig en onverantwoord. Een heel mooi project wordt gefrustreerd”, stelt een teleurgestelde projectleider Marc Sanders op 12 februari 2001 in het Eindhovens Dagblad. “De landelijke inspectie ziet de first responders als een bedreiging voor de ambulancezorg. Ze is bang dat het succes ertoe kan leiden dat de politiek geen geld geeft voor extra ambulances.” Een andere reden om het hele project af te blazen is mogelijk de ramp in Volendam. Na de verschrikkelijke brand daar tijdens de Nieuwjaarsnacht in café ‘Het Hemeltje’ is volgens brandweercommandant Keulen van de Regionale Brandweer “de overheid verkrampt. Stel dat een slachtoffer claimt dat de eerste hulp niet goed was? De overheid wil dan niet de zwarte piet toegeschoven krijgen.”
Eigenaardig toch. Cliënten, huisartsen, de GGD en zeker ook de first responders zelf zijn laaiend enthousiast. De pilot is niet voor niets toevertrouwd aan juist de brandweerkorpsen van Oirschot en Gemert-Bakel. Die korpsen en hun commandanten staan goed aangeschreven en de trainingsgraad van de vrijwillige brandweerlieden in deze twee Brabantse gemeenten is hoog. Juist in deze gemeenten zijn ambulances niet altijd in staat om op tijd aanwezig te zijn. Stationering van ambulances op meer nabije standplaatsen is, ook volgens de ziektekostenverzekeraars, een te kostbare aangelegenheid en het first responderproject heeft het bestaansrecht meer dan bewezen. De responders zijn gemiddeld vijf minuten eerder present dan de ambulance. En toch besluit de projectleiding de werkzaamheden op te schorten? “Dat gebeurde”, aldus burgemeester Van Maasakkers, “als antwoord op de brief van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Daarin stond: ‘Wanneer u als hulpverleners niet aantoont dat u voldoet aan de eisen die de wet aan u stelt, zien wij ons genoodzaakt uw project als onaanvaardbaar te bestempelen.’ Natuurlijk is het zo dat je bij een pilot, een proef, onvolkomenheden ontdekt. Vervolgens voer je de nodige aanpassingen door. Het inlassen van een adempauze is ook een manier om op de juiste manier verder te gaan. Dan kan voor het vervolg van het project een begeleidingsgroep in het leven worden geroepen waaraan de Inspectie meedoet. Zo kunnen de ervaringen en bevindingen van het project worden geëvalueerd en in duidelijke voorschriften worden omgezet.” We laten de Inspectie voor de Gezondheidszorg zelf de redenen uiteenzetten waarom er een streep werd getrokken door het project. Dat werd gedaan naar aanleiding van VVD-Kamervragen, in april 2001. “We hebben het niet zelf stopgezet. Maar inderdaad, we vonden de noodhulp door brandweerlieden onveilig, onverantwoord en onacceptabel. Het begon ook zonder ons medeweten, maar toen we ervan hoorden, hebben we direct de medische en juridische bezwaren geuit in een brief aan de projectleiding en er met klem op aangedrongen de zorgverlening op een verantwoord niveau te brengen.” Tegelijkertijd er-kende minister Borst dat politiemensen en brand-weerlieden, die allen een EHBO-opleiding hebben gehad, levensreddende handelingen kunnen verrichten bij een ongeval. “Maar deze noodhulp mag nooit een structureel karakter krijgen.”
En ziet, het tij keert. Op 8 januari 2002 meldt het Eindhovens Dagblad: “De regionale brandweer verleent bij calamiteiten eerste hulp op straat, niet in een pand. Regionaal brandweercommandant J. Rooijmans wil daarmee voorkomen dat de zogenaamde basic life supporters, voorheen de omstreden first responders, een speelbal worden in een juridisch steekspel. De Inspectie van Volksgezondheid heeft volgens de commandant vooral kritiek op de mogelijkheid dat de brandweerwagens wellicht in plaats van een ambulance worden gestuurd, ook als er slachtoffers in een woning liggen. Hij laat zijn personeel nu dan ook alleen buiten (in de open lucht) de helpende hand bieden.” De commandant stelt daarbij ook dat het onbegrijpelijk zou zijn om niets te doen daar waar men de eerste levensreddende handelingen kan verrichten. “Onbegrijpelijk voor de burger én voor de hulpverlener. Het verschil van inzicht tussen ons en de inspectie is onveranderd, maar niemand kan ons verbieden eerste hulp te verlenen zoals iedere burger dat zou doen.” De regionale en plaatselijke kranten hebben een dankbaar onderwerp aan deze materie. Géén komkommertijd. Een kort overzicht in telegramstijl:
– (3 januari 2002) ‘Brandweer liet vroeger slachtoffers ook niet liggen’; de medische brandweer-teams handelen sinds de voortzetting van het project binnen de mazen van de wetten;
– (9 januari 2002) De GGD wil meer medische brandweer, dus gemixte teams van brandweer en ambulancepersoneel die de burger sneller kunnen helpen in noodgevallen; – (13 september 2002) Toestel helpt brandweer te reanimeren (met de inmiddels welbekende Automatische Uitwendige Defi brillator, de AED); – (20 december 2002) Brandweer negeert verbod eerste hulp (ook na een ‘defi nitief’ verbod van het ministerie); – (20 december 2002) Van Maasakkers furieus over afwijzing: “Team is opgeleid voor hulpverle-ning”; – (24 januari 2003) ‘Mensen worden rustiger als wij binnenkomen’(over het Basic Life Support-team, dat geleerd heeft hoe luchtwegen vrij te maken en zuurstof toe te dienen, en hoe mensen met een hartaanval te reanimeren);
– (28 oktober 2003) Gemertenaar dankt zijn leven aan de first responder (over de 49-jarige Peter van den Hurk, die na een potje zaalvoet-bal een hartaanval kreeg en door de inzet van de Gemertse brandweer het er levend vanaf bracht);
– (2 januari 2004) Toch groen licht basic life support (Gemert en Oirschot wordt de gelegenheid geboden de basic life support in pilotverband uit te werken);
– (18 augustus 2004) Minister VWS staat voort-aan toe dat een gemeente haar brandweerkorps mag uitrusten met een First Responder-eenheid;
– (19 augustus 2004) “Als brandweerman mocht je vroeger niets doen” (last van Gemertse first responders afgevallen nu minister van Volksgezondheid officieel het groene licht heeft gegeven voor hun activiteiten). Vrijwillig brandweerman Robert Bevers uit Gemert wordt kort daarna geïnterviewd door Max Steenberghe van het Eindhovens Dagblad en omschrijft de nieuwe situatie als ‘kicken’. “Nu kunnen we echt mensen redden. Daar is het allemaal om begonnen, daarom ga je bij de brandweer. Een brand kan om een containertje gaan. En dat gaat toch wel uit. Maar bij een Basic Life Support telt werkelijk elke seconde. Dan komt het er echt altijd op aan. Bij BLS kun je levens redden. En dat is het mooiste wat er is. Daar was het toch allemaal om begonnen?”
Een willekeurige jaarvergadering
De aard van het brandweerwezen wordt ook onderstreept tijdens niet al te spectaculaire gebeurtenissen, zoals een jaarvergadering. Een keuze uit de notulen en opgetekend door secretaris Ton Pennings van de jaarvergadering van 1999, gehouden op 12 februari 2000.
– De voorzitter gaat nog even in op de gebeurtenissen die vorig jaar allemaal plaatsvonden tijdens ons jubileumjaar, zoals de vele jubileumactiviteiten, de besprekingen verbouwing kazerne, opzet first responder-project, grote brand Industrieweg en het afscheid van Henk Coolen en ondercommandant Willem Adriaans. Ook het volgend jaar zal ‘heftig’ worden met diverse gebeurtenissen, zoals de groepen-oproep, start first responder, nieuw logistiek systeem, realistisch oefenen, nieuwe oefeningen, verbouwing kazerne, herstructureren bestuur en het 25-jarig brandweer jubileum van Frans Vos en het afscheid van Henk Dennemans als actief lid.
– Het programma vandaag: na de vergadering bezoek aan De Specht in Handel, vervolgens naar De Rips voor een bezoek aan de brandweerkazerne in wording en een bezoek aan de ecologische tuin die ernaast ligt. Op 2 april brengen we weer een bezoek aan de Smakt. De bestuursverkiezing komt te vervallen en wordt uitgesteld tot de volgende vergadering.
– Uit het jaarverslag van de secretaris blijkt verder dat we 131 maal uitgerukt zijn, 7 maal meer dan in 1998. Er is flink geoefend, vergaderd en actief meegedaan aan wedstrijden, met uiteenlopende resultaten.
– In de verslagen van de vijf commissies en de O.R. komen aan bod (in commissie 1) de carrousel-oefening met Bakel en De Rips en de behendigheidswedstrijd voor bevriende korpsen, (in commissie 2) de behendigheidswedstrijden tijdens de jaarmarkt, gericht op met name de schooljeugd, en de voorbereidingen voor de verbouwing van de kazerne, (in commissie 3) de festiviteiten als de nieuwjaarsborrel, de barbecue, de jubileum-receptie en reünie, (in commissie 4) de vormgeving van het jubileumjaar, (in commissie 5) het Sint-Nicolaasfeest voor de jeugd en het afsluitingsfeest in de Kokse Hoeve en (in de O.R.) overleg over de nieuwbouw van de kazerne in De Rips, de arbeidsinspectie en het pilot-project first responder.
In de rondvraag bedankt Jan Geerts eenieder voor de belangstelling bij het overlijden van zijn moeder Fien, vraagt Albert Bekkers of er een keer geoefend kan worden bij de projectgroep Pandelaar en vraagt Willy van Katwijk hoe het zit met de uitrukauto voor de first-responders.
Waarna de sluiting volgt.
Intrigerend is het aangekondigd bezoek aan Smakt. Het is een kleine bedevaartsplaats in Noord-Limburg, een oord van gebed en verering van Sint Jozef. Hij wordt vereerd als patroon van een gelukkige levensstaat, als patroon van het christelijk huisgezin en hij staat ouders bij om de moeilijke taak van de opvoeding goed te volbren-gen. Nou ja, misschien is de connectie dat je bij de opvoeding ook vaak huiselijke brandjes moet blussen…
Brandweerbeleidsplan 2003
Een duidelijk beeld van wat je van de brandweer mag verwachten, wordt geschetst in de jaarlijkse beleidsplannen. Hier volgt een kleine greep uit het plan 2003.
Risicobeeld
Het bestaande basisrisico veranderde niet. Bij elkaar 7 woonkernen met in het ruime buitenge-bied veel agrarische bedrijven, een groot kunststofverwerkend bedrijf met overigens kleinschalige industrie, een grote discotheek en een redelijk groot natuur- en bosgebied blijven het niveau bepalen. Het verkeersrisico blijft dat van een plattelandsgemeente met enkele drukke doorgaande provinciale wegen. De aanleg van rotondes en het reconstrueren van een aantal doorgaande wegen hebben de laatste jaren de verkeersveiligheid in positieve zin beïnvloed. In Gemert is in 2003 begonnen met de bouw van diverse bedrijven op het nieuwe industrieterrein Wolfsveld 3. Het levert geen verandering op in het risicobeeld. De plannen Watermolen in Gemert en Achter de Molen in Bakel zijn nagenoeg klaar en bieden een prachtige woonomgeving aan de bewoners. Het plan Achter de Kerk krijgt een concreet gezicht en de nieuwe basisschool De Kleine Kapitein is in gebruik genomen.
Taak
De brandweerzorg is, krachtens de Brandweerwet artikel 1 lid 4, opgedragen aan de burgemeester en de wethouders. Zij hebben te zorgen voor het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al wat hiermee verband houdt. Hier hoort ook bij het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan brand.
De repressieve basistaak van de brandweer bleef ook het meest in het oog springende onderdeel. Brand bestrijden, het verlenen van technische hulp en het optreden bij ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, zijn belangrijke elementen. Elke medewerker wordt hierop geschoold en getraind.
Preventie
Vanuit de taakstelling preventie worden bouwplannen en milieuvergunningsaanvragen getoetst. Bouwtoetsing gebeurt structureel.
Preparatie
Preparatie is de voorbereiding op eventuele incidenten en is een brede schakel in de keten. Het behelst het opleiden en trainen van brandweermedewerkers, het opstellen van plannen en procedures en aanschaf en beheer van materieel. Er werd geoefend en getraind, deelgenomen aan sportwedstrijden en aan kwaliteitstesten. Verder werden in de afgelopen periode diverse bereik-baarheidskaarten en aanvalsplannen gemaakt en aangepast. De lokale brandweer beschikt over 1184 brandkranen die gehuurd worden van Brabant Water. De verdeling over de posten: Bakel 396, Gemert 679 en De Rips 209.
De persoonlijke uitrusting: Hieronder vallen de beschermende kleding en ademluchtapparatuur. Elke brandweerman beschikt over een eigen uitruktuniek en -broek met ademhelm, handschoenen en laarzen. Aan rollend materieel hebben de drie korpsen samen tien voertuigen en drie aanhangers. Er is voor om en nabij 3 kilometer aan brandslangen, noodstroomaggregaten en verlichtingssets, hydraulisch redgereedschap, en op het BLS-voertuig een AED en uitrusting voor het stabiliseren van slachtoffers.
Aangaande de huisvesting: De kazernes in Gemert en De Rips functioneren naar volle tevredenheid. De kazerne van Bakel is aan een forse opknapbeurt toe.
Repressie
In het aantal uitrukken blijft sprake van een trendmatige lichte stijging. In het licht van de daarmee eveneens stijgende tijdbelasting is gestart met het regionale project ‘De Glazen Bol’. Hierin wordt gekeken op manier deze ontwikkeling kan worden gepareerd door een visie op de toekomst van de brandweer te formuleren.
Nazorg
De voorlichtingsbijeenkomsten voor het fenomeen traumatische stress preventie zijn afgerond. Geconstateerd mag worden dat in alle drie de korpsen een open cultuur bestaat die ruimte geeft om zaken bespreekbaar te maken. Het regionaal BOT (Brandweer Opvang Team) krijgt steeds meer vaste vorm. Rampenbestrijding
In 2001 werd gestart met het opstellen van een Regionaal Beheersplan Rampenbestrijding. In opdracht van de rijksoverheid moet hierin de integrale bestrijding van de gevolgen van een ramp worden beschreven. In 2003 begonnen de diensten en de gemeenten aan de modellering van de draaiboeken en het opstellen van een nieuw model Rampenplan.
Commandostructuur en bevel
De burgemeester heeft te allen tijde het opperbevel over de brandweer. De commandostructuur is onveranderd. In 2003 voltooide een vierde medewerker zijn officiersopleiding. Met ingang van 1 september is één OVD (officier van dienst) de klok rond paraat. Hiermee wordt voldaan aan de landelijke richtlijn.
Bestuur
In breder verband is de brandweer van Gemert-Bakel onderdeel van de Regionale Brandweer Zuid-Oost Noord-Brabant. Alle burgemeesters hebben zitting in het Algemeen Bestuur.
De korpsen van Gemert-Bakel maken daarnaast deel uit van de brandweer-kring Peelland, samen met die van de gemeenten Asten, Deurne, Helmond, Laarbeek en Someren.
Personeel
De formatiesterkte van de brandweer is in de verordening Brandveiligheid en hulpverle-ning vastgesteld op 69 medewerkers.
Preventie
Je wilt graag branden blussen, maar ook brandweerlieden zien uiteraard het nut van het voorkomen van branden. Zo wordt met carnaval aan de horecagelegenheden geadviseerd uitsluitend brandvrije serpentines, lampions en slingers te gebruiken. Die versieringsmaterialen moeten de nooduitgangen uiteraard niet verbergen of moeilijk bereikbaar maken en kleine blusmiddelen zijn van groot belang om juist het begin van brand aan te pakken. De voorbereidingen voor de carnavalsoptocht ontsnappen ook niet aan de aandacht van de brandweer. Bij het bouwen van de wagens in de loodsen is goede ventilatie belangrijk, evenals goed bereikbare en makkelijk opengaande nooduitgangen. De aanwezigheid van brandblussers is logisch, maar zijn ze het afgelopen jaar ook gecontroleerd? En de breedte der wagens moet voldoen aan de maximale maten, zodat delen van de weg vrijgehouden kunnen worden voor eventuele calamiteiten. Verder wordt benadrukt zo min mogelijk brandbare materialen te gebruiken.
Een catastrofale brand ver weg, in Volendam, veroorzaakte verslagenheid in heel Nederland. Het gemeentebestuur van Gemert-Bakel stuurt een brief naar het vissersdorp om aan diep leedwezen uitdrukking te geven. Op hetzelfde moment ontstaat bij de gezagsdragers en het hoofd van de brandweer de vraag of het huiswerk goed is gedaan en wanneer die bepaalde vergunning voor het laatst is afgehandeld.
Ja, de lokale brandbeveiliging wordt tegen het licht gehouden, de checklists brandveiligheid voor de korte en de lange termijn worden nagelopen, organisatorisch, bouwkundig, inrichting, installaties melden en alarmeren, blusmiddelen, vluchtwegen, blussen en dagelijkse controle, het wordt op een rij gezet. Natuurlijk, dat gebeurt altijd al, maar als je zó hard met de neus op het feit wordt gedrukt dat het altijd ergens op een verschrikkelijke manier mis kan gaan, dan groeit de alertheid tot een soort kookpunt. En dan ligt verkramping op de loer. In overconcentratie schuilt ook gevaar. Carnaval moet gezellig gevierd kunnen worden en het zilveren huwelijksfeest bij u thuis óók. Maar kritisch kijken naar de geïmproviseerde partytent in de tuin, of naar het slaapfeest van de jongelui op de hooizolder is ook de verantwoordelijkheid van de burger. De brandweer kan onmogelijk van alles op de hoogte zijn. Burgemeester Jan van Maasakkers zei daar op 5 januari 2001 in het Gemerts Nieuwsblad het volgende over: “Het is zo makkelijk de beschuldigende vinger uit te steken. Spreek rechtstreeks je naaste aan als het gaat om brandpreventie!”
Preventieve taken uitvoeren vereist ook de aanwezigheid van voldoende personeel. In een bericht in het Eindhovens Dagblad van september 2000 komt tot uiting dat er op dat moment een tekort aan brandweerlieden is. Enerzijds omdat brandweerlieden niet graag verkassen. Immers, als je eenmaal in een bepaald korps zit, blijf je daar ook, je geeft je sociale contacten binnen die kring niet graag op. Anderzijds worden vacatures niet snel opgevuld door de ook toen al aanwezige krapte op de arbeidsmarkt.
Het goed bestuderen van lesbrieven en vakliteratuur is voor de brandweerman eveneens een vorm van preventie. In het Archief van de Personeelsvereniging der Vrijwillige Brandweer treffen we zulke geschreven toelichtingen aan over de werking van airbags, over gordelspanners, complexe gebouwen, afdichtingsmiddelen, hefkussens, staaldraadtakels, de chemicaliënoverall, de bergingsbrancard, gevaaretiketten en de herkenning van voertuigen, het aantrekken van gaspakken en hoe vervolgens te communiceren. De stapel wordt besloten door brieven over de exotector (voor het verkennen van gevaarlijke stoffen), de werkgordel (om een bepaalde werkpositie te handhaven, in combinatie met lijnen, lijmklemmen en karabijnhaken) om de kans op vallen tot een minimum te beperken, en werkmethodieken bij hoogteverschillen.
Verder beschikt de brandweer over een stapel bouwtekeningen van publieke gebouwen. Belangrijk voor de brandpreventie, én voor de kennis welke vluchtwegen er in zo’n pand aanwezig zijn. Over welke gebouwen in Gemert het dan gaat? Allereerst het gemeentehuis en het kasteel, D’n Dörpel, de (toenmalige) kegelbanen van Keizersbosch, Time Out en zo’n beetje álle horecagelegenheden, ook van alle bedrijven op de industrie-terreinen, de multifunctionele accommodaties in de verschillende kerkdorpen, de sporthallen, de diverse schoolgebouwen, het (alweer verlaten) politiebureau aan de Komweg en tot slot van alle bouwprojecten van Stichting Goed Wonen.
In het archief bevindt zich zelfs het contract met Waterleidingmaatschappij Oost-Brabant in verband met de bluswaterleidingen in de regio. De eigen bibliotheek met brandweer-gerelateerde onderwerpen is gevuld met boeken over ‘Repressie’ (dus het blussen van branden), over incidentenonderzoek, over inzicht in de gevolgen van calamiteiten, het Stralings-ABC, de Zes Uitdagingen voor lokaal veiligheidsbeleid, het Integraal Veiligheidsprogramma, Ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen, Beter oefenen bij de Brandweer, Verbindingsnetten overheidsbrandweer, Brandpreventie en ontruimingsmaatregelen voor begeleiders van geestelijk gehandicapten en nog heel veel meer.
Preventie heeft ook de aandacht van de landelijke overheid. Er wordt eind 2007 plotseling ingezet op de aanschaf van rookmelders. Wellicht vloeit de aankondiging in december van dat jaar van minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken uit de toegepaste bezuinigingen voort…
“De brandweer moet voortaan in principe binnen acht minuten aankomen bij een brand”, aldus de bewindsvrouw. De wettelijke norm waarmee Ter Horst die verplichting op wil leggen is volgens haar nodig zodat gemeenten de brandweer hard kunnen afrekenen op de opkomsttijd. Uit landelijk onderzoek kwam eerder naar voren dat de brandweer tussen de twaalf en vijftien minuten nodig had om te arriveren. De genoemde acht minutennorm gold al wel als vuistregel, maar vrijwilligers werken overdag vaak ver van de kazerne en hebben last van verkeersmaatregelen als rotondes, paaltjes en drempels. De minister: “De opkomsttijd mag hoger zijn als in een pand preventieve maatregelen zijn genomen, zoals de installatie van rookmelders. Rookmelders verkorten de tijd tussen de uitbraak van de brand en de aankomst van de brandweer aanzienlijk. Gemiddeld wordt een brand vijftien minuten na uitbraak ontdekt.
Met een rookmelder is dat al binnen een minuut.” Uit het genoemde landelijk onderzoek komt volgens het Eindhovens Dagblad van 13 december 2007 nog een aardig weetje naar voren: In 2006 zijn in Nederland 113.000 brandmeldingen geregistreerd. Bij 50.000 meldingen was sprake van brand. In de overige gevallen ging het om een loos alarm.
Jubilarissen
Het is waarschijnlijk niet een onderwerp van algemene interesse en daarom gaan we niet alle jubilarissen die in de periode 1999-2024 een jubileum vierden, uitgebreid in het zonnetje zetten. Maar het prachtige intro dat wijlen Lambèr Vugs ter gelegenheid van het zilveren jubileum van Frans Vos, Bert Maas en Henk van de Wassenberg bij zijn artikel op 3 november 2000 in het Gemerts Nieuwsblad schrijft, zegt veel over de inzet en gedrevenheid van niet alleen de drie genoemde heren, maar over álle brandweerlieden en is het daarom waard letterlijk in dit verhaal op te nemen.
“Het 25-jarig lidmaatschap van de buikzwijnen-fokvereniging is van een andere orde dan het zilveren lidmaatschap van het gemeentelijk brandweerkorps. Hopelijk zijn wij het daar snel over eens. Burgers vinden het de normaalste zaak van de wereld dat er bij calamiteiten een brandweer-eenheid opduikt. Leken hebben geen boodschap aan de vrijwilliger die moet kappen met zijn bezigheden zodra zijn pieper gaat. ‘Daar heeft hij zelf voor gekozen,’ hoor je al snel. Buitenstaanders hebben geen notie van de gevoelens van onrust bij de vrouw van de brandweerman wanneer manlief haastig het huis verlaat. Het stoere-jongens-ferme-knapen-imago dat de brandweer aankleeft is het minst interessante deel van het verhaal. Brandweermensen zijn goed getrainde, goed opgeleide dorpsgenoten met een groot verantwoordelijkheidsbesef, die veel vrije tijd investeren in het verlenen van noodhulp. Wie de bink wil uithangen is bij het brandweerkorps van Gemert aan het verkeerde adres. Vaardigheid, karakter en teamgeest… in het heetst van de strijd komt het op die kwaliteiten aan.”
Een jubileum van geheel andere aard is het 75-jarig bestaan van de gemeentelijke vrijwillige brandweer op 4 september 1999. Het wordt met de presentatie van een boek, een feestelijke reünie en een tentoonstelling gevierd. Jazeker, al vóór 1924 had Gemert een brandweer. Het jubileumboek heeft niet voor niets de ondertitel ‘400 jaar Gemertse brandweer’. Maar in 1924 werd de positie van de lokale brandweerman ook rechtspositioneel geregeld. Vandaar. “De relatie tussen de gemeente en de brandweer is de laatste jaren intensiever geworden”, zegt burgemeester Van Maasakkers tijdens zijn feest-toespraak. “En daarmee de relatie tussen de lokale vrijwillige brandweer en de regionale, professionele brandweer in Eindhoven. Dat heeft ook geleid tot de benoeming van Jan Geerts als professionele brandweercommandant van Gemert. Was het vroeger vooral reageren op gebeurtenissen, nu probeert men branden en ongevallen te voorkomen. Pro-actief werken heet dat in het jargon.” Als tijdsbeeld is het nog wel aardig te vermelden dat volgens de burgemeester “de brandweer een centrale rol speelt bij de zorg om veiligheid bij de aanstaande eeuwwisseling, de millenniumproblematiek.”
Ook het onderwerp ‘afreageren van de spanning’ komt in de toespraken van de burgemeester en Jan Geerts aan de orde. “Het kenmerkende bij de vrijwillige brandweer is de gebondenheid met elkaar. Hulpverlening en ongeval brengt bij de brandweerman een bepaalde spanning teweeg, en dat moet afgereageerd worden. De brandweer bestaat uit een bepaald slag mensen. Zij kunnen als het nodig is op hun top presteren en daarnaast af en toe goed feesten. Dat is ook een bepaalde geesteshouding. Het is niet toevallig dat bijna alle brandweermannen gevoel voor humor hebben. Dat feesten met elkaar is ook het jezelf wapenen tegen de gevolgen van het brandweerwerk, want als brandweerman ben je kwetsbaar. Die emoties moeten binnen de groep de ruimte en hun plaats kunnen krijgen.”
‘Toch weer blij als het geen bekende is’
Alle brandweerlieden die na jaren van toewijding en opoffering afzwaaien, verdienen aandacht en dankbaarheid. Gelukkig staat de lokale pers altijd klaar om verslag te doen van de afscheidsreceptie en de toespraken die daar worden gehouden. In het bestek van dit boekje is het ondoenlijk om al die verhalen een plek te geven. De uitzondering daarop wordt gevormd door het bijzondere afscheid van brandweerman Henk Coolen in december 1999. Henk was negentien jaar actief en maakte het allemaal mee: een al te avontuurlijke kat uit een boom halen, olie van het wegdek verwijderen, bermbrandjes te lijf gaan en uiteraard het assisteren bij ongelukken en het blussen van uitslaande branden. “Het afscheid is heel dubbel”, legde Henk destijds uit. “Je sluit een mooie tijd af, maar één ding neem je voor de rest van je leven mee.”
Hij doelde op een voor hem traumatische avond. Henk stond op die 31ste mei 1996 in een fotozaak toen zijn pieper afging. ‘Ongeluk West-om met beknelling’, meldde zijn display. De andere bevelvoerder van het korps, Frans Vos, was eerder bij het ongeval. Een personenauto was frontaal tegen een vrachtwagen gebotst. De situatie was dramatisch. “Na overleg met Frans ging ik terug naar de wagen om afzetlint te halen. Waarom ik toch weer zonder lint naar Frans ben gelopen, is me nu totaal onduidelijk. Maar pas op dat moment werd het me schoksgewijs duidelijk: de kleur van de auto, de eerste letters op de kentekenplaat, de naam van de garage… Het was de auto van Paul, mijn jongste zoon. Het was voor mij metéén duidelijk dat hij samen met zijn beste vriend Frank van de wereld was gegaan.”
Een ondenkbaar grote schok, ook voor de andere hulpverleners, want iedereen kende Paul. Hij was vaak als gespeeld slachtoffer aanwezig bij oefeningen. De ploeg is meteen teruggegaan naar de kazerne en de collega’s uit Beek en Donk hebben het overgenomen. “Ikzelf was er niet meer bij. Ze hadden me weggetrokken. Ik moest ook naar Jeanne, mijn vrouw. Ik wilde niet dat ze het van iemand anders zou horen.”
Ook op het korps heeft het ongeluk zijn weerslag gehad. Iedereen realiseerde zich meer dan ooit dat het ook ‘een van ons’ kan zijn die je bij een uitruk aantreft. Henks vrouw Jeanne vulde daarbij aan: “Ze zeggen dat het korps is veranderd. De saamhorigheid is sterker geworden. Misschien voelen wij dat nog sterker dan de rest. We zijn zo warm bijgestaan door het hele korps.
”Na het ongeluk van Paul en Frank heeft de burgemeester een paar keer aangeboden professionele hulp te regelen. Henk: “Na een paar maanden is er wel een psycholoog geweest die het met ons over traumaverwerking heeft gehad. Daar was iedereen heel enthousiast over. Misschien dat dankzij hem in de toekomst wat sneller aan professionele hulp wordt gedacht. Maar we blijven brandweerlieden. Die zijn toch macho? Die kunnen toch alles aan? Dat dacht ik ook van mezelf. Je bouwt in de loop der jaren een soort schild op. Als die pieper gaat en ik mijn pak aanheb, dan ben ik een andere man. Je kunt je dan heel professioneel, bijna gevoelloos opstellen. Dat wordt ook van je verwacht. Maar er zijn altijd grenzen.
”Henk was door dit ongeval uiteraard een tijdje uit de running. Maar daarna pakte hij de draad weer op, alleen niet meer dag en nacht en hij deed ook geen ongevallen meer. Hij koos voor taken als oefenleider voor wedstrijden, instructeur en examinator, zo schrijft Pleun van Stralen bij Henks afscheid in een uitgebreid artikel in het Eindhovens Dagblad op 11 december 1999.
Henk Coolen is op 10 mei 2011 overleden. Drie afzwaaiende collega’s van Henk geven in 2006 in een interview aan dat het ongeluk met diens zoon Paul nog steeds in hun geheugen staat gegrift. Arno Verhagen, Willy van Katwijk en Bert Maas doen de impact van dit vak uit de doeken. “Als je bij een zwaar verkeersongeval zit, moet je allereerst je werk doen. Op dat moment heb je geen tijd voor emoties. Maar die komen er naderhand echt wel uit. Een brandweerman die zegt dat een ongeval met dodelijke slachtoffers op den duur went, liegt. Want dat went nooit. Elke uitruk maakt weer indruk. Maar ongevallen met kinderen zijn altijd het zwaarst. Het is dan ook goed dat er achteraf met elkaar over wordt gepraat. Soms zelfs met professionele hulp.”
Uit het jaarverslag van 2006
De voornaamste taak van de brandweer ligt op straat. Het uitrukken voor bestrijden van brand en het verlenen van hulp bij ongevallen. “In 2006”, aldus het keurig opgemaakt en ingebonden jaarverslag, “heeft onze post 107 uitrukken gehad (die worden in een van de bijlages in dit boekje allemaal opgenoemd), 40 meldingen van brand, 14 hulpverleningen, 38 automatische meldingen en 15 maal wegdek reinigen. De first-responders rukten maar liefst 66 keer uit voor diverse persoonlijke letsels.”
Daarnaast wordt er véél getraind! “Een 39-tal oefeningen zijn het afgelopen jaar door onze post georganiseerd. Het geboden programma was afwisselend en van goede kwaliteit. De inspanningen om de opkomst bij oefeningen te verhogen blijven vruchten afwerpen, het afwezig zijn zonder een tijdige afmelding komt steeds minder voor. Naast deze oefeningen komen nog eens een aantal kwaliteitstesten ergens in het land. Onze reputatie op het gebied van wedstrijden hebben we in sommige klassen ook weer hooggehouden. Daarnaast hebben we verschillende realistische oefeningen gehad op het gebied van brandbestrijding, gevaarlijke stoffen en hulpverlening.”
Het jaarverslag maakt verder melding van de wisseling van de postcommandant; Arno Verhagen nam afscheid en werd opgevolgd door Jan Geerts junior, neef van commandant Jan Geerts.
Het optimaliseringstraject, een nieuwe oefensystematiek, de invoering van de groepsstructuur, het komt in het uitgebreide verslag allemaal aan de orde. Ook de formatiesterkte wordt gedetailleerd uit de doeken gedaan. De gemeentelijke brandweer Gemert-Bakel dient op dat moment uit 69 personen te bestaan, te weten een commandant, vier officieren, negen bevelvoerders en zesenvijftig brandwachten. De post Gemert heeft dertig medewerkers waarvan vier bevelvoerders en drie officieren.
De opleidingen en de personen die gedurende het jaar diploma’s hebben behaald, degenen die door B. en W. op grond van eerder behaalde diploma’s in rang zijn bevorderd, de leden van post Gemert in een pasfoto-overzicht, ook wel ‘het smoelenboek’ genoemd, zo’n jaarverslag biedt een stevig inzicht in de organisatie van en de manier van doen binnen het korps.
De resterende bladzijden worden gevuld met een overzicht van de klasseringen in de diverse brandweerwedstrijden behaald, een verslag van het zorggebied materieel en een terugblik van de archiefcommissie (waarin onder andere vakkundig wordt vastgesteld dat wat in het vat zit niet verzuurt). En welk korps kan bogen op het bezit van een FPG? Jawel, de Gemertse brandweer bezit een Firebrigade Pipeband en de bandleden laten trots weten waar en voor wie ze in 2006 met hun doedelzakken en gekleed in kilts hebben opgetreden. Die 66 uitrukken van de first responders? 27 keer een onwel wording, 3 keer pijn op de borst, 13 keer een ongeval, 14 keer een reanimatie, 6 keer een beknelling, 1 keer een verbranding, 1 keer luxatie (een gewricht dat uit de kom is geschoten) en 1 keer een slagaderlijke bloeding. Tot slot is ook voor de ereleden een pagina gereserveerd. Zij doen verslag van de grote binding die zij nog immer hebben met de actieve brandweer. Bovendien wordt er regelmatig een beroep op hen gedaan om te assisteren bij wacht- en bewakingsdiensten op het motorcrossterrein.
Vrijwilliger
De regionalisering van de brandweer, die verderop nog stevig aan bod komt in de weergave van de tafelgesprekken die de auteur met de brandweerlieden voerde, leidde ook tot een herijking van de term ‘vrijwilliger’. Zouden de professionals in Eindhoven de vrijwilligers nog wel serieus nemen? Een aantal leden van de vrijwillige brandweer gaf aan zich onprettig te voelen bij die aanduiding. In een sussend artikel in de brochure ‘Eén brandweer’ in april 2009 staat het volgende: “De vrijwilliger speelt een belangrijke rol wanneer het gaat om de invulling van repressieve brandweerzorg. De repressieve brandweerzorg wordt in deze regio voor het merendeel door vrijwillige brandweerkorpsen verzorgd. Als er geregionaliseerd zou gaan worden, verandert de rol van de vrijwilliger niet of nauwelijks. Deze rol is daarentegen, net als in de maatschappelijke en bestuurlijke context, aan verandering onderhevig. Dit staat dan ook los van al dan niet regionaliseren. De Veiligheidsregio neemt de vrijwilligers serieus, denk hierbij aan het Platform Vrijwilligers. De term vrijwilliger wordt veelal gebruikt omdat dit maatschappelijk bezien een herkenbare term is, hoewel de term parttime brandweerprofessional wellicht een betere is.”
Verderop in de brochure wordt de hand naar de vrijwilligers nóg verder uitgestoken: “De belangrijke rol van de vrijwilliger staat niet ter discussie. Aan de vrijwilligers worden dezelfde eisen gesteld als aan beroepsbrandweerlieden. Vrijwilligers hebben dan ook dezelfde opleidingen als beroepsbrandweerlieden en hebben te maken met dezelfde oefen- en bijscholingsprogramma’s. Vrijwilligers besteden veel vrije tijd aan de vrijwillige brandweer en hebben daarnaast ook nog een andere werkgever. Erkenning en waardering zijn niet meer dan op zijn plaats. Samen met beroepsbrandweerlieden moet invulling gegeven worden aan de brandweerzorg in deze regio. Ook hier is waardering voor elkaar en erkenning van elkaar essentieel, zeker wanneer er samengewerkt moet worden.” En tot slot: “Er ligt een taak om de brandweer met name richting de bevolking, maar ook richting het bestuur, te blijven profileren. Dit staat los van het al dan niet regionaliseren van de brandweer. Het Platform Vrijwilligers kan mede in de toekomst een belangrijke rol spelen in dit proces.”
Landskampioenschap en oefeningen
Denk over een brandweeroefening, zeker als die in wedstrijdvorm gegoten is, niet te licht. Een beoordelingslijst met daarbij de scores, opge-maakt tijdens een door de bedrijfsbrandweer van Bavaria georganiseerde wedstrijd, geeft aan:Accuraat: Omgang met ademlucht, kiest de juiste methoden en middelen, behandeling materiaal, rijgedrag en plaatsen voertuig, behandeling be-diening pomp, heeft oog voor omgeving, gebrui-ken de juiste technieken, effectiviteit bestrijding incident, proberen nevenschade te beperken, houden rekening met uitbreidingen.Taakgericht leiderschap: Duidelijke commando-voering, bewaakt veiligheid eigen teamleden, bewaakt veiligheid derden, straalt rust en gezag uit, houdt overzicht.
Analyseren en oordelen: Maakt een voorlopig plan en plan+, heeft compleet beeld, stelt plan waar nodig bij.
Resultaatgericht: Maakt een inzetplan, kwaliteit inzetplan.
Plannen, organiseren en coördineren: Juiste prioriteitstelling, heeft aandacht voor schadebeperking, schaalt op tijd op.
Stressbestendig: Handelt ook onder tijdsdruk doeltreffend.
Flexibel: Past gedrag aan bij wijzigende omstandigheden, weet belangen goed te plaatsen, maakt gebruik van ondersteunende diensten.
Samenwerken en communicatie: Opvragen relevante gegevens, informatie delen met eigen teamleden, communicatie met bevelvoerder, communicatie met eigen teamleden, communicatie met ondersteunende diensten, omgang met communicatieapparatuur, werken onderling als team goed samen, samenwerking met eigen teamleden, samenwerking met ondersteunende diensten, terugkoppeling acties en effecten aan de bevelvoerder.
Daadkracht: Gereedmaking waterwinning, initiatief tijdens totale inzet, werken bewust veilig, voeren aanwijzingen en bevelen correct uit, uitvoering verkenning, uitvoering bestrijding incident.
Kortom: een brand blussen is méér dan wat water op wat vlammen sproeien. Er waren bij de door Bavaria georganiseerde wedstrijd in 2017 acht deelnemende korpsen. Gemert werd eerste met 772 punten, vóór Nuenen (748 punten) en Beek en Donk (740 punten).
FOTOBIJSCHRIFTEN:
De ravage na de brand aan de Scheiweg in 1999.
De krant bericht over de aanhouding door de politie van vijf verdachten van brandstichting in een dierenwinkel in 2008.
Tijdens deze brand aan de Boekelseweg was de bewoonster op vakantie.
Brand bij de champignonkwekerij aan de Beeksedijk.
De eerste uitrukwagens van de first responders, boven de Opel en onder de Daihatsu.
De krant meldt de ingebruikname van het communicatie-systeem C2000 door de hulpdiensten.
In 2009 veroorzaakte een brand bij Scapino aan de Nieuwstraat grote schade.Het Eindhovens Dagblad doet verslag van de brand bij Scapino.
Het redden van koeien die in een gierkelder zijn gevallen is ook een taak van de brandweer
Nog meer dierenleed: 314 varkens gestikt in De Mortel.
De Gemertse brandweer telt weinig vrouwen. Maar echtgenotes van brandweerlieden zijn steun en toeverlaat voor hun mannen en dragen ook bij aan een goede sfeer in het korps.
Een oproep aan vrouwen om lid te worden van de brandweer. Niet alleen in Gemert-Bakel zijn vrouwen ondervertegenwoordigd.
De brandweer is hier uitgerukt voor het opruimen van een omgewaaide boom aan de Prelaat Penningsstraat.
De brandweer wordt ook te hulp geroepen om de ambulancedienst te assisteren bij het afhijsen van brancards van bovengelegen verdiepingen.
Het reinigen van het wegdek na een ongeval is ook een brandweertaak.
Hier vond geen ramp plaats, schrijft de krant. Wat hier te zien is, is dat de brandweerkazerne aan de Cortenbachstraat in 2001 ingrijpend werd verbouwd.
Brand in het scoutinggebouw aan De Hoef.
De foto rechtsonder is gemaakt tijdens jaarvergadering in 2004 van de toen actieve leden van de brandweer. Staand v.l.n.r. Joris van de Vossenberg, Ed van de Kerkhof, Jan Geerts, Thijs van de Wassenberg, Dennis Otten, Cas Bressers, Arne Kerkhof, John Bongers, Robert Bevers, Twan Verhofstad, Reinoud van Schijndel, Dave Deckers, Mitchell Vereiken, Ton van Melis en Arnoud de Wit. Zittend v.l.n.r. Dennis van de Liefvoort, Tim Gruijters, Bert van Veen, Ties Geerts, Eric Didderen en Rob de Gruijter.
De brandweer werd opgeroepen omdat een vrachtauto aan de Oudestraat een gaslek had veroorzaakt.
Een gezin aan De Haag werd door een brandmelder gewaarschuwd voor een slaapkamerbrand.
Autobrand aan de Kapelaanstraat.
Chaletbrand op de Rooije Asch.
Gemertse brandweer organiseert de Nederlandse kampioenschappen waterskiën
Een nostalgisch jubileumritje met old-timers van de brandweer.
Jan Geerts werd de nieuwe postcommandant in Gemert. Hij is een neef van naamgenoot Jan Geerts die brandweercommandant van Gemert-Bakel was.
Camper in brand.
Even een boom opruimen die de weg verspert.
De Gemertse brandweer heeft menig bermbrandje geblust.
Alle leden waren in het jaarverslag van 2006 in een ‘smoelenboek’ met pasfoto’s opgenomen in het jaarverslag van de brandweer.
In het jaarverslag van 2006 is een overzicht opgenomen van de uitrukken in dat jaar.
Na een training met een nieuw schuimblussysteem zagen Tim Gruijters (links) en Joris van de Vossenberg er zo uit. G
Het Eindhovens Dagblad bericht dat de Gemertse brandweer in het Overijsselse Wesepe op 27 september 2010 ‘eindelijk’ weer Nederlands kampioen is geworden.
Hulpverlening wordt nagespeeld tijdens een brandweerwedstrijd in Son en Breugel.