Veel interesse op Gemert Mert
Ondanks de verregende jaarmarkt had heemkundekring De Kommanderij Gemert over belangstelling niet te klagen bij de kraam op Gemert Mert op zondag 13 september. Vooral het Rad van Fortuin was een publiekstrekker. Voorbijgangers konden een zwengel geven aan het rad en waar het bij een cijfer tot stilstand kwam, kregen de deelnemers een bij het cijfer passende vraag over de geschiedenis van Gemert. De hoofdprijs was het boek ‘Kasteel bezet – kasteel bevrijd’ dat door de heemkundekring was uitgegeven. Als troostprijs konden de deelnemers een boekje met fietsroute langs oude boerderijen winnen. Ze gingen grif van de hand.
De leden van de heemkundekring die de kraam bemanden hadden leuke gesprekken met voorbijgangers die meestal interesse toonden voor het werk van de heemkundekring. Tot nieuwe leden leidde dat echter niet, al namen de meesten wel een inschrijfformulier mee om zich thuis op hun gemak aan te kunnen melden.
BIJ DE FOTO: Voorzitter Roël Hoppezak in gesprek met voorbijgangers op Gemert Mert.
Publicatiedatum maandag 14 september 2026
Heemkaffee in Het MUG

Het heemkaffee op zondag 6 september in museum Het MUG trok slechts zes bezoekers. Voorzitter Ton Hendriks van Het MUG en bestuurslid Paul Verhees van zowel Het MUG als heemkundekring De Kommanderij Gemert vertelden er over de ontstaansgeschiedenis van het museum, dat ruim een jaar bestaat, als de toekomstplannen.
Heemkaffees op locaties trekken doorgaans minder belangstelling dan in de Heemkamer, is de ervaring van de organiserende werkgroep van de heemkundekring. Toch zijn het vaak onderwerpen die op locatie beter tot hun recht komen. Een lezing over kruiden, waar Gemert een rijke geschiedenis mee heeft, kun je beter houden bij VELT dan in de heemkamer. Voor een Heemkaffee over een in ere hersteld pad in Schoorswinkel moet je naar Schoorswinkel en een Heemkaffee over het MUG moet je in het museum houden en niet in de Heemkamer. Paul Verhees vertelde er over de lange aanloop waarin besturen van De Kommanderij Gemert al jaren geleden gingen kijken in andere musea en spraken met diverse geïnteresseerden en hoe de samenwerking ontstond met kunstenaars, waardoor een museum plotseling concreet werd. Ton Hendriks sprak over de opzet van het museum en de toekomstplannen. Hoewel er maar zes toehoorders waren, bleven die wel na afloop van het Heemkaffee in het museum rondkijken.
BIJ DE FOTO: Ton Hendriks vertelt tijdens het Heemkaffee op 6 september over Het MUG.
Publicatiedatum maandag 7 september 2026
Cheque van feestcomité Elsendorp
Heemkundekring De Kommanderij Gemert ontving op donderdag 16 juli een cheque van 250 euro van het feestcomité ‘Elsendorp 100 jaar’. Deze cheque werd uitgereikt aan redacteur Simon van Wetten van het boekje ‘Elsendorp Honderd jaar’. De uitreiking vond plaats tijdens de presentatiebijeenkomst van het boekje als dank voor de prettige samenwerking tussen het feestcomité en de heemkundekring die het jubileumboekje samenstelde.
Publicatiedatum vrijdag 17 juli 2026
Presentatie boekje ‘Elsendorp Honderd jaar’
Alle leden van heemkundekring De Kommanderij Gemert hebben in juni het tweede-kwartaalnummer van Gemerts Heem ontvangen. Dit was geheel gewijd aan het 100-jarig bestaan van Elsendorp. Voor inwoners van Elsendorp werd een uitgave gemaakt met de zelfde inhoud, maar met een omslag waarop Elsendorp vanuit de lucht te zien is. Deze speciale uitgave werd op donderdag 16 juli gepresenteerd in De Dompelaar in Elsendorp.
Het eerste exemplaar werd uitgereikt door pater Gerlacus van den Elsen (!) aan de 100-jarige Mien van den Boogaard, inwoonster van Elsendorp. De rol van pater Van den Elsen werd voor deze gelegenheid vertolkt door Martien Kusters.
Elsendorp is in 1926 genoemd naar de norbertijner pater Van den Elsen (1853-1925), een jaar na diens overlijden. De geschiedenis van Elsendorp is bij eerdere jubilea van het dorp al te boek gesteld. De redactie van Gemerts Heem koos er voor om in dit nieuwe 100 pagina’s tellende boekje nieuwe invalhoeken te vinden, die niet eerder zo werden beschreven. Uit allerlei archieven zijn veel foto’s gebruikt.
Simon van Wetten had als redacteur van Gemerts Heem een groot aandeel in het leveren van artikelen en redigeren van deze speciale uitgave. Hij hield voor een volle zaal in De Dompelaar ook een korte lezing, waarin hij toelichtte hoe dit nummer tot stand was gekomen.
BIJ DE FOTO: Pater Van den Elsen reikt het eerste exemplaar van ‘Elsendorp Honderd jaar’ uit aan de 100-jarige Mien van den Boogaard uit Elsendorp.
Publicatiedatum vrijdag 17 juli 2026
GH-2025-1 Maria Donkers ziet beelden op gevoel
Paul Verhees
Op de omslagen van de vier kwartaalnummers van Gemerts Heem staat dit jaar werk van de Gemertse kunstenares Maria Donkers. Donkers is geboren in Boekel, maar ze woont alweer een jaar of zes aan het Hof van Nazareth in Gemert.
Haar moeder was een echte Gemertse, Riek Donkers-van den Acker. Riek ging naar de Nazarethschool bij de zusters Franciscanessen, vlak bij het huidige Hof van Nazareth waar Maria nu woont. Ze schreef artikelen voor Gemerts Heem en leverde met haar vader Knelis van den Acker een belangrijke bijdrage aan het Gemerts Woordenboek van Wim Vos. Gemertse Riek trouwde met Johan Donkers uit Boekel, waar Maria geboren werd in een boerengezin met acht kinderen. Haar hele leven heeft Maria getekend en geschilderd. Ze is opgeleid tot handenarbeiddocent en heeft meer dan veertig jaar in Eindhoven gewerkt en gewoond. “Maar inmiddels voelt Gemert als mijn thuis”, zegt ze. Ze werd geschoold aan de Academie Beeldende Vorming Tilburg, het Centrum voor de Kunsten Eindhoven en verschillende workshops. Ze bracht haar werk onder de aandacht van het publiek door deelname aan groepsexposities in Eindhoven en eigen exposities in Galerie KunstStation in Uden en KunstLokaal in Gemert, waar ze lid is van het kunstenaarscollectief Kunst op Locatie. Op haar website www.mariadonkers.nl schrijft ze: ‘Ik zie beelden op gevoel. Ik schilder met gevoel’. Over haar werk zegt Maria verder: “Ik breng veel structuur aan op het doek en voeg daar lagen en accenten in acrylverf aan toe. Ik ga op zoek naar een emotie en creëer zo een wereld waar je zelf een verhaal bij kunt maken en misschien ook wel in weg kunt dromen.”
FOTOBIJSCHRIFT:
Maria Donkers : “Ik creëer een wereld waar je zelf een verhaal bij kunt maken.
GH-2025-2 Aanvulling Gemerts Woordenboek
Harry Slits en Wim Vos
Van allerhande Gemertse woorden die ik kreeg aangereikt, hoorde of zelf gebruikte heb ik gecontroleerd of ze zijn opgenomen in het Gemerts Woordenboek. Dat heeft weer een aantal nieuwe Gemertse woorden opgeleverd. Met dank ook aan Mari van Berlo, Zus Kluitmans, Piet Slits, Dilia Steeghs, Paul Verhees en Piet Vos. De nieuwe lemmata zijn in dezelfde vorm gegoten als in het Gemerts Woordenboek van 2017 t.b.v. latere digitalisering. Dank aan Wim Vos voor zijn controlewerk.
Gímmers – Nederlands
bajpoetse
ww overg (-t baj, -te baj, h. bajgepoetst): van repliek dienen. Haj pèrmeteerde z’naajge dor wa af te zégge, toew hèè ’k ’m ’s goewd bajgepoetst. (=bajvaëge).
dùrdrèèje
ww (vormen, zie drèèje) I. onoverg (is dùrgedrèèjd/ dùrgedreeje): 1. buiten zichzelf raken door emotie. Toew ie óp de pláts van ’t ón-geluk kwamp drèèjden ie híllemol dùr. 2. zwaar verslaafd zijn. II. overg (h. dùrgedrèèjd/ dùrgedreeje): doordraaien/afkeuren van groente en fruit op de veiling.
gèk2
ev/mv -ke: gek, krankzinnige. Dè moete ok híl anders ánvatte, zí de gèk: Dat moet je ook heel anders aanpakken naar mijn bescheiden mening.
gòdverdie
tw bastaardvloek: godverdomme.
gons
bw: gaans (in de genitief na een tijdsbepaling). Hándel is nòg gín uujr gons.
Hèllemónds
bn: Helmonds. Haj hé de Hèllemóndse ziekt: hij heeft pijn in de rug (moeilijk te controleren voor een keuringsarts, Helmonders zouden daar misbruik van maken).
kaoj1.
I 2. slecht Koje praot verkooëpe: kwaadspreken Haj ha ’ne kojen dronk: hij werd agressief door de alcohol.
nondekèèj
tw bastaardvloek: verdomme.
nondepie
tw bastaardvloek: verdomme.
ópgoje
ww overg (vormen, zie goje, h. ópgegojd): 1. opgooien, handmatig opschudden van hooi op het land of korenschoven op de kar (bij warm weer en zeer hoge luchtvochtigheid ontstaan spontaan natte/ klamme vloeren). 2. (uitsl infin): (bepaald) kinderspel.
skölleketrappe
ww onoverg (-t skölleke, -te -, h. sköllekegetrapt:)
1. bij een brede sloot die nog niet stevig dichtgevroren is (of als het al een beetje dooit) snel de overkant zien te bereiken waarbij door breking van het ijs losse schollen/ schotsen (kunnen) ontstaan. Ónze Frans waor mí skölleketrappe dùr ’t ejs in de grácht gezàkt.
2. ijs waaronder het water is weggelopen of weggezakt stuktrappen bij wijze van ijsvermaak. Zal oew ’s gon skölleketrappen óp de sleuj lanks die wèèj? Dor lí veul skòlejs. (zie skòlejs).
verdies
bw: erg, zeer. Dè zèn verdies skon èrpel. Haj is verdies knap. Haj hí verdies veul gèld. (zie verrèkkes).
verneeme
ww overg (vormen zie neeme, h. vernomme): horen, vernemen. Sins hullie no Canada zèn vertròkke hebbe we niks mír van ze vernomme.
wèèje1
ww onpers (-t, -de, h. gewèèjd) I. onoverg: waaien. ’t Wèèjde d’r: er was daar een stevige discussie/ruzie. ’t Wèèjt dun: er staat een schrale wind.
wierts
v ev/mv -e: een uitgespuugde of uitgepoepte sliert (b.v. vogelpoep op een raam).
zeund1
v ev/geen mv: zonde, jammer.
zeund2
o ev/geen mv: jammer. Van ’t zeund worde dik: Als je het jammer vindt om etensresten weg te gooien en ze daarom maar opeet, word je dik.
zo3
bw: snel, in korte tijd. Het is zo daolek. Dè hèdde tóch zo gedon.
zwírrend
bn: zwerend. Dè klòpt as ‘ne zwírrende vinger: dat is helemaal juist (een flink zwerende vinger kán een kloppend gevoel geven). (zie zwaëre3).
Nederlands – Gímmers
agressief (door alkohol): (zie kaoj1 I 2)
discussie: (zie wèèje1)
doordraaien (van groente of fruit op een veiling):
dùrdrèèje
emotie (buiten zichzelf raken van -): dùrdrèèje
erg: duuvels, èrg1 II, fesoenlijk, knap, líllek, verdies (bw)
etensresten (- opeten): (zie zeund2)
gaans: gons, looëpes
godverdomme: gòdgloejendenhoewd, gòdverdie, gòdverdòmme
horen: hèùre, verneeme
juist: akoord, (zie haok), jaonèt, krèk, vlák, (zie zwírrend)
kwaadspreken: klapèèje, (zie kaoj1 I 2) mening (naar mijn bescheiden-): (zie gek2) opgooien: ópgoje
opschudden (van hooi, handmatig): ópgoje
repliek (van – dienen): bajpoetse, bajvaëge
rugpijn: (zie Hèllemónds), (zie kriejge 7), krímmer 2, (zie reug 1)
ruzie: kaëk, kedeej, keek, kerwél, (zie reej), (zie reeje), (zie reen), ruuzeng, (zie wèèje1)
sliert (uitgepoept/ uitgespuugd): wierts
snel: (zie drieklets), gauw, hárd, rap, (zie vierklèts), (zie weerlicht), zo3
verdomme: gòdverdorrie, gòrdie, gòrdölme, gòrdorrie, gòrtemiej, márditte, pòdòmme, nondekèèj, nondepie, pòdòmme, verdòkke, verdòmme, verdorrie, verdulleme, verdummele
vernemen: verneeme
verslaafd (zwaar – zijn): dùrdrèèje
voet (te-): gons, looëpes
wind (schrale-): (zie wèèje1)
zeer (heel): duuvels, èrg1 II, haël, héél, knap, loejend, nòndejuus, stik, verdies (bw)
zwerend: zwírrend
GH-2025-2 Kapittelstokjes
Ad Otten
D’n himmel of een skup èèrd
Het zal zijn geweest in 1954 toen mijn opa, naar wie ik ben vernoemd, werd bediend. Dat wil zeggen: hem werd het sacrament van het Heilig Oliesel toegediend ook al wilde hij dat eigenlijk niet. Opa en oma woonden bij ons in huis en ons mam had al gezorgd voor een kruisbeeld op een tafeltje met links en rechts een brandende kaars. Wij woonden schuin tegenover de pastorie. Pastoor Van den Heuvel hoefde maar over te steken. En die kwam in vol ornaat. Ik moet 9 jaar zijn geweest. Ik en onzen Henk stonden als oudsten van het gezin met vader, moeder en opoe rond het bed van opa Januske Otten. De hele plechtigheid hebben we meegemaakt. Toen ‘mijnheer pastoor’ klaar was met alle kruistekens, zalvingen, zegeningen en het (voor)bidden voor het zieleheil van ‘het slachtoffer’, zei hij tot slot ter geruststelling tegen opa nog iets in de geest van: “Zo Janus, en mocht je nu wat overkomen, dan ga je recht naar de hemel!” Opa zette grote ogen op en zei tegen de pastoor “Nò d’n hímmel?” en “Geleufde gaj dè?” Om vervolgens voor zichzelf maar voor iedereen duidelijk genoeg te besluiten met “Ge kriet ’n skup èèrd ovver ‘w sodemieter. D’èst gelèjk!” Opoe verschoot ervan en zei iets van “Mar Jaonus toch!” En ons mam boog zich naar ons toe en fluisterde heel zachtjes in onze oortjes: “Opa weet niet meer wat ie zegt. Opa wordt een bietje kinds…”.
Januske Otten (links) verlaat hier met zijn vrouw de kerk waar ze hun gouden bruiloft vierden. Een jaar later op zijn sterfbed bleek Januske toch niet zo gelovig.
God had geen licht aan
Op de Komschool in Gemert kwam met een zekere regelmaat pastoor Van den Heuvel of één van zijn kapelaans lesgeven. Rekenen en Taal konden dan wel algemeen beschouwd worden als de belangrijkste leervakken op school, maar de aller-allerbelangrijkste les gold toch eigenlijk de godsdienst- en catechismusles, zo leerden ons de nog allemaal zwartgerokte meesters uit de parochiekerk van toen.
Dat alles is zo’n dikke zeventig jaren geleden en ik realiseer me nu dat van al die ‘ozo’ belangrijke katechismusvragen ik er nog slechts EENTJE met vraag en antwoord kan opdreunen. Het is een korte vraag met dito antwoord die ik er net als toen op de speelplaats, en het liefst met stemverheffing, zo weer kan uitflappen, ook al werd die dan door ‘ons’ in het antwoord expres wat vervormd:
“Kunnen wij God zien?”
“Neen, wij kunnen God niet zien, want Hij heeft GEEN LICHT AAN!”
Mijn hele klas kende deze vraag-met-antwoord. Natuurlijk wist iedereen wel dat het antwoord hoorde te eindigen op LICHAAM, maar… ‘lichaam’ is geen Gemerts woord! Sla er het uitgebreide Woordenboek van de Gemertse Taal maar op na. Dat woord kenden we niet. Geen van allen! Wij wasten ons lèjf en toen we nog wat kleiner waren werden onze ‘lèjfkes’ door onze moeders gewassen in een wasteil. Het woord ‘lichaam’ werd thuis nooit gebezigd. Dat kwam uit het ‘buitenland’ en hoorde niet bij ons. En voor zover ik me kan herinneren evenmin bij de rest van de klas. Bijgevolg was ‘GEEN LICHT AAN’ onze perfect klinkende Gemertse invulling voor ‘GEEN LICHAAM!!’ En als ik eraan terugdenk waren er toen ook al meesters en juffrouwen die, om deze met zijn allen op de speelplaats luid opgedreunde bijzondere catechismusvraag-met-antwoord, een glimlach niet konden onderdrukken. Zij begrepen en voelden wel hoe het zat! Of zou de schrijver van dit artikel dat maar hebben gedroomd?? Nee toch!
Ik had een wapenmakker
Gedicht van Johanna Oor-Prinzen
Bladerend in de Katholieke Illustratie van 4 februari 1931 (65ste Jaargang blz.428) stuitte ik zomaar op een gedicht van Johanna Oor-Prinzen. Dat is een Gemertse wist ik. Van de fabrikantenfamilie Prinzen. Johanna Prinzen werd in Gemert geboren in 1864 en overleed op haar 88ste te Geleen in 1952. Zij trouwde in 1903 te Gemert de Roermondse beeldhouwer Matheus Oor. En was zij het ook niet die model stond voor het beeld van de Heilige Elisabeth in de vroegere kapelgevel van het Gasthuis aan de Nieuwstraat (bouwjaar 1908), dat rond 2010 een nieuwe bestemming vond in de aula van Huize Ruijschenbergh? En stond Johanna Prinzen, de dichteres, zo rond haar trouwjaar of in elk geval in het eerste decennium van de twintigste eeuw ook al niet model voor de Heilige Maagd Maria in de Calvarieberg op Gemerts parochiekerkhof? In de Katholieke Illustratie van 1931 laat zij zien heel sterk betrokken te zijn tot de beeldende kunst en niet alleen tot die van haar echtgenoot de beeldhouwer. Haar gedicht in de Katholieke Illustratie blijkt geïnspireerd door een foto van de beeltenis van een biddende soldaat die een gesneuvelde kameraad uit de Eerste Wereldoorlog herdenkt in een eerdere aflevering. Het is een foto van een oorlogsmonument in een voorstad van Hamburg dat nogal afwijkt van het gebruikelijke en zeker niet opwekt tot nieuwe krijgslust. (Katholieke Illustratie 7 januari 1931, blz. 345). Een biddende soldaat op het graf van een gesneuvelde wapenbroeder dat is getiteld “Ich hatt’ einen Kameraden…”. We volstaan hier met het laatste couplet van het aansprekende gedicht “Ik had een wapenmakker” van de Gemertse Johanna Prinzen, die we als dichteres nog niet kenden:
Ik had een wapenmakker, jong en sterk.
Hij viel op vreemden bodem en geen zerk
Wijst ons de plaats waar zijn gebeente rust,
Geen moeder heeft het bleek gelaat gekust,
Dat stil en vredig op het sneeuwkleed lag.
Alleen, verlaten, tot aan jongsten dag.
Maar in “die Heimat” buigt een kameraad
De knie, terwijl hij de oogen nederslaat,
En van zijn lippen stijgt een stille bêe:
“Gij, trouwe wapenmakker, rust in vrêe.”
In een voorstad van Hamburg staat een oorlogsmonument van een biddende soldaat op het graf van een gesneuvelde wapenbroeder dat is getiteld “Ich hatt’ einen Kameraden…”.
Het gedicht van Johanna Prinzen was afgedrukt in de Katholieke Illustratie in 1931.
Johanna Oor-Prinzen Johanna Prinzen met haar echtgenoot Matheus Oor.
GH-2025-2 Oorlogsvondst op de skelet
Casper Kalb
De boerderij aan de Broekstraat 36 wordt verbouwd. Het pand staat bekend onder de naam Nieuw Begijnhof. Deze naam is ontleend aan de oude hoeve (‘Begijnhof’) die aan de overzijde van de straat heeft gestaan en in 1895 is afgebrand. Broekstraat 36 is gebouwd in 1898 door kasteeleigenaar Scheidius. De familie Welten heeft dit monument enige tijd geleden gekocht en wil het aanpassen naar de hedendaagse woonwensen, maar zeker ook elementen in oude luister herstellen.
Na een lang traject van ontwerpen en bijschaven kunnen nu de feitelijke werkzaamheden beginnen. Welke blikken op het verleden laat deze verbouwing zien? We hebben Grad Welten gevraagd om het de redactie te melden als hij dingen tegenkomt die vermeldenswaard zijn. Het begint al vroeg in de verbouwing, bij het opruimen van de hooizolder. Hier zijn bericht.
Wij zijn de trotse bezitters van een monumentale boerderij op de Broekstraat en we hebben bij de voorbereidingen voor de aanstaande verbouwing een leuke vondst gedaan. Voor de verbouwing moest de oude skelft verwijderd worden. Deze skelft was nog echt een ouderwetse slietenzûlder, dat wil zeggen: dikke eiken balken, daarover dunnere eiken balken en daar weer kruislings overheen dunnere dennenstammetjes. Over die dennenstammetjes lagen weer kruislings bundels stro gestapeld en zo kwam men tot een stevig geheel, wat de verdiepingsvloer vormde en bovendien ook nog eens een prima isolerende werking had. Daar bovenop zijn een kleine 130 jaar lang iedere zomer tussen de vijftienhonderd en tweeduizend pakken hooi gestapeld (heel vroeger geen pakken maar los hooi): het winterrantsoen voor de koeien. Door het gewicht van het hooi zijn de strobundels in de loop der tijd enorm samengeperst, dus het verwijderen van deze bundels was een hels karwei. Alles moest losgestoken worden, voor we het naar beneden konden werken. En bij het loswerken en verplaatsen van het stro kwam 130 jaar aan stof vrij, een ongekende hoeveelheid stof. Gelukkig is veel stof ook een goed teken, want dat duidt op weinig of geen lekkages. En dat is alleen maar goed voor de staat van onze boerderij. Vanzelfsprekend lag ook de hele stalvloer beneden helemaal vol met stro en stof. Ook dat hebben we naar buiten gewinkeld en daar op de oude mestvaalt gegooid. Zoals het hoort rond een oude boerderij hebben wij ook loslopend rondscharrelend pluimvee. Onze haan Arie (Arie Haan) zat wat in die hoop te krabben en ik zag dat hij iets tevoorschijn kraste. Het blijkt een oud sigarettenpakje te zijn, van een mij onbekend Engels merk. Na enig speurwerk ben ik erachter gekomen dat dit merk speciaal in deze pakjes geproduceerd werd voor in het rantsoen van de geallieerde Engelse soldaten in de Tweede Wereldoorlog. Van de vorige bewoners van onze boerderij hebben we wel eens gehoord dat er in de nadagen van de oorlog geruime tijd Engelse soldaten op Broekstraat 36 gebivakkeerd hebben, maar dat deze vooral in de oude veldschuur achter op het erf verbleven (na de oorlog is daar met spelen in het zand klaarblijkelijk nog veel munitie gevonden). Toch heeft een soldaat waarschijnlijk stiekem zitten roken op de hooizolder, omdat het pakje daar terecht is gekomen. Gelukkig heeft hij dat héél voorzichtig gedaan, want de boerderij heeft de hele oorlog zonder schade doorstaan. Een bijzondere vondst bij de start van onze verbouwingswerkzaamheden. Maar wat het extra bijzonder maakt, is dat ik het Britse soldatensigarettenpakje gevonden heb in de week voor de viering van 80 jaar bevrijding. Bijzonder dat het dus tachtig jaar op de skelft gelegen heeft zonder dat iemand het wist en dat het uit het laatste beetje van de ongeveer 80 kuub stro die we afgevoerd hebben door onze haan tevoorschijn is getoverd. We vermoeden dat de rokende soldaat inmiddels gestopt is met roken, maar we blijven hem dankbaar dat hij voorzichtig gerookt heeft op onze skelft en zeker ook voor de strijd die hij, met velen, ver van huis gestreden heeft voor onze vrijheid.
FOTOBIJSCHRIFTEN:
De skelft, ontdaan van stro en de dennenstammetjes. (foto familie Welten)
Het pakje sigaretten uit de oorlogstijd. (foto familie Welten)
GH-2025-2 Fellenoord: een scherpe verklaring
Ad Otten
Fellenoord is een Gemertse oude naam aan de splitsing van het Kruiseind in de Pandelaar (richting Erp) en de Deel (richting Boekel); een plaatsnaam die al gebruikt werd in de middeleeuwen. Het zoeken naar een passende naamsverklaring is altijd weer een uitdaging. Wat betekent Fellenoord?
Het toponiem Fellenoord is niet alleen in Gemert bekend, maar het komt ook voor in Brabantse plaatsen als Eindhoven, Boxtel, Drunen en op beslist nog heel veel meer plaatsen elders in het Nederlandse taalgebied. In alle laatstgenoemde plaatsen zijn in het verleden verklaringen gegeven – denkelijk allen van elkaar overgeschreven – als die van “woeste, gevaarlijke plaats”. En dat zonder daarvoor een degelijke verantwoording te leveren. ‘Fellen’ lijkt me wat al te gemakkelijk uitgelegd als ‘woest en gevaarlijk’ en ‘oord’ als ‘plaats’. Echt zaak om eens wat uitgebreider voor Fellenoord te gaan zitten. Zeker nu die naam, heden ten dage alweer een flink aantal jaren, ook gebezigd wordt als huisnaam in de zuidpunt van de Pandelaar.
Oord is (ook) scherp en spits
In het Woordenboek van de Nederlandse Taal (WNT), deel 11 (1910) vinden we maar liefst vijftien kolommen met betekenissen voor ‘oord’. Hieronder volgen daaruit alvast een paar mij direct aansprekende teksten:
– “De oorspronkelijke betekenis van ‘oort’ was in alle Oudgermaanse dialecten: spits eener speer, dat met het in onbruik raken van het wapen zelf in het Nieuwnederlandsch is teloorgegaan.”
– “In Noord-Brabant kan ‘oord’ ook wel punt van een mes, zeis of zicht betekenen.” Het woord ‘scherpoordig’ komt vervolgens ter sprake als zijnde ‘scherphoekig’ en uit het Middelnederlandsch ook ‘die orde (= hoek) van den scilde’. Oord kan dus ook ‘hoek’ betekenen. En met ‘die orde van den scilde’ is niets anders dan de (spitse) punt van een wapenschild bedoeld. Kijken we met deze bovenstaande gegevens naar de plattegrond van het Kruiseind, waar die zich splitst in Pandelaar en Deel, dan zien we de (scherpe) hoek die de wegensplitsing daar ter plaatse vormt als een wel heel ‘scherpoordige’ splitsing. Een gelijkaardige ‘scherpoordige’ wegensplitsing vinden we ook op oude wegenkaarten tussen Eindhoven en Woensel, waar we de huidige Fellenoord bij het station aantreffen. En verdorie wanneer je vervolgens googled naar Fellenoord in Boxtel, dan levert je dat meteen een kaartje uit het begin van de 19de eeuw waar vanuit de dorpskom Boxtel één van de wegen van een opvallende ‘scherpoordige’ wegensplitsing de naam draagt van Fellenoord. Dat is de latere Eindhovenseweg in Boxtel.
De Fellenoord aan Het Kruis
Wanneer we nu uit een lijst van Martien van der Wijst1 de Gemertse toponiemen van circa 1589 “aent Cruijs aen den Fellenoort” en “aen de Fellenoordt in de Pantelaer” en uit mijn eigen aantekeningen (1527)2 “den Fellenorde in die Deelstraet” onder de loep nemen, dan hebben we hier verwijzingen naar beide poten van de scherpe hoek die nu nog steeds bijeenkomen op de plek waar we vandaag het keske aan het Kruiseind treffen. De ‘gevaarlijke’ dan wel ‘woeste’ en/of ‘onontgonnen’ betekenis voor Fellenoord is hier toch echt niet op zijn plaats. In de middeleeuwen is dit al bebouwd gebied. En dat is beslist zo ook het geval in Eindhoven, Boxtel en Drunen.
Huijs en hof After den Oude Fellenoert in 1436
Aan de hand van vele tientallen schepenakten uit Gemerts Rechterlijk Archief lijkt het almaar aannemelijker dat het toponiem Fellenoord in Gemert echt gesitueerd moet worden als zijnde gelegen in de scherpe hoek van de wegensplitsing naar respectievelijk Erp (Pandelaar) en Boekel (Deel). En dat inclusief een flink en gesloten achterland naar beide zijden. Dat leidt vervolgens ook tot de bevinding dat de daar in de 15de en 16de eeuw gelegen bebouwing eigendom was van gezeten en gerespecteerde inwoners van Gemert. Een direct aansprekend gegeven dateert uit 1436 en betreft ene Kathelijn, dochter van wijlen Heer Gevart van Hanert, voorheen commandeur van het Huis van de Heren Theutonen van de Biezen. Zij blijkt de eigenares van een huis gelegen in de (scherpe) hoekpunt van de wegensplitsing die wordt aangegeven als “huijs ende hof in Gemert After den Oude Fellenoert”.3 Zij blijkt niet onbemiddeld gezien het feit dat zij haar kinderen Willem en Beel na haar overlijden alvast jaarlijks tien mud rogge kan toe bedelen uit haar huis en hof. Het zijn weliswaar natuurlijke (=bastaard)kinderen, maar hun vader is bepaald een vooraanstaand man in de regio. Het is wijlen Lucas Meeussoen van Arlebeke! Zo rond 1390 is hij immers de schout van Gemert. En tevens leenman van de Commanderij van de Duitse Orde in Gemert. Of de huizinge van Kathelijn, het vroegere lief van de Gemertse commandeur, indertijd de enige bebouwing was After den Ouden Fellenoort, dat is vooralsnog de vraag. In 1472 is sprake van een huis ende hof en aangelegen land ‘aen den Fellenoert’ op een perceel dat bijna anderhalve hectare beloopt.4 In 1486 heeft men het vervolgens over een huis, schuur, hofstad en bijbehorend erf in Gemert naest de plaats genaamd Fellenoirde.5 Rond die tijd is in de zogeheten Bossche Protocollen ook sprake van een Gemertse familie met de familienaam Van den Fellenoert, met onroerend bezit in het centrum van Gemert in de buurt van het kasteel (nu: Ridderplein-Kerkstraat). Mogelijk nabestaanden van Vrouwe Kathelijn en de Commandeur? Dat zou zomaar kunnen.
Tot besluit: verklaring voor Fellenoord
De Fellenoord in zijn algemeenheid betreft een scherphoekig gebied of perceel. In Gemert is ‘t het grondgebied dat van oudsher uitloopt in een scherpe hoek tussen Pandelaar en Deel. Precies in die scherpe hoekpunt stond al rond 1500 een kruisbeeld. Exact in de as van de weg, precies daar waar die ophoudt en overgaat in Pandelaar naar de ene kant en Deel naar de andere kant. Dat is de plek die we vandaag de dag nog steeds kennen als het eind van het Kruiseind. En het eindpunt van het Kruiseind valt in Gemert van oudsher samen met het ‘scherpe’ beginpunt van het gebied Fellenoord. Dat het kruisbeeld op initiatief van de buurtschap vervangen wordt door uiteindelijk in 1911 een keske met vier nissen doet daar niets aan af. In één van die nissen komt opnieuw een kruisbeeld, opnieuw exact in de as van de weg. Het Kruiseind blijft het algemeen gekende Kruiseind. Pas in 1990 zal door onachtzaamheid het keske worden verplaatst en enigszins gedraaid. Eigenlijk was het de bedoeling om daar een rotonde aan te leggen. Dan wordt de vraag gesteld of het niet goedkoper is om gewoon ‘t keske wat te verplaatsen? En meer ruimte te scheppen voor het verkeer. Dat kon natuurlijk ook, als het Kruiseind maar het Kruiseind zou blijven. Wat Kruiseind? Hoezo Kruiseind? Niemand dacht nog aan een kruis exact in de as van de weg die het Kruiseind markeerde. En al helemaal niet aan de geheel vergeten scherphoekige Fellenoord die meepesant vervaagde. Maar… de naam is teruggekomen als huisnaam op een perceel dat zes- à zevenhonderd jaar geleden die naam ook al droeg. Op initiatief van buurtbewoners werd het Keske opgeknapt en een stukje verplaatst, zodat het verkeer er beter langs kon.
Noten:
- Martien van der Wijst, Gemertse toponiemen van 1366 tot 1802, in Gemerts Heem nr.42, lente 1971, blz. 3-12.
- Gemeentearchief Gemert-Bakel, Rechterlijk Archief Gemert, Gemert R102 d.d. 27.2.1527.
- Bossche Protocollen R1206 folio 195 dd 7-7-1436.
- Bossche Protocollen R1241 folio 371v dd 3-8-1472.
- Bossche Protocollen R1254 folio 293 dd 26.5.1486.
FOTOBIJSCHRIFTEN:
Het Kruiseind zoals het er in 1916 uitzag.
Het Keske met op de achtergrond de woning waarop de naam Fellenoord te lezen is.
Op het kaartje is te zien hoe het Kruiseind zich splitst in Deel en Pandelaar en daarin een driehoek vormde.
Het Keske aan het Kruiseind voor het in 1990 bij een opknapbeurt enkele meters werd verplaatst.
GH-2025-2 KIEK NAW Grensoverschrijdend gedrag
Paul Verhees (tekst en foto)
Wie over de Rooije Hoefsedijk van Gemert richting Elsendorp rijdt (of terug) hoeft geen paspoort te tonen. Toch passeer je er een grensovergang, gemarkeerd door een heuse grenspaal. Althans, die grens was er ooit. De paal herinnert aan een conflict uit het begin van de vijftiende eeuw. De Gemertse Peel behoorde toen al van oudsher toe aan de soevereine heerlijkheid Gemert. Maar de inwoners van Bakel, Aarle en Helmond dachten daar anders over. Ze trokken in 1408 een kaarsrechte grens tussen Bakel en Handel, markeerden die met grenspalen, en eigenden zich de Gemertse Peel toe. De Duitse Orde protesteerde bij de Hertog van Brabant en die gaf toe dat de grenspalen geen enkele waarde hadden. Echter, in plaats van de Gemertse Peel terug te geven aan de rechtmatig eigenaar, eigende hij zich het gebied zelf toe. De Duitse Orde kon het terugkopen, wat ook gebeurde. Wel liet de Orde de inwoners van Gemert de rekening betalen. Alles bij elkaar toch een vroege vorm van grensoverschrijdend gedrag, dunkt mij. Had daar niet een onafhankelijke rechter paal en perk aan kunnen stellen?