GH-2024-4 Apotheker Theododus van der Willigen

KLIK HIER VOOR PDF-bestand

 Cas Jamin

In Gemert-Bakel zijn oude grafmonumenten te vinden die de hedendaagse voorbijganger niet veel meer zeggen. Dit vormt de aanleiding om in de archieven op zoek te gaan naar die vroegere levens en tegelijkertijd de graven te beschrijven. Op het oude kerkhof van de kerk van Sint-Jans Onthoofding in Gemert ligt het graf van de apotheker Theodorus Gerardus Henricus van der Willigen (1841-1912) en zijn tweede echtgenote Catharina Clara Corstens (1851-1930). Op hetzelfde kerkhof is het graf te vinden van zijn eerste vrouw Giesberta Otten (1845-1882) en ook dat van hun jong overleden zoontje Johannes Henricus Clemens Maria van der Willigen (1880-1881).

De graftombe van Theodorus Gerardus Henricus van der Willigen (1841-1912) en zijn tweede vrouw Catharina Clara Corstens (1851-1930) heeft een sobere vormgeving in grijze steen. Het graf is opgebouwd uit een voet, een roef en een zerk1. Het middenstuk bestaat uit de roef. Dat is een hellende draagconstructie om de zerk aan de achterzijde hoger te laten liggen dan aan de voorzijde, zodat de personalia beter leesbaar zijn en regenwater afvloeit. Aan de voorzijde van de roef is een rechthoekige plaquette gebeiteld, waarop geen tekst (meer) staat. Aan weerszijden van de plaquette lopen de zijden van de tombe een paar centimeter door en eindigen aan beide kanten in een ornament dat dragende poten suggereert. Bovenaan is op de dekplaat van de tombe een liggend Latijns kruis bevestigd, dat is uitgevoerd in dezelfde steensoort. Daaronder begint het grafopschrift in hoofdletters. Dit is inmiddels moeilijk leesbaar geworden. Vermoedelijk stond er: “Ter zaliger nagedachtenis van den heer Theodorus Gerardus Henricus van der Willigen, Apotheker, echtgenoot van mevrouw Catharina Clara Corstens, geboren te Gemert 27 juni 1841, aldaar overleden 2 december 1912”2. Het is aannemelijk dat Catharina na haar dood in 1930 is bijgezet. Wel blijven haar verdere personalia onvermeld, vermoedelijk door ruimtegebrek op de steen.

Het rechtopstaande, rijzige grafmonument van Giesberta Otten (1845-1882), de eerste vrouw van Theodorus, is opgetrokken uit een grijs-blauwe steen. Het heeft enkele neoclassicistische kenmerken, zoals de massieve vormen en zijkanten die aan zuilen doen denken. Ook vormt de driehoekige kap boven de personalia een zogenoemd ‘fronton’, dat boven zijn top wordt gekroond door zowel een akroterion met daarop een gestileerd acanthusblad, als daarboven een geringd Latijns kruis met een ‘parel’ in het midden3. De stekelige bladeren van het acanthusblad symboliseren dat de overledene de beproevingen van leven en dood – ook wel de ‘doornen en distels’ – glansrijk heeft overwonnen4. In het middendeel van het grafmonument zijn de personalia gebeiteld in een iets naar voren springende plaquette met afgeronde bovenhoeken. Daarin staat in grote en nog goed leesbare kapitalen, de tekst: “Ter zaliger gedachtenis van mejuffrouw Giesberta Clementina Carolina Otten, echtgenote van den heer Theodorus Gerardus Henricus van der Willigen, geboren te Heijen, 1 januari 1845, overleden te Gemert 23 januari 1882”. In een rechthoekige uitdieping in het bovendeel van de voet wordt afgesloten met “Ze ruste in vrede”. De vormgeving vertoont grote gelijkenis met het graf van haar schoonouders Henricus van der Willigen en Maria Taabe, dat er net voor staat. Dat graf wordt afgebeeld en beschreven in een eerdere aflevering, getiteld ‘Graf van Henricus van der Willigen en Maria Taabe’, uit Gemerts Heem 2024 nummer 2, pagina’s 10-16. De gelijkenis is niet verwonderlijk, omdat er slechts dertien maanden ligt tussen de sterfdatum van Henricus van der Willigen en zijn schoondochter Giesberta Otten.

Het staand grafmonumentje voor Johannes Henricus Clemens Maria van der Willigen (1880-1881) heeft een bescheiden formaat, het gaat tenslotte om een kindergraf. Hij is bij zijn overlijden maar 10 maanden oud. Hij is het zoontje van Theodorus van der Willigen en zijn eerste vrouw Giesberta Otten. Zijn laatste rustplaats heeft hij gekregen op het oude kinderkerkhof van de kerk van Sint-Jans Onthoofding in Gemert, dat links van het toegangspad ligt en wordt gemarkeerd door het beeld van een grote engel. De bovenkant van het grafmonument wordt gevormd door een geringd Latijns kruis. Boven de voet valt de bijzondere vorm van het middendeel op. Het heeft glooiende, licht getrapte randen die doen denken aan een klokgevel. Van het opschrift is alleen ‘Johannes van der Willigen’ nog goed leesbaar. De rest van de tekst valt weg door verwering en mosgroei. Boven de tekst is met een paar lijnen en stippen een passiebloem uitgebeeld. Stichting Dodenakkers Funerair Erfgoed meldt over de symboliek5: “De drie stempels symboliseren de kruisnagel, de driekleurige krans rondom het bestuivingsorgaan symboliseert de doornenkroon en het gesteelde vruchtbeginsel is het sym-bool van de kelk des Heren.”

Afkomst

Theodorus Gerardus Henricus van der Willigen wordt op 27 juni 1841 in Gemert geboren als zoon van de apotheker Henricus Adrianus (Henri) van der Willigen (1814-1880) en Maria Elisabeth Taabe (1812-1842)6. Zijn moeder overlijdt in zijn eerste levensjaar, waarna hij opgroeit bij zijn alleenstaande vader. Van zijn voorouders is overgrootmoeder Emerentiana Roefs (†1851) het langst in zijn leven, tot zijn tiende verjaardag. Grootmoeder Margaretha (†1843) van zijn vaders kant overlijdt als hij twee is. Zijn grootvaders zijn bij zijn geboorte al overleden, net als zijn oma van zijn moeders kant. Zijn vader Henri is een ondernemende man. Op 6 oktober 1841 koopt hij op een openbare veiling het pand met toebehoren van zijn inmiddels overleden schoonouders. Dat pand staat tegenwoordig bekend als drogisterij ‘t Hert aan de Nieuwstraat op nummer 9 in Gemert. Hij begint daar zijn zaak als de eerste apotheker van Gemert en omstreken, met als uithangbord de bekende hertenkop, een internationaal gebruikt symbool voor farmacie. Daarnaast is vader Henri in Gemert actief als gemeenteraadslid, daarna als gemeenteontvanger, deken van het Onze Lieve Vrouwe Broederschap en later ook als curator van de Latijnse School. Zijn voorvaderen en hun schoonfamilie zijn in hun tijd actief in handel en nijverheid, bekleden bestuursfuncties en bezitten veel grond in Gemert en omgeving. Delen van dit grondbezit gaan over op Henri en daarna op zijn zoon Theodorus. Meer over Theodorus’ ouders en voorouders, inclusief bronvermelding, is te lezen in een eerdere aflevering, getiteld ‘Graf van Henricus van der Willigen en Maria Taabe’, uit Gemerts Heem 2024 nummer 2, pagina’s 10-16.

Studie

Theodorus van der Willigen studeert net als zijn vader farmacie en assisteert hem in toenemende mate bij het werk in de apotheek. Op 29 oktober 1867 maakt de examencommissie te Leiden in haar verslag bekend dat Theodorus (26) zijn diploma als hulp-apotheker heeft verkregen7. Hij vervolgt zijn studie en behaalt op 6 juli 1871 in Amsterdam het volwaardige apothekersdiploma8. Hij is dan dertig. Vanaf juni 1874 vermeldt het Pharmaceutisch Weekblad Theodorus en Henri beiden als apothekers ‘gezamenlijk onder de firma H.A. van der Willigen’9.

Eerste huwelijk

Op 26 augustus 1872 trouwt Theodorus (31) met Giesberta Otten (27) te Bergen in Limburg10. Haar ouders, Johannes Laurentius Otten en Maria Anna Berns, zijn landbouwers. Vanaf hun huwelijk woont het echtpaar in hetzelfde pand als (schoon)vader Henri van der Willigen11. Op 28 november 1875 krijgen zij een dochtertje dat levenloos ter wereld komt en op 17 juli 1877 wordt een zoontje doodgeboren. Zij worden in akten als naamloos (non nominandus, N.N.) aangeduid met ‘N.N. van der Willigen’. Op 25 november 1880 wordt hun zoontje Johannes Henricus Clemens Maria van der Willigen geboren.

Henri overlijdt

Henri van der Willigen overlijdt op 9 december 1880 in Gemert op de leeftijd van 66 jaar12. Dat is maar veertien dagen na de geboorte van zijn kleinzoon Johannes. Rouwadvertenties vermelden hem als ‘rustend apotheker’ en spreken van een voorafgaand ziekbed. In de eerste weken na Henri’s overlijden treedt zijn zoon Theodorus in zijn plaats op als waarnemend gemeenteontvanger van de gemeente Gemert, tot de boekhouding op 25 januari 1881 formeel kan worden overdragen aan ambtsopvolger Johannes van Deursen13. Theodorus erft al zijn vaders bezittingen14. De erfenis omvat niet alleen het woonhuis met apotheek aan de Nieuwstraat in Gemert, maar ook vele hectares grond in Gemert en omgeving. Deze gronden zijn sinds de tijd van grootgrondbezitter Hendrikus Johannes van der Willigen (1751-1808), via zijn weduwe Emerentiana Roefs (1761-1851), telkens door vererving overgegaan op de volgende generatie15.

Johannes en Giesberta overlijden

Het jonge gezin van Theodorus van der Willigen is geen lang leven beschoren. Na een bestaan van slechts tien maanden overlijdt op 26 september 1881 hun enige kindje, zoon Johannes16. Hij krijgt een kindergraf bij de Sint-Jan in Gemert. Nog geen vier maanden later, op 23 januari 1882, overlijdt ook zijn moeder Giesberta Otten (37) na een langdurige ziekte17. Na haar dood laat zij alleen haar echtgenoot achter en een ‘Eerwaarde broeder’. Theodorus (40) moet verder zonder naaste familie. Alleen van zijn moeders kant heeft hij nog wat neven en nichten, onder wie de kinderen van zijn moeders zus Theresia Taabe en haar echtgenoot notaris Antonius Gerardus Smits.

Firma T.G.H. van der Willigen

Ondanks het snel opeenvolgende verlies aan naasten zet Theodorus de apotheek voort, wat mogelijk ook zorgt voor welkome afleiding. Hij wordt in 1886 lid van de Noord-Brabantse afdeling van de Nederlandsche Maatschappij Ter Bevordering Der Pharmacie18. Deze beroepsvereniging geeft een tijdschrift uit, waarin hij de rest van zijn werkzame leven herhaaldelijk als lid en als praktiserend apotheker wordt vermeld19. In het archief van het Burgerlijk Armbestuur van Bakel en Milheeze zijn nota’s aangetroffen waaruit blijkt dat Theodorus tussen 1887 en 1892 betalingen ontvangt van de gemeente Bakel ‘wegens geleverde medicijnen voor armlastigen’20. Op de jaarnota’s wordt gespecificeerd hoeveel keer elke met naam genoemde arme een medicijn heeft ontvangen en ter waarde van welk totaalbedrag dat is. Het is aannemelijk dat ook patiënten van Johannes Cornelis Kuijper, in Gemert als gemeentearts werkzaam van 1880 tot 1924, hun medicijnen ontvangen via de apotheek van T.G.H. van der Willigen21.

Grondopbrengsten

Vanaf december 1885 laat Theodorus de plaatselijke notaris M.G. van Kemenade met grote regelmaat producten openbaar verkopen. Die zijn afkomstig van de percelen die hij van zijn vader heeft geërfd22. Die liggen onder andere aan de Pandelaar, de Groene Steeg, de ‘Kokschen Dijk’, Vogelenzang en op Esdonk. Het aanbod bestaat vooral uit hout van dennen, eiken, linden en Canadese populieren (‘Kanadaboomen geschikt voor klomphout’). Ook worden lang gemaaide grashalmen (‘toemaat’) verkocht voor gebruik als veevoer en om gewassen af te dekken tegen de vorst. Verder wordt ‘een partij heide als strooisel’ aangeboden. Een enkele keer laat Theodorus ook een perceel verpachten of verkopen.

Tweede huwelijk

Weduwnaar Theodorus hertrouwt op 6 juli 1886 in Gemert met Catharina Clara ‘Cato’ Corstens (1851-1930)23. Ze is afkomstig uit Gemert en een dochter van Henricus Corstens en Anna Clara Claassens. Bij de huwelijksvoltrekking is hij 45 jaar oud en zij 34. Hun huwelijk blijft kinderloos.

Weduwe ‘Cato’ van der Willigen-Corstens

Op 2 december 1912 overlijdt Theodorus in Gemert op de leeftijd van 71 jaar24. Hij wordt overleefd door zijn echtgenote Cato, een eerwaarde zwager en een paar neven. Enkele weken na zijn dood verhuurt zijn weduwe een deel van het pand aan de Nieuwstraat aan Th. van Elten, die in de voormalige apotheek ‘Drogisterij ‘t Roode Kruis’ opent. Hakhout en andere producten afkomstig van de in bezit zijnde percelen worden voortaan door notaris Van Kemenade openbaar verkocht in opdracht van ‘Mevrouw de Weduwe Th. v.d. Willigen’. Vanaf 1918 leent Cato met enige regelmaat geld uit aan mensen uit Gemert, Bakel, Boekel, Erp, Veghel en Zijtaart25. Vaak wordt daarbij een onroerend goed genoteerd als waarborg.

Cato overlijdt

Catharina Clara Corstens overlijdt in Gemert op 10 februari 1930 op 78-jarige leeftijd26. In De Zuid-Willemsvaart van 12 februari 1930 verschijnt een familiebericht: “Heden overleed plotseling voorzien van het H. Oliesel onze geliefde Tante Mevrouw Catharina Clara Corstens, Wed. van den Weled. Heer Th.G.H. van der Willigen in den ouderdom van 78 jaar. Wij bevelen de ziel van de dierbare overledene in Uwe godvruchtige gebeden aan. Namens de familie Henri Corstens. Gemert, 10 Febr. 1930.” De begrafenis volgt in Gemert op 14 februari 1930.

Al in 1913 heeft Catharina Clara Corstens een testament laten opstellen, waarin zij bepaalt dat ze een flink aantal onroerende goederen zal legateren aan de katholieke parochiale armen in Gemert27. Op 26 maart 1930 wordt haar inboedel publiek verkocht door notaris Verlinden, met medewerking van notaris Vaalman uit Veghel, in het lokaal van F. Tervooren in Gemert28. In juni 1930 wordt uit haar nalatenschap een boerderij met grond publiek te koop aangeboden, in verhuurde en bewoonde staat29: “Notaris Verlinden te Gemert zal publiek verkoopen met medewerking van notaris B.E.J. Vaalman te Veghel uit den boedel van wijlen Mevrouw de Wed. Th. v.d. Willigen-Corstens eene te Gemert in de Pandelaar zeer gunstig langs den Prov. weg Gemert-Erp gelegen vruchtbare boerderij met uitstekende bouw- en weilanden en gunstig langs den Prov. weg gelegen bouwterreinen, groot 7.95.10 hectaren. Thans in huur en bewoond door J. v.d. Laar.” Het woonhuis aan de Nieuwstraat wordt in september 1930 door de nabestaanden te koop gezet30: “Heerenhuis te Gemert. Te koop groot Heerenhuis met inrijpoort, bijbouw en grooten tuin, gelegen in de kom der gemeente. Vroeger bewoond door Mevr. Van der Willigen. Het huis bevat beneden 5 kamers, keuken, bijkeuken en kelders; boven: eveneens 5 kamers en groote zolders; en verkeert in uitstekenden staat van onderhoud. Te bevragen bij Henri Corstens te Gemert.

Noten:

  1. www.dodenakkers.nl termen en begrippen: ‘roef’, ‘tombe’.
  2. Foto van dit graf uit januari 2005 door Joos(t) van Oppenraaij met een minder uitgesleten tekst, via de ru-briek Grafstenen van Veenkoloniale Genealogieën, https://www.genealogy.henny-savenije.pe.kr/tng/showmedia.php?mediaID=23679; GA Gemert-Bakel, BS Gemert.
  3. De Wikipedia-lemmata (NL & EN) ‘Fronton’, ‘Akroterion’, ‘Acanthus’, ‘Christian cross variants’, ‘Ringed Cross’, ‘Halo (religious iconography)’, ‘Aureool’ en ‘Celtic cross’.
  4. www.dodenakkers.nl/naslag/symboliek/acanthus.html.
  5. www.dodenakkers.nl/naslag/symboliek/passiebloem.html.
  6. GA Gemert-Bakel, BS Geb. 1841 Gemert, arch. 11.079, inv. 5, akte 70.
  7. Via Delpher (2x): Bijblad tot het Pharmaceutisch weekblad d.d. 24-11-1867, p. 6 & ‘Verslag […] Geneeskundig Staatstoezigt in het jaar 1867’, p. 377.
  8. Pharmaceutisch weekblad jaargang 11 nr. 7 d.d. 14-06-1874 p. 6, via Delpher.
  9. Pharmaceutisch Weekblad d.d. 14-6-1874, via Delpher.
  10. Historisch Centrum Limburg, BS huw. in Bergen (L) d.d. 26-8-1872, arch. 12.011, inv. 52, akte 17; GA Gemert-Bakel en BHIC, BS Gemert (kinderen).
  11. GA Gemert-Bakel, bevolkingsregister 1861-1879, register WZ-1199, folio 1196.
  12. GA Gemert-Bakel, BS Overl. 1880 Gemert, inv. 30, akte 131; Familieberichten in De Tijd d.d. 11-12-1880 en Phar-maceutisch weekblad d.d. 12-12-1880 p. 3, via Delpher.
  13. GA Gemert-Bakel, Arch. 11.003, Inv. 911.
  14. BHIC, Memorie van successie Helmond deel 93 (1881), inv. 93, akte 184, scan pp. 641-647; GA Gemert-Bakel, bevolkingsregister 1880-1900, register SZ-1053, folio 1036 (K-Z).
  15. Zie Gemerts Heem 2024(2) pp. 10-16 voor verdere details en bronvermelding.
  16. GA Gemert-Bakel (2x): BS Gemert 1880 Geb, arch. 11.079, inv. 9, akte 118 & BS Overl. Gemert 1881, arch. 11.079, inv. 39, akte 109.
  17. GA Gemert-Bakel, BS Overl. G.C.C. Otten, arch. 11.079, inv. 39, akte 12; Familiebericht in De Tijd d.d. 25-1-1882, via Delpher.
  18. Nieuw tijdschrift voor de pharmacie in Nederland, 1886, 19e jaargang 2e reeks, pp. 777 en 795, via Delpher.
  19. Eerst getiteld ‘Nieuw tijdschrift voor de pharmacie in Nederland’, daarna ’Pharmaceutisch Weekblad voor Neder-land’, via Delpher.
  20. GA Gemert-Bakel, Arch. 12.007, Akten 59-62 en 64. Met dank aan vondst door Hans Pennings.
  21. Citaat d.d. 13-5-1902 ‘Dr. Kuyper heeft geen eigen apotheek; er is in Gemert een apotheker.’ uit https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/de-commissaris-van-de-koningin-over-gemert; Zie ook artikel over Dokter Kuijper in Gemerts Heem 2023(4) pp. 23-30.
  22. Verkoopadvertenties in De Zuid-Willemsvaart, via Delpher, d.d. 16-12-1885, 5-1-1886, 22-01-1887, 15-1-1889, 10-12-1889, 11-1-1890, 14-1-1891, 12-1-1892, 11-1-1893, 14-01-1893, 30-12-1893, 29-12-1894, 1-1-1895, 05-02-1895, 08-01-1896, 7-1-1899, 4-1-1899, 6-1-1900, 9-11-1901, 13-11-1901, 14-01-1903, 8-2-1908, 13-11-1915, 20-11-1915, 10-2-1917, 13-12-1924, 15-12-1928.
  23. GA Gemert-Bakel, BS Huw. Gemert 1886, arch. 11.079, inv. 23, akte 27; Antoon Corstens i.s.m. Ad Otten, Cor-stens: een Gemertse familie uit Uden 1692-2011, p. 64, HKK Gemert (2011).
  24. GA Gemert-Bakel, BS Overl. 1912 Gemert, Arch. 11.079, inv. 45, akte 90; bidprentjesarchief.nl (T.G.H. van der Wil-ligen); Via Delpher (3x): ‘Drogisterij ‘t Roode Kruis’ Gemert’, De Zuid-Willemsvaart d.d. 24-12-1912; Vox Medicorum d.d. 1-1-1913 p.7; Pharmaceutisch weekblad d.d. 12-4-1913 p. 429.
  25. Vanaf 1918 diverse ‘schuldbekentenissen’ aan C.C. Corstens in het notarieel protocol Veghel, uit BHIC arch. 7701, via online zoekhulp op naam: www.bhic.nl/onderzoeken/notaris-schepen-en-andere-akten.
  26. HKK Gemert, Bidprentje C.C. Corstens, objectnr. 04701; Familiebericht in De Zuid-Willemsvaart d.d. 12-2-1930, via Delpher.
  27. BHIC, arch. 7701, inv. 130, akte 193 d.d 31-07-1913.
  28. Het huisgezin d.d. 22-3-1930 p. 8, via Delpher.
  29. De Zuid-Willemsvaart d.d. 28-6-1930
  30. Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant d.d. 27-9-1930, via Delpher.

 

FOTOBIJSCHRIFTEN:

Het graf van Theodorus van der Willigen en zijn tweede vrouw Catharina Corstens. (foto Cas Jamin)

Het graf van Giesberta Otten, de eerste echtgenote van Theodorus van der Willigen. (foto Cas Jamin)

 Het kindergraf van Johannes van der Willigen. (foto Cas Jamin)

Portret van apotheker Theodorus van der Willigen. (bron ‘Corstens: een Gemertse familie uit Uden 1692-2011’, p. 64, door Antoon Corstens i.s.m. Ad Otten en HKK Gemert. Met dank aan de familie Corstens)

Daarboven de handtekening van Theodorus van der Willigen. (bron GA Gemert-Bakel, BS 1875, arch. 11.079, inv. 39, akte 141)

Portretfoto van Catharina Clara Corstens, gemaakt door C. Marcussen en F.H. Kramer. (bron HKK Gemert, hkk13207)

Daarboven de handtekening van Catharina Clara Corstens. (bron BHIC, arch. 7701, inv. 130, akte 193)

”Foto van de Nieuwstraat in Gemert. Het derde pand van rechts is apotheek ‘t Hert met de hertenkop. Ten tijde van de foto heeft Henri’s zoon Theodorus de apotheek al voortgezet of zelfs al van de hand gedaan. (bron briefkaart uit collectie HKK Gemert, nr. hkk03772)

 

 

 

GH-2024-4 Oude ontginningen langs de breuk van Gemert-zuid, deel 2

 

KLIK HIER VOOR PDF-bestand

Jan Timmers

In een voorgaande aflevering van Gemerts Heem werd een aantal oude ontginningen langs de breuk van Gemert-Zuid beschreven. Het ging over de hoeven Wijnboom, Hazeldonk, Drogemanskamp, Vondervoort en Ten Broek, de latere Armenhoeve. De kern van die oude ontginningen is steeds een ovaalvormig perceel, dat destijds voorzien was van een omheining of wal. In dit vervolgartikel gaan we op zoek naar de plaats van de bebouwing,

die bij die ontginningen hoorde.1

We zagen dat verspreid over Brabant, maar dus ook in Gemert, oude ontginningen voorkomen met een min of meer rondlopende of ovale vorm, in ieder geval met afgeronde hoeken. Die percelen waren omgeven door een omheining, die ook wel ‘gelookt’ genoemd werd. Die omheining kon bestaan hebben uit een aarden wal, al dan niet met begroeiing van een heg, soms ook uit een omheining in de vorm van een palissade of een combinatie ervan. Vanwege zo’n omheining zou je verwachten dat de gebouwen die bij de ontginning hoorden, ook binnen die omheining gelegen zullen hebben. Dat blijkt in ieder geval zo te zijn bij het goed Ter Vondervoort. In 1430 treffen we de vermelding aan van een hofstad, genaamd Ter Vondervoert, ‘met zijn gebouwen, akkerland enbeemden, binnen het geloect’. Behalve de gebouwen lagen er ook akkers en beemden binnen de omheining. Bij de oude ontginning Drogemanskamp op de hoek Beeksedijk-Hazeldonklaan ligt de huidige bebouwing nog steeds binnen de oude grens van de ontginning. Maar dat blijkt niet altijd en overal het geval te zijn.

De situatie bij Ten Broek

We beginnen bij het goed Ten Broek, de latere Armenhoeve aan het eind van de Kromstraat. Het huidige hoofdgebouw is de oudste bestaande boerderij die Gemert rijk is, maar die ligt nu buiten de omheining. Er hoorde voorheen een losstaande schuur bij, die in de jaren ’80 van de vorige eeuw is gesloopt. Die schuur stond wel binnen de omheining, juist op het randje. De vraag is of dat ook de oude situatie was. Bij egalisatie van het terrein ten behoeve van de bouw van een nieuwe veestal en in de bouwput van die stal heeft Ad Otten een paar archeologische waarnemingen gedaan, die op het kaartje op pagina 11 zijn ingetekend. Op de plaats van het sterretje met het cijfer 1 werden sporen aangetroffen, die waarschijnlijk te maken hebben met de omheining op die plaats. In deel 1 van dit artikel schreven we daar al over. Op de plaats van het sterretje met cijfer 2 trof Ad iets anders aan. Het is precies de plaats waar toen de nu nog bestaande veestal werd gebouwd, binnen de oude omheining.

Midden op het oude omheinde terrein werden paalsporen aangetroffen van redelijk zware palen. Daartussen waren sporen zichtbaar van dunnere palen. Ad schreef erbij dat hij dacht dat het een palissade was. Hij trof ook nog iets anders aan, namelijk meerdere concentraties van een laag leem van enkele centimeters dik, die als bouwmateriaal gediend kunnen hebben. De sporen die Ad aantrof zullen door moderne archeologen anders geïnterpreteerd worden. Het gaat hier veel eerder over de wand van een huis bestaande uit vlechtwerk tussen zware stijlen. Dit is nog meer aannemelijk vanwege de aangetroffen leemlaagjes, die te interpreteren zijn als resten van een lemen vloer of mogelijk als resten van leem, waarmee het vlechtwerk van de wand werd besmeerd. De sporen wijzen erop dat er binnen de oude omheining een gebouw heeft gestaan. Het is heel goed mogelijk dat dit de resten zijn van het oudste hoofdgebouw van het goed Ten Broek. Destijds heeft er geen uitgebreid archeologisch onderzoek plaatsgehad en een datering van de gevonden resten kennen we daarom niet. We weten wel dat Goyart van Wermpt als eigenaar van Ten Broek omstreeks 1440 het landgoed heeft uitgebreid met delen van het aanpalende goed Ten Boer. In deel 1 van dit artikel kwam dat al aan de orde. Het is goed denkbaar dat hij in samenhang met die uitbreiding toen een nieuw hoofdgebouw liet bouwen buiten de oude omheining. De losstaande schuur van de Armenhoeve stond wel binnen de oude omheining en het is om die reden denkbaar dat de schuur al bestond tijdens de nieuwbouw van de Armenhoeve van circa 1440. Harde bewijzen voor deze ontwikkeling hebben we niet, maar het is wel aannemelijk.

De hoeve Hazeldonk

Het wegenpatroon rondom de hoeve Hazeldonk heeft een bijzonder karakter. De Hazeldonklaan, komende vanuit de Wijnboomlaan in het noorden, maakt een vreemde bocht, die volgens de kadasterkaart in 1832 nog veel scherper was. Die bocht heeft niet te maken met een hoogteverschil of een daarmee samenhangende natuurlijke barrière in de vorm van een moeras of waterloop. Er moet een andere reden zijn. Ook valt het op dat de Hazeldonklaan naar het (zuid)oosten een gebogen verloop heeft, die ook niet verklaarbaar is uit de natuurlijke omstandigheden. De zijweg in westelijke richting, de Joffer Grevenbroekpad, heeft ook een gebogen tracé. Alles wijst er op dat de hoeve Hazeldonk aanvankelijk een ontginning was met een (deels) rondlopende vorm of met afgeronde hoeken. In deel 1 is daar al op gewezen.

De scherpe hoeken in de weg bij de hoeve wijzen er verder op dat het noordelijk stuk van de Hazeldonklaan vanuit de Wijnboomlaan de oude toegangsweg geweest zal zijn. De weg loopt recht naar de omheinde ontginning. Later zal de weg verlengd zijn, maar loopt dan om de ontginning heen en volgt de oude omheining. Het heeft er alle schijn van dat de toegangsweg recht naar het hoofdgebouw van de Hazeldonk liep en dat dat hoofdgebouw op het erf stond van het huidige adres Hazeldonklaan 40, de boerderij van Jan van Dijk. Daarvoor zijn er nog meer redenen. De breuk van Gemert-Zuid loopt dwars door de oude ontginning. Het oostelijk deel ligt hoger dan het westelijk deel. Dat westelijk deel was aanvankelijk veel te nat om er een woning te bouwen. Op het hogere en drogere deel past dat veel beter. Bovendien is het een -donk naam en een donk is een hoger gelegen plek. Gezien die naam zal de oudste ontginning dus op het hoge deel hebben gelegen. Verder vertelde Jan van Dijk dat er bij de bouw van een varkensstal op zijn erf sporen van een gracht of brede sloot werden aangetroffen. Mogelijk was het oude hoofdgebouw al voorzien van een gracht. Het lijkt er op dat we hier, net als bij de hoeve Ten Broek, te maken hebben met een latere verplaatsing van het hoofdgebouw. Op de kadasterkaart van 1832 staat er alleen in het zuidwestelijk deel van de oude omheinde ontginning een prominent gebouw: de omgrachte hoeve Hazeldonk. Als omgrachte hoeve bestond deze al in de 15de eeuw. De toenmalige eigenaar Henrick Becker liet in 1446 op het terrein een nieuwe hoeve bouwen en dat gebouw komen we in archiefstukken later steeds tegen als de hoeve Hazeldonk met grachten er omheen.3 De 15de eeuw was de Gouden Eeuw van Brabant en in die periode werden veel hoeven gebouwd met een gracht er omheen. Het lijkt een trend te zijn, niet alleen in Gemert maar in heel oostelijk Brabant. In Gemert kennen we bijvoorbeeld de bouw van het Slotje of Huis Lankveld omstreeks 1430. Ook in de 15de eeuw, rond 1450, werd de omgrachte hoeve op Esp in Bakel gebouwd.4 Henrick Becker volgde die trend en verving het oude hoofdgebouw door een omgrachte hoeve in het lager gelegen deel van hoeve Hazeldonk. In 1909 heeft de Latijnse School als toenmalige eigenaar de hoeve Hazeldonk vervangen door nieuwbouw op de plaats van het oude hoofdgebouw van vóór 1400. De oude hoeve werd afgebroken en de grachten dienden als eerste stortplaats van huisvuil van de gemeente.

Ten Hogen Aarle

In het zuiden van De Mortel, tegen de grens met Bakel, ligt de middeleeuwse hoeve Ten Hogen Aarle, zo ongeveer op de Peelrandbreuk. Omdat iets ten noorden van Hogen Aarle de Breuk van Gemert-Zuid begint als zijbreuk van de Peelrandbreuk, past Ten Hogen Aarle prima in het rijtje oude ontginningen. In deel 1 is deze hoeve niet genoemd, maar de overeenkomst met de situatie rond de Hazeldonk is zo groot, dat we er bij stilstaan. Westelijk van de breuk in het lage gedeelte ligt de omgrachte hoeve Ten Hogen Aarle. De buitengracht was in 1832 deels gedempt, maar booronderzoek wijst uit dat de buitengracht eertijds geheel rondom aanwezig was.5 Ook bij de Hazeldonk was een dubbele gracht aanwezig. Een andere overeenkomst is dat beide hoeven aanvankelijk bezit waren van de adellijke familie Van Gemert. Wanneer de omgrachte hoeve op Hogen Aarle is gebouwd, zal nog moeten worden onderzocht, maar dat zal waarschijnlijk ook ergens in de 15de eeuw zijn geweest. We zien namelijk oostelijk van de hoeve en ook oostelijk van de breuk op het hoger gelegen gebied ook een paar oude boerderijen met daar in de buurt de restanten van een gracht. Bij Hogen Aarle mogen we daarom veronderstellen dat er aanvankelijk op deze oude ontginning een omgrachte boerderij op het hoge gedeelte aanwezig was en dat er later in het lage deel een nieuwe omgrachte boerderij werd gebouwd. Op Hogen Aarle zien we op de oude kadasterkaart niet direct ronde of ovale perceelsvormen, die wijzen op een oude omheinde ontginning, maar er is daar wel iets anders dat opvalt. Aan de noordelijke rand van de akker van Ten Hogen Aarle is een flinke aarden wal aanwezig. Uit oude topografische kaarten blijkt dat die wal voorheen nog een stuk langer geweest is. Het meest oostelijke stuk is verdwenen, maar op de kadasterkaart van 1832 staat het langgerekte perceel, waar de wal op lag, aangegeven als ‘hakhout’ en ‘bergen’. Kennelijk lag er op de noordelijke rand van de oude ontginning een aarden wal als omheining, die nu nog steeds voor een deel bestaat. Het is denkbaar dat de wal vroeger doorliep naar het zuidwesten, verderop langs de Lagen Aarleseweg. Op de hele noordelijke rand van Ten Hogen Aarle zou dan een aarden wal als omheining aanwezig geweest zijn. De zuidgrens van de ontginning ligt op de grens met Bakel en wordt gevormd door de Snelleloop. Die waterloop werd destijds wellicht beschouwd als een afdoende ‘omheining’ aan de zuidkant. Het lijkt alleszins de moeite waard om dit gebied nog eens verder te onderzoeken.

Noten: 1. Deel 1 van het artikel verscheen in Gemerts Heem 2024, nummer2. 2. Aantekeningen van Ad Otten in de collectie van de heemkundekring. 3. Jan Timmers, Een nieuw gebouw op de Hazeldonk in 1446, Gemerts Heem, 1987, nummer 3. 4. Voor het Slotje zie: Jan Timmers, Het Slotje: adellijk huis Lanckvelt, Gemerts Heem 2007, nummer 3; voor Esp: Jan Timmers, Archeologie en cultuurhistorie binnen de Reconstructie Zandgronden. Herstel van een moated site in Bakel, Westerheem 2007. 5. Ria Berkvens, Booronderzoek Gemert-Bakel, Esp, ’t Slotje, Hazeldonk en Ten Hogen Aarle. Rapport Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland (AWN-afdeling 23), 2001.

FOTOBIJSCHRIFTEN:

De omgeving van de hoeve Hazeldonk op de kadasterkaart van 1832. De zwarte stippellijn is de breuk van Gemert-Zuid. De rode lijn geeft een indicatie van de omvang van de oude omheinde hoeve. De streeplijn volgt perceelsgrenzen, die in 1832 nog bestonden. Het gestippeld deel is een veronderstelling. De rode pijl langs het noordelijk deel van de Hazeldonklaan geeft de toegangsweg naar de hoeve Hazeldonk aan vanuit de Wijnboomlaan. Het zuidoostelijk deel van de Hazeldonklaan is een weg van iets latere datum, die om de oude ontginning heen loopt en de omheining volgt. De ster geeft de vermoedelijke plaats aan waar het oude hoofdgebouw stond.

Links de plattegrond van de hoeve Hazeldonk met een dubbele gracht aan de Joffer Grevenbroekpad.

Rechts de gebouwen, zoals die er vlak voor de sloop uitzagen volgens de bewoner Marinus de Wit. (Tekening Ad Otten)

Het ovaalvormige perceel bij Ten Broek is de oude kern van de ontginning. Aan de oostkant ligt de Oude Helmondseweg, die de omheining ervan volgt. Dit pad is met een rode stippellijn ingetekend. Op de kadasterkaart staat deze niet aangegeven, omdat het privé eigendom was. Het pad liep over de akkers van Ten Broek en bestond al veel langer. De rode sterren 1 en 2 geven de plaatsen aan waar archeologische sporen werden aangetroffen. Het cijfer 3 geeft de bestaande boerderij aan en 4 is de losstaande schuur, die in de vorige eeuw gesloopt werd.

Hieronder de schets die Ad Otten maakte van het profiel in de bouwput van de veestal en de aantekening die Ad er destijds bij maakte.2 Het goed Ten Broek of de Armenhoef in de Kromstraat, gezien vanaf de Oude Helmondseweg met links op de foto de verdwenen schuur.

Reconstructie van het huis dat in 1446 op Hazeldonk werd gebouwd. (Tekening naar Herman Strijbos)

De topografie van Hogen Aarle in 1900. Op de noordrand van de akker van Hogen Aarle ligt een forse aarden wal.

 De omgeving van hoeve Ten Hogen Aarle aan de Lagen Aarleseweg in het zuiden van De Mortel op de kadasterkaart van 1832. De witte lijnen geven de huidige wegen aan. De zwarte stippellijn is de Peelrandbreuk. Midden op de kaart de omgrachte hoeve Ten Hogen Aarle aan de lage kant van de Peelrandbreuk. Rechts op de kaart aan de hoge kant van de Peelrandbreuk binnen de gestippelde cirkel een ander deel van Ten Hogen Aarle. Het oudste gebouw stond waarschijnlijk in de buurt van die plek. Daar ligt ook een restant van een oude gracht. Met een bruine streeplijn is de aarden wal aangegeven, die de akker aan de noordrand begrenst. Het bruin gestippelde deel links geeft een mogelijk verder verloop aan van een vroegere wal.

 

 

 

GH-2024-4 “Hoe komt zo’n Belgische tegel in Gemert terecht?”

KLIK HIER VOOR PRDF-bestand

 Paul Verhees

Spelende kinderen vonden in De Rips tussen de Heilige Geestlaan en de Kasteellaan een paar vloertegels van ruim een eeuw oud. Veel kinderen zouden ze zien als afval en er misschien mee gaan spelen of ze proberen kapot te breken. Zo niet Yous Hunnersen, één van de vinders. Hij was meteen geïnteresseerd in de geschiedenis van de tegels.

Zevenjarige Yous vond de tegel toen hij met zijn broertjes en vriendjes aan het vissen was in De Rips. Dat doen ze regelmatig en dan vangen ze kikkervisjes in hun schepnetjes. Maar in augustus raapte Yous een tegel op van de bodem van het beekje. Het was hem meteen duidelijk dat hij iets heel ouds had gevonden dat misschien wel zeldzaam was. Hij nam de tegel mee naar huis en maakte hem schoon. En nu? Zijn moeder Dian vroeg aan de heemkundekring of die de vondst kon duiden. En ze vertelde het aan haar buurvrouw. Die wist dat haar negenjarige dochter Cato Rijerse een jaar eerder ook al een tegeltje had gevonden, niet verder dan enkele tientallen meters van de plek waar Yous zijn tegel vond.

Belgische tegel

Op beide tegels staat op de onderkant de naam van de fabrikant en daaruit valt op te maken wanneer ze zijn geproduceerd. Dat moet eind negentiende, begin twintigste eeuw zijn geweest. De tegel die Yous uit De Rips opviste, komt uit de fabriek van Utzschneider in het Belgische Jurbise (de Nederlandse naam is Jurbeke), zo staat op de onderkant. De naam van de directeur staat er ook op: Ch. Michelet.”Hoe komt zo’n Belgische tegel in Gemert terecht?”, vraagt Yous zich af.

Met zekerheid valt dat niet te zeggen, maar een plausibele verklaring valt wel te geven. De vloertegels stammen uit een tijd dat er rond het Ridderplein flink werd gebouwd. De jezuïeten lieten in 1907 een kasteelvleugel bouwen aan het Ridderplein. Het pand waarin hotel De Hoefpoort is gevestigd, stamt uit 1899. Aan de overkant aan het Binderseind is gebouwd in 1908. Het gebouw waarin nu het gemeentehuis is gevestigd, werd in 1878 gebouwd door Willem van Schijndel en rond 1900 verkocht aan moeder en dochter Verschure. Het is zeer wel mogelijk dat bij al die gelegenheden nieuwe vloertegels van de beste kwaliteit werden besteld.

 Utzschneider

Over de tegelsoort van het Belgische tegeltje dat Yous Hunnersen vond, is informatie te vinden in het tijdschrift Belgisch Polycare. Dat is een magazine voor de sector van natuursteen, composiet en keramiek. In het julinummer van dit jaar staat een artikel onder de kop ’Van fabrieksvloeren tot de wandeldijken aan de Belgische kust: slijtvaste Waalse fabrieksdallen en plavuizen uit de 19e en vroeg-20e eeuw.’ Daarin staat te lezen dat vloertegelfabriek Utzschneider in Jurbise in 1876 is opgericht als internationale uitbreiding van het gelijknamige bedrijf in het Franse Sarreguemines. De eerste directeur was Charles-Jean-Baptiste Michelet (1844-1920). Het bedrijf leverde tegels aan kerken in Luik, Tienen, Neufchateau en Ghlin en verder voor een hele reeks scholen, ouderlingentehuizen, inrichtingen voor geesteszieken, kazernes, forten, stationsgebouwen en kloosters. Het is goed mogelijk dat de jezuïeten voor hun kloosters zaken deden met Utzschneider. En dus ook voor de jezuïetenbouw in Gemert. Maar ook voor panden als de huidige Hoefpoort en het gemeentehuis werden vloertegels van gerenommeerde bedrijven gebruikt.

Regout

Het tegeltje dat Cato Rijerse vond, is gemaakt in Maastricht, nadat Alfred Regout (1858-1935) daar in 1888 zijn vloertegelfabriek Alfred Regout & Co had opgericht. Dat deed hij, nadat hij twee jaar lang gewerkt had bij De Sphinx, toen nog C.V. Kristal-, Glas- en Aardewerkfabrieken Petrus Regout & Co geheten. In het voormalige industriële Sphinxkwartier in Maastricht heeft oud-Gemertenaar Bart van den Boom inmiddels de Sphinxpassage ingericht, een ode aan de oude Sphinxfabrieken.

Alfred Regout & Co was de eerste fabriek in Nederland waar vloertegels in perstechniek werden gemaakt. In de handelscatalogi van rond 1900 worden de kwalitatieve eigenschappen van geperste keramische vloertegels aangeprezen als ’hardgebakken vloertegels’. Precies zo’n tegel vond Cato toen ze in de Rips met haar voet op iets hards stapte.

Producten van de vloertegelfabriek van Alfred Regout & Co komen algemeen voor in gebouwen en woonhuizen in Nederland en daarbuiten. Het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo heeft enkele exemplaren opgenomen in de collectie.

Hoe meer dan honderd jaar oude tegels uit België en Maastricht in Gemert terecht zijn gekomen, lijkt hiermee wel verklaard.

Raadsel

Hoe ze in De Rips tussen het kasteel en De Hoefpoort zijn beland blijft echter een raadsel. Is dat onlangs gebeurd bij verbouwingswerkzaamheden van het kasteel? Je zou dan het sloopafval eerder verwachten in de kasteelgracht dan in De Rips. Lagen de tegels al in het water sinds de Tweede Wereldoorlog, toen de jezuïetenbouw door de Duitsers in brand is geschoten en in 1943 weer is herbouwd? Raar is dan dat ze niet eerder zijn opgedoken, want er is toch regelmatig onderhoud gepleegd aan De Rips.

De kinderen-Hunnersen en de kinderen-Rijerse hebben al eerder scherven van kruiken in De Rips gevonden. Wie weet wat ze bij hun spelletjes nog meer boven water halen. Ze willen nog weten of hun vondst veel geld waard is. Het zal een teleurstelling zijn als ze horen dat er daarvoor te veel van dit soort tegels zijn gemaakt. Hier en daar liggen er nog hele vloeren van. Maar door de vondst van de tegel is Yous wel geïnspireerd om later archeoloog te worden, zegt hij. En dat is ook veel waard.

 

FOTOBIJSCHRIFTEN:

De bovenkant van de 16 bij 16 centimeter grote tegel van Utzscheinder.

De onderkant van de tegel van Utzscheinder waarop de gegevens van de fabrikant staan.

De bovenkant van de 8 bij 8 centimeter grote tegel van Regout uit Maastricht.

De onderkant van de 8 bij 8 centimeter grote tegel met daarop de naam van de fabrikant Alfred Regout.

De kinderen (v.l.n.r.) Timo (11), Mo (10) en Yous (7) Hunnersen, Kobe (7) en Cato (9) Rijerse, Raf (4) en Sef (8) Hunnersen aan De Rips tussen het kasteel en De Hoefpoort waar ze de tegeltjes vonden.GEM

De gedachtenisprent van Charles-Jean-Baptiste Michelet, wiens naam op de onderkant van de Utzscheindertegel leesbaar is.

 

GH-2024-4 Middeleeuws muurwerk van kasteel Gemert

KLIK HIER VOOR PDF-bestand

R i a B e r k v e n s

De bouwplannen op het kasteel van Gemert gaan niet alleen over verbouw en sloop bovengronds, maar er wordt op het voorplein ook voorzien in aanpassingen in de ondergrond. Dat betekent dat er vooraf archeologisch onderzoek plaatsvindt. Het vooronderzoek is al eerder gestart en het eigenlijke onderzoek is uitgevoerd in het najaar van 2024. De volledige resultaten daarvan zullen in de toekomst beschikbaar komen, maar nu kunnen we alvast iets van de eerste resultaten laten zien.

In juli 2024 is een proefsleuven-onderzoek en een archeologische begeleiding uitgevoerd. De aanleiding voor het onderzoek was het voornemen om nieuwbouw te realiseren, waaronder een wellness op het voorplein van de hoofdburcht en een aanbouw ter plaatse van de jezuïetenvleugel. Een deel van de wellness bevindt zich op de plaats van de inmiddels gesloopte kapel. Voor de wellness zal circa drie tot vijf meter onder het huidige loopvlak worden verstoord. Het proefsleuven-onderzoek moet vaststellen of er in de ondergrond archeologische waarden aanwezig zijn. Als dat het geval blijkt te zijn, moet er een besluit genomen worden of deze waarden in de grond bewaard moeten blijven of dat ze verder archeologisch onderzocht moeten worden.

Het vooronderzoek

Het kasteel van Gemert werd vanaf omstreeks 1400 gebouwd. In eerste instantie was het hoofdgebouw een vierkante dichte burcht die omringd werd door een gracht. Verwacht werd dat deze gracht met de brug eroverheen op de plaats lag van de geplande wellness. Rond 1734-1745 is het hoofdgebouw van het kasteel boven de kelderverdieping grotendeels gesloopt en weer opgebouwd op de oude kelderverdieping als een U-vormig kasteel. Ook op het voorplein kunnen onder andere bijgebouwen en waterputten gelegen hebben. Bij het archeologisch vooronderzoek op de voorhof en op de plek van de gesloopte kapel zijn drie proefsleuven aangelegd. De aangelegde vlakken variëren sterk in diepte, van 0,8 tot 2,8 meter onder het loopvlak. Dat is het gevolg van de sterke ophoging in de loop der eeuwen. Onder de kapel werd het natuurlijke dekzand nog niet bereikt, omdat daar de binnengracht lag. Op de linker plattegrond op pagina 2 hiernaast zijn de proefsleuven getekend met de nummers 1 t/m 3. De lichtblauwe blokken op het rechter kaartje geven de plaats aan van de vroegere binnengracht met in rood de plek van de brug.

Bij het vrij beperkte onderzoek zijn voornamelijk muurfunderingen aangetroffen. Een aantal sporen behoren tot de resten van een eerdere fase van het kasteel. Het gaat hier met name om muurwerk van vaak hergebruikt laatmiddeleeuws bouwmateriaal (kloostermoppen), die met zachte kalkmortel zijn gemetseld. De meest bijzondere sporen bestaan uit resten van een vermoedelijk laatmiddeleeuwse muur naast de grachtvulling. De sporen van de muur laten meerdere fases en mogelijke reparaties zien. Vondsten uit de gracht geven een datering in de 17-18e eeuw. De onderkant van de gracht is niet bereikt door opkomend grondwater. Aangezien de aanwezige archeologische waarden bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen, heeft de gemeente besloten dat er voorafgaand aan de nieuwbouw een opgraving moet plaatsvinden. Omdat in alle werkputten archeologische sporen zijn aangetroffen, gaat het om het hele plangebied. Daarbij heeft de gemeente aangegeven om zoveel mogelijk aanwezig waardevol muurwerk in situ te behouden en in te passen in de toekomstige bouw. Substantieel muurwerk mag alleen verwijderd worden met goedkeuring van de gemeente.

Start van het onderzoek

In september 2024 is het archeologisch onderzoek op het binnenplein en het voorplein van het kasteel van start gegaan. Er werd direct al op meerdere plaatsen oud muurwerk aangetroffen. Op het binnenplein van het hoofdgebouw werden flinke fundamenten aangetroffen van de voormalige middeleeuwse hoofdingang van het hoofdgebouw. Daarnaast werd de brug over de binnengracht aangetroffen en op het binnenplein ook kademuren van diezelfde binnengracht. Er zijn uiteraard nog meer resultaten te melden, maar omdat het onderzoek niet is afgerond kunnen we op die resultaten niet vooruitlopen. Als het eindrapport is opgeleverd, zal dat een reden zijn om op het onderzoek uitgebreider terug te komen. We volstaan nu met een paar foto’s die een beeld geven van de opgravingen. 

Bronnen:

  1. Transect, archeologisch onderzoek en advies, Tussenverslag Gemert, Kasteel Gemert Gemeente Gemert-Bakel (NB). Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase, juli 2024.
  2. Econsultancy, Addendum Programma van Eisen. Specifiek voor een proefsleuvenonderzoek met een eventuele doorstart naar een opgraving ter plaatse van de wellness en Jezuïetenvleugel bij Kasteel Gemert en opgraving – archeologische begeleiding van het kapel in Gemert Gemeente Gemert-Bakel.
  3. Econsultancy, Plan van Aanpak, Kasteel Gemert opgraving Wellness en Hoofdburcht.
  4. Econsultancy, Weekrapport week 37 en 38 opgraving kasteel Gemert te Gemert, gemeente Gemert-Bakel.

 

 FOTOBIJSCHRIFTEN:

 Bij opgravingen is de fundering van de toegangspoort van het vijftiende eeuwse hoofdgebouw blootgelegd.

 Locatie van de onderzoeksgebieden, proefsleuven en archeologische begeleiding. (kaartje Econsultancy)

 Voorlopige plattegrond van het onderzoek in september 2024. (kaartje Econsultancy)

 Het hoofdgebouw, zoals het in de middeleeuwen werd gebouwd. Het hoofdgebouw was geen U-vorm, maar een gesloten vierkant. De vooruitgebouwde hoofdingang werd in de 18de eeuw verwijderd.

Fundamenten van de middeleeuwse hoofdingang van het hoofdgebouw.

 Ondanks de wens om muurwerk te behouden, werd de brug verwijderd. Ook het fundament van de oude hoofdingang tussen de twee poortpijlers is gedeeltelijk weggehaald. (foto Rijksdienst Cultureel Erfgoed)

Delen van de brug over de binnengracht van omstreeks 1740 met hergebruikte materialen van de oude brug. (foto Econsultancy)

 De brug over de binnengracht, zoals aangetroffen in oktober 2024. (foto Econsultancy)

 

 

 

 

 

GH-2024-4 Inhoudsopgave

KLIK HIER VOOR PDF-bestand 

 

 

 Jaargang 66, 2024, nr 4

Inhoudsopgave

Middeleeuws muurwerk van kasteel Gemert Ria Berkvens …………………………………………………..1

“Hoe komt zo’n Belgische tegel in Gemert terecht?” Paul Verhees ………………………………..6

Oude ontginningen langs de breuk van Gemert-Zuid, deel 2 Jan Timmers ………..10

Apotheker Theodorus van der Willigen Cas Jamin ……………………………………………………………………17

Gemerts volkslied honderd jaar en bij de tijd Ad Otten ……………………………………………….27

Kiek naw Paul Verhees… ……………………………………………………………………………………………………………………………………36

Dat was sterk Paul Verhees …………………………………………………………………………………………………………..37

Aanvulling Gemerts Woordenboek Harry Slits …………………………………………………………………..39

 

Grafische verzorging Neel van Eupen Drukwerk Weemen Web | Print | PromoOmslag Alphons Arts (reproductie Paul Verhees)

 

Heemkaffee over lokale omroep drukbezocht

Het Heemkaffee op zondag 14 juni was geheel gewijd aan de lokale omroep in Gemert-Bakel. Met 42 bezoekers was de Heemkamer maar net groot genoeg voor dit door Simon van Wetten gepresenteerde Heemkaffee. Hij blikte kort terug op de bewogen geschiedenis van de omroep die in 1988 startte als radiozender Lokale Omroep Gemert en in 1990 uitbreidde met een kabelkrant en tv-uitzendingen.
Na de gemeentelijke fusie van Gemert en Bakel en Milheeze werd de omroep voortgezet als Omroep Centraal Gemert-Bakel. Vier jaar geleden ‘verkwanselden’ – zoals Van Wetten het noemde – de twee toenmalige bestuursleden Omroep Centraal Gemert-Bakel aan de Beek en Donkse Omroep PeelRand. De vrijwilligers van Omroep Centraal Gemert-Bakel legden zich daar niet bij neer en maakten een doorstart als Omroep Centraal TV. Ze hadden daarvoor de instemming van de gemeenteraad, zodat ze hun zendmachtiging terug konden krijgen.
Omroep Centraal TV wordt nu in zijn bestaan alweer bedreigd door een nieuwe wet voor Lokale Omroepen, vertelde Simon van Wetten. In het huidige plan moet Omroep Centraal TV opgaan in een lokale omroep met Oss en zijn buurgemeenten tot een schaal van meer dan 200.000 luisteraars en kijkers. Dat houdt in dat de spoeling voor Gemert-Bakel erg dun wordt, met waarschijnlijk minder dan één item per week. Omroep Centraal TV onderzoekt de mogelijkheid om zonder zendmachtiging alleen op internet verder te gaan, vertelde Van Wetten.
Na zijn inleiding werd een bloemlezing vertoond van fragmenten van tv-uitzendingen van de lokale omroep uit Gemert-Bakel uit de voorbij 35 jaar. Dat leidde regelmatig tot hilariteit als de bezoekers van dit Heemkaffee mensen herkenden die inmiddels enkele decennia ouder zijn geworden.

BIJ DE FOTO: Simon van Wetten presenteert voor 42 zoekers het Heemkaffee over de Gemertse lokale omroep. (Foto Geertje Gloudemans)

Publicatiedatum zondag 14 juni 2026

Lintje voor Simon van Wetten

Simon van Wetten is tijdens de lintjesregen op vrijdag 24 april onderscheiden als Lid in de Orde van Oranje Nassau. Hij kreeg deze koninklijke onderscheiding onder meer op grond van zijn verdiensten voor heemkundekring De Kommanderij Gemert. Als verslaggever van Omroep Centraal was hij de hele dag met de burgemeester op pad geweest en toen hij om kwart over twee eindelijk thuiskwam verzuchtte hij: “Ik kan geen lintje meer zien.”

Toch stond niet veel later burgemeester Michiel van Veen op de stoep om hem de achttiende onderscheiding in Gemert-Bakel te bezorgen. Simon was volkomen verrast. “Als ik ooit dacht dat ik wel eens een lintje zou kunnen krijgen, dan dacht ik: dat zie ik mijlenver aankomen. Wat stom dat ik dit niet in de gaten had.”

De burgemeester gaf bij de uitreiking van de decoratie een opsomming van Simons verdiensten. Veel van die verdiensten lagen op het vlak van de heemkundekring, waarvan hij van 1995 tot 2009 veertien jaar bestuurslid was. Hij redigeerde en schreef boeken, deed veel onderzoeken, geeft lezingen en rondleidingen en is vraagbaak voor velen die iets over de geschiedenis van Gemert willen weten.

“Voor kennis krijg je geen lintje”, dacht Simon. Maar het is vooral van betekenis dat Simon die kennis met de gemeenschap deelt, vinden zijn vrienden en kennissen die bij de uitreiking aanwezig waren.

BIJ DE FOTO: Simon van Wetten nadat de burgemeester het lintje bij hem had opgespeld.

Publicatiedatum vrijdag 24 april 2026

Tonnie van den Boom wint weer Grooët Gímmers Dikteej

 

 

 

Evenals vorig jaar won Tonnie van den Boom op donderdag 9 april het Grooët Gímmers Dikteej van heemkundekring De Kommanderij Gemert en bibliotheek de Lage Beemden. Van de Boom eindigde vaker in de topdrie, maar ging nu dus voor de tweede keer achter elkaar met de eerste prijs aan de haal. Tonnie zal vroeger in haar ouderlijk huis annex café op Koks veel Gemertse woorden en uitdrukkingen gehoord hebben. Vier deelnemers konden een tweede prijs uitzoeken.
Dora van de Weijer vertelde als intermezzo in sappig Gemerts dialect het verhaal dat ze als kind met haar moeder in Helmond een klok ging kopen. Toen haar vader vond dat ze lang waren weggebleven en vroeg “Weet je wel hoe laat het is”, antwoordde moeder: “Nee, we hebben de klok nog niet uitgepakt.”
Grappig was trouwens dat tijdens haar verhaal de klok in het Boerenbondsmuseum luidde. Ongeplande timing.

BIJ DE FOTO: Tonnie van den Boom heeft haar eerste prijs uitgezocht.

Voor meer foto’s van het Grooët Gímmers Diktjee klik HIER

Publicatiedatum donderdag 9 april 2026

 

Boeiende lezing over kapellekes en volksgeloof in Brabant

Paul Spapens uit Moergestel hield op donderdag 2 april een boeiende lezing over kapellekes en volksgeloof in Brabant. Gemert kwam royaal aan bod met het Esdonks kapelleke, het St.-Joriskapelleke, de dagkapel in de St.-Janskerk en het zomerkamp van het Brabant Studenten Gilde in jaren dertig op Esdonk. Spapens had leuke anekdotes en interessante informatie over het ontstaan van de kapellekes en de inmiddels weer groeiende interesse ervoor. De belangstelling voor zijn lezing was met 14 bezoekers wel matig, maar waarschijnlijk had Spapens concurrentie van The Passion die op deze avond op televisie werd uitgezonden.

BIJ DE FOTO: Paul Spapens had met zijn een boeiende lezing over kapelletjes en volksgeloof in Brabant meer belangstelling verdiend.

Publicatiedatum vrijdag 3 april 2026

Gerrie Verhoeff ‘Vrijwilliger van het Jaar’

Gerrie Verhoeff is tijdens de Algemene Ledenvergadering van heemkundekring De Kommanderij Gemert op dinsdag 31 maart uitgeroepen tot ‘Vrijwilliger van het jaar’. Gerrie beheerde jarenlang de Heemkamer van heemkundekring De Kommanderij Gemert. Ze deed dat met verve en in de breedste zin van het woord.
Ze hield de Heemkamer schoon, hield de voorraden op peil, ontving er gasten, stuurde vrijwilligers aan, was de contactpersoon met het Gemeentearchief en waakte over de corporele stukken. Een jaar geleden gaf ze aan dat ze haar taken geleidelijk wilde gaan afbouwen, maar sneller dan verwacht moest ze door plotselinge ziekte met al haar taken stoppen. Ze heeft die taken intussen zorgvuldig overgedragen.
Door haar ziekte kon ze niet naar de jaarvergadering komen, maar voorzitter Roël Hoppezak bezocht haar thuis om bij haar de titel ‘Vrijwilliger van het jaar’ met een bos bloemen te bekronen. Ze is inmiddels goed herstellende van de ergste verschijnselen van haar ziekte.

BIJ DE FOTO: Gerrie Verhoeff ontvangt uit handen van voorzitter Roël Hoppezak een bos bloemen voor haar titel ‘Vrijwilliger van het Jaar’.

Voor meer foto’s van de Algemene Ledenvergadering klik HIER

Publicatiedatum donderdag 2 april 2026