GH-2025-1 Een eeuw handel in sterke drank
Casper Kalb
Op het grote reclamedoek aan de gevel van Drankenhandel Het Oude Vat aan de St.-Annastraat 55 in Gemert staat in de rechterbovenhoek: sinds 1922. Dat prikkelt de nieuwsgierigheid. Het honderdjarig bestaan is in de naweeën van de coronatijd stilletjes voorbijgegaan, maar wat is de geschiedenis van dit bedrijf? Welk verhaal schuilt er achter deze zaak, die al zo lang Gemert en omstreken voorziet van een neutje, een goede fles whisky of een mousserende wijn? Op zoek naar de wortels komen we uit in De Mortel, waar Hendrikus van de Ven de eerste liters sterke drank verkocht. Drie generaties Van de Ven volgden hem daarna in Gemert op.
De aanhouder wint. Dat moet Hendrikus van de Ven (geboren op 19 januari 1902) gedacht hebben toen de gemeenteraad van Gemert op 30 april 1925 met acht tegen twee stemmen (de beide wethouders waren tegen) eindelijk besloot om voor De Mortel het aantal vergunningen voor de verkoop van sterke drank uit te breiden van één naar twee.1
Daar had hij wel even zijn best voor moeten doen. Al drie jaar eerder, in 1922, deed Hendrikus het officiële verzoek aan de gemeente om toestemming om naast bier en wijn ook sterke drank te mogen verkopen bij zijn Mortels café, waar zijn inmiddels overleden vader Johannes jaren de scepter had gezwaaid. Om het verzoek te kunnen inwilligen was een wijziging van de lokale verordening nodig, maar op 27 februari 1925 sprak de gemeenteraad zich daartegen uit. Hendrikus gaf echter niet op. Hij schreef een brief met een vurig pleidooi om nog eens naar de zaak te kijken. Dat was dus succesvol. De verordening werd aangepast en op 30 juni 1925 kreeg hij zijn felbegeerde vergunning voor het verkopen van ‘sterke drank in het klein’.
Maximum
Het maximum aantal vergunningen was een uitvloeisel van de Drankwet, die in 1881 van kracht was geworden om het alcoholmisbruik in den lande te beteugelen.2 70% van de alcoholconsumptie bestond toen uit sterke drank, want jenever was destijds veel populairder dan bier of wijn. Jenever was tenminste nog betaalbaar voor de arbeider, terwijl bier en wijn veel duurder waren. Cafés verkochten deze zwak-alcoholische dranken. De verkoop van sterke drank moest in andere lokaliteiten plaatsvinden. De ‘Wet tot beteugeling van het misbruik van sterke drank’, zoals de Drankwet officieel heette, betekende dat een vergunningenstelsel werd opgetuigd. Het gemeentebestuur mocht niet meer vergunningen verlenen dan het maximale aantal, dat was gerelateerd aan het aantal inwoners. De gemeenteraad kon daarnaast bepalen om voor bepaalde wijken, straten of buurten een beperkt aantal of helemaal geen vergunningen te laten verstrekken. Voor De Mortel gold dus het maximum van één, en die vergunning was al verleend aan de uitbater van het café op St.-Antoniusstraat 55 (het huidige café ’t Anker). Hendrikus van de Ven wist zich in zijn verzoek gesteund door zijn dorpsgenoten. Onder de brief die hij aan de gemeenteraad richtte, stonden de handtekeningen van maar liefst ruim 80 dorpsgenoten met typisch Mortelse namen als J. van den Berg, W. Broks, A. de Koning, L. de Louw en J.W. van Zeeland. In de brief bracht Hendrikus steekhoudende argumenten in; bijvoorbeeld het argument dat er maximaal 1 vergunning per 250 inwoners te vergeven was, terwijl het dorp al 560 inwoners had. Maar hij wees de gemeenteraad er ook op, dat ‘zijne Moeder sedert jaren ongelukkig is, dat hij zelf zwak en niet tot zwaren arbeid in staat is en dat alzoo het verkrijgen deze vergunning, waarop zij toch al jaren hebben gerekend, voor hen van groot belang zou zijn’. Het gewenste effect werd bereikt, de raad raakte overtuigd en Hendrikus kon sterke drank gaan verkopen.
Van De Mortel naar Gemert
Dat gebeurde dus in De Mortel. Heel precies was in de Drankwetvergunning vastgelegd dat deze gold voor ‘de gelagkamer links van de hoofdingang van het perceel kadastraal bekend gemeente Gemert sectie E. no 1083, welke een oppervlakte heeft van 58.46 m2’. De originele vergunning is door de familie geschonken aan het Boerenbondsmuseum en hangt ingelijst aan de muur in café De Roskam aldaar. Via kadastrale hulpkaarten is vast te stellen dat de beschrijving slaat op een gebouw dat op de hoek stond van de Kastanjelaan met de St.-Antoniusstraat. Dat gebouw is ergens tussen 1892 en 1938 vervangen door een gebouw waarvan de contouren ook nu nog herkenbaar zijn. Het betreft het huidige restaurant De Wilg. In 1928 werd dit gebouw in gebruik genomen als lagere school, later werd het een dorpshuis. Van het pand dat er vóór 1928 stond is ook een foto voorhanden, uit de collectie van prentbriefkaarten van Berkers Verbunt uit het begin van de 20e eeuw. Dat is de lokaliteit geweest van Johannes en later Hendrikus van de Ven. Daar begon hij zijn handel in sterke drank. Maar goed, hij moest dus op een gegeven moment wel wijken voor de bouw van de nieuwe school. Daar is Hendrikus in ieder geval mee akkoord gegaan en hij vertrok naar Gemert. Op 19 maart 1929 werd vergunning verleend aan Hends van de Ven voor het bouwen van een woonhuis met café op het perceel Gemert H.1335 aan de Oudestraat. Dat is nu Oudestraat 91-93. Hij nam zijn kostbare Drankwetvergunning uiteraard mee. In de krant ‘De Zuid-Willemsvaart’3 verscheen op 2 mei 1930 een advertentie waarin H. v.d. Ven vol trots aankondigde dat zijn nieuwe café ’Buitenlust’ aan de Oudestraat zou worden geopend. Hij pakte een heel weekend uit, met op zaterdag een optreden van de Mortelse fanfare en op zondag een optreden van de Gemertse. Een betere manier om de verhuizing van het ene naar het andere dorp te markeren is niet te bedenken. De band met De Mortel is overigens altijd gebleven, want in de jaren dat er ook levensmiddelen werden verkocht en rondgebracht onder de Spar-formule, mocht de familie Van de Ven ook wekelijks verschillende adressen in De Mortel aandoen.
Aan de wandel
In 1950 was het tijd voor een generatiewisseling. Café, winkel en slijterij werden overgenomen door Johannes Josephus van de Ven, Jan. Volgens het register van de Kamer van Koophandel4 vestigde zich op 1 oktober van dat jaar op adres C151 café “Het Oude Vat”. Eind november ging de Drankwetvergunning ‘aan de wandel’. Omdat in die vergunning precies omschreven werd in welke ruimte sterke drank verkocht mocht worden, moest dit bij elke verandering of verbouwing ook op de vergunning worden gewijzigd. Voortaan gold de toestemming voor ‘de meest westelijk gelegen localiteit van het perceel Oudestraat C 151’. Toegestane oppervlakte 17.50 m2. En in maart 1953 vond weer een wijziging plaats. Nu gold de vergunning voor ‘de lokaliteit gelegen links van de hoofdingang van het perceel Oudestraat C 151’, oppervlakte 10.46 m2. 1953 was een bewogen jaar voor Jan van de Ven. Hij was 24 jaar oud en besloot het café van de hand te doen. Het eerder vernoemde register van de Kamer van Koophandel vermeldt dat de zaak op 12 januari 1953 is opgeheven. Het café werd verbouwd tot woonhuis, de winkel bleef bestaan. De tekening bij de daarvoor verleende bouwvergunning laat zien dat een kleine ruimte links van de hoofdingang nog steeds als slijterij werd aangemerkt.5 Hoewel Jan van de Ven op zijn stek bleef om de winkel te runnen, ging de Drankwetvergunning voor de verkoop van sterke drank op een gegeven moment aan het zwerven. Dat is te zien aan de wijzigingen die op de originele vergunning zijn genoteerd. Achtereenvolgens werd door het college van B&W de vergunning van toepassing verklaard op:
– De meest westelijk gelegen lokaliteit van het perceel Oudestraat 93, met ingang van 16 januari 1957;
– De rechtervoorlokaliteit van het perceel Kruiseind 79, met ingang van 24 maart 1957;
– De meest zuidoostelijk gelegen lokaliteit van het perceel Molenstraat 14, vanaf 19 maart 1959;
– De zuidwestelijk gelegen lokaliteit van het perceel Grootmeesterstraat 8, vanaf 2 januari 1962;
– De voorlokaliteit van het pand Stereind 4, vanaf 2 december 1963.
Op 9 november 1964 werd de Drankwetvergunning overgeschreven op naam van Ardina Rijkers, echtgenote van wijlen (want in dat jaar overleden) Hendrikus van de Ven en dus Jans moeder. De volgende stap bestond eruit de vergunning terug te zetten op het oude nest. Wat daarbij mogelijk ook hielp was het feit, dat er in 1964 een nieuwe Drank- en Horecawet was vastgesteld. Het maximum op het aantal gelegenheden voor de drankverkoop werd afgeschaft.
Jan wilde de vergunning voor de handel in sterke drank weer op zijn eigen adres terugkrijgen en aldus geschiedde. Op 16 mei 1967 werd de vergunning opnieuw gewijzigd. Nu gold hij weer voor ‘de lokaliteit, groot 20 m2, gelegen rechtsachter het pand Oudestraat 91’. Er was inmiddels ook een bouwvergunning verleend voor de uitbreiding met een magazijn6, en de drank werd nu verkocht in een kleine ruimte achter de Spar-winkel. Een nieuwe start.
Zoon John hielp al volop mee in de winkel en na wat omzwervingen was het moment daar om de boel over te nemen. Dit gebeurde in 1982. John haalde de slijterij naar voren. De handel in sterke drank werd nu de hoofdzaak want met de verkoop van levensmiddelen had John niet zoveel op. Slijterij Het Oude Vat werd steeds meer een begrip en de grenzen van de locatie aan de Oudestraat kwamen in zicht.
Sint-Annastraat
De blik van John van de Ven en zijn vrouw Anita was op de toekomst gericht7. De locatie van aannemersbedrijf Van de Ven (geen directe familie) aan de Sint-Annastraat in Gemert kwam in het vizier. Hier zou de drankenhandel kunnen doorgroeien en zouden John en Anita ook vooral hun klanten de beleving kunnen bieden die in hun ogen zo essentieel is voor het succes. Maar het was nou niet bepaald ‘bon ton’ om zo’n grote ruimte te betrekken. De slijterijen in Gemert, en dat waren er best wel wat, kenden een oppervlakte van 30 of 40 vierkante meter. Aan de Sint-Annastraat ging het om maar liefst 250 vierkante meter. En je moest toch ook nog steeds rekening houden met het aantal inwoners. Maar John en zijn vrouw Anita zagen de kansen en bovenal ook de economische ontwikkelingen in het slijterijwezen. Ze kochten het pand ‘op de groei’ en op 23 september 1992 werd de vergunning verleend om het pand om te bouwen tot drankenhandel. Hier ontwikkelde de slijterij zich verder tot een toonaangevende drankspecialist. Het assortiment bestond en bestaat uit cocktails, speciale bieren, wijn, whisky en uiteraard ook nog het Nederlands gedestilleerd waar het ooit mee begon, zoals de jenevers. Maar de markt veranderde in al die jaren drastisch. Sowieso nam het aantal slijterijen enorm af. Dat zag John ook gebeuren als bestuurslid van de landelijke Slijtersunie. En waar Het Oude Vat in de beginjaren van één merk jenever nog 5000 liter verkocht, wordt tegenwoordig in totaal nog geen 500 liter verkocht, verdeeld over 50 merken. Beleving is meer en meer centraal komen staan, het gaat om dat specifieke cadeau of die ene bijzondere whisky. Het Oude Vat bracht ondertussen ook onder eigen naam dranken op de markt zoals de Peelwipper, Brabants Bont koffielikeur of de biertjes Heilige Losbol en Zoete Moeder. Partyverhuur werd aan het aanbod toegevoegd, al is dat inmiddels bewust afgeschaald naar een kleinschalige tak. Ook het uitstapje naar uitbreiding met een vestiging in Asten ligt inmiddels in het verleden. Hieraan ontleende John van de Ven het inzicht dat het heel belangrijk is waar je geworteld bent. Er moet bezieling in de zaak zitten die de ondernemer overbrengt aan zijn of haar klanten. Er zat zeker wel potentie in de Astense zaak, maar besloten werd om dit toch af te stoten en alleen in Gemert verder te gaan.
Whisky
Na John was het in 2019 dochter Manouk die het familiebedrijf tot het hare maakte. Ze is inmiddels gediplomeerd liquorist en haar passie ligt bij whisky. Vraag haar om advies en ze begint te stralen. Er bestaan van die drank flessen van twintig tot een paar duizend euro, dus een goed advies is best belangrijk. Whisky is voor sommigen zelfs een belegging, maar daar wil Manouk van de Ven zich verre van houden. Daarom staan in de webwinkel die zij in coronatijd heeft opgezet ook geen prijzen vermeld. De mensen moeten maar naar de winkel komen om daar persoonlijk advies te krijgen. In de ruimte achter de balie heeft zij samples staan, er kan geproefd worden en van daaruit kan advies gegeven worden. Beleggers zijn dan al afgehaakt, de liefhebbers blijven over. Het proeven van de drank in de slijterij is overigens niet vanzelfsprekend. Dit was lange tijd simpelweg verboden. Pas sinds 2013 is het toegestaan om in de zaak het goedje tot je te nemen, maar dan alleen als de klant erom vraagt. En het moet bij proeven blijven, niet drinken. Daarvoor zijn nog steeds andere gelegenheden (of de huiskamer) de aangewezen plekken. Het bood Het Oude Vat overigens wel de mogelijkheid om ook proeverijen in de zaak te organiseren. Wederom leggen de ondernemers dan de nadruk op beleving. Tijdens de whisky-proeverij, waar ruim 30 personen aan deel kunnen nemen, zitten de deelnemers tussen de flessen en dat verhoogt toch de feestvreugde, zo is de ervaring.
Honderd jaar?
Dit artikel begon met een verwijzing naar het jaartal 1922 op een reclamedoek. De zaak zou in 2022 dus honderd jaar hebben bestaan. Maar 1922 is het jaar dat Hendrikus van de Ven zijn verzoek deed om sterke drank te mogen verkopen in De Mortel. Hij kreeg die vergunning na de nodige moeite pas in 1925. Het is niet uitgesloten dat hij tussen 1922 en 1925 zijn klanten in het Mortels café al stiekem voorzag van een neutje – dat is zelfs zeer waarschijnlijk – maar wanneer begin je te tellen? Misschien past het ook wel bij de aard van de zaak: met een borrel op is het niet altijd meer even helder wat zich wanneer precies afspeelde. Archiefonderzoek legt een stukje bloot, maar niet of en hoe de Mortelnaren aan hun jenever konden komen. En hoe moeten we de periode duiden in de jaren ’50 en ’60 waarin de vergunning door Gemert zwierf? Laten we het erop houden dat de familie Van de Ven zo ongeveer een eeuw geleden de verkoop van sterke drank op zich nam en daar tot op heden nog steeds en met veel plezier en beleving mee bezig is. Of het reden is voor Manouk van de Ven om toch nog een feestje van dat jubileum te maken is aan haar. Op zijn minst zal ze ongetwijfeld een fles goede whisky openmaken en proosten op haar voorgangers Hendrikus, Jan en John.
Noten:
- Notulen gemeenteraad Gemert, 27-02-1925 en 30-04-1925.
- De informatie over de Drankwet is ontleend aan een aantal bronnen, zoals: Geschiedenis van de drankwetgeving, Tijdschrift voor de sociale sector, januari 1987, nummer 1, de website van de Slijtersunie (slijtersunie.nl) en het artikel De geschiedenis van de Alcoholwet op trimbos.nl.
- De Zuid-Willemsvaart, editie 2 mei 1930, via delpher.nl.
- Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Eindhoven, dossiernummer 15792.
- Bouwvergunning voor het verbouwen van een café tot woonhuis, d.d. 23 januari 1953.
- Bouwvergunning voor het bouwen van een magazijn en het voor een gedeelte veranderen van de woning Oudestraat 91, d.d. 9 mei 1966.
- Het gedeelte over de drankenhandel in de moderne tijd is ontleend aan een gesprek met John en Manouk van de Ven op 8 oktober 2024.
FOTOBIJSCHRIFTEN:
Voorblad van de gemeentelijke Drankwetverordening. Onderaan is de wijziging aangetekend die Hendrikus van de Ven in staat stelde zijn drankenhandel te beginnen in De Mortel.
Fragment van de originele brief van Hendrikus van de Ven uit 1925 aan de gemeenteraad met het verzoek het eerder genomen besluit te heroverwegen. De brief is door diverse inwoners van De Mortel ondertekend.
De ingelijste Drankwetvergunning (Boerenbondsmuseum Gemert).
Kadastrale hulpkaarten van 1892 (links) en 1938.
Ansichtkaart van de St.-Antoniusstraat aan het begin van de twintigste eeuw. Links op de foto het pand van de familie Van de Ven. (collectie heemkundekring)
Blauwdruk bij de bouwvergunning van het café met woonhuis aan de Oudestraat.
Advertentie in De Zuid-Willemsvaart van 2 mei 1930.Foto van café Buitenlust. (archief familie Van de Ven)
Foto van de Spar-winkel aan de Oudestraat (jaartal onbekend). Slijterij Het Oude Vat in een kleine ruimte achter de Spar-winkel. (archief familie Van de Ven
Inrichting van de nieuwe zaak aan de St. Annastraat. (archief familie Van de Ven)